Een arbeidsovereenkomst kan op verschillende manieren eindigen. Afhankelijk van welke manier je kiest, gelden er verschillende regels en is er ook een verschil in tijd mee gemoeid. De ene manier waarop jij als werkgever een werknemer ontslaat kost dus meer tijd dan de andere manier.
Beëindiging met wederzijds goedvinden
In dit geval zijn jij en je werknemer het erover eens dat het dienstverband niet langer kan worden voortgezet. Je spreekt dan met je werknemer een datum af waarop het dienstverband eindigt. Dat kan dus eventueel al vandaag of morgen zijn.
Vaak zal je werknemer alleen aan een beëindiging met wederzijds goedvinden willen meewerken, als je hem een ontslagvergoeding meegeeft.
Het is verstandig om de beëindiging met wederzijds goedvinden vast te leggen in een
beëindigingsovereenkomst, waarin je duidelijk aangeeft dat je werknemer geen verwijt treft van de beëindiging.
Bij een beëindiging met wederzijds goedvinden zul je verder rekening moeten houden met de ingangsdatum van de WW-uitkering van je werknemer. Je werknemer heeft namelijk pas recht op een WW-uitkering na afloop van de fictieve opzegtermijn.
Opzegging van het dienstverband door de werkgever
Als je werknemer het dienstverband opzegt, moet hij daarbij een opzegtermijn van één maand in acht te nemen, tenzij je een langere termijn had afgesproken die volgens de wet was toegestaan. Je werknemer heeft verder geen ontslagvergunning nodig.
Voor de werkgever ligt dat anders. Om het dienstverband te kunnen
opzeggen, heb je een ontslagvergunning van het CWI nodig en moet je een opzegtermijn inachtnemen. Afhankelijk van de duur van het dienstverband, bedraagt jouw opzegtermijn één, twee, drie of vier maanden. In de arbeidsovereenkomst kun je eventueel een langere opzegtermijn afspreken.
Door dat je een ontslagvergunning nodig hebt, zul je eerst de beslissing van het CWI moeten afwachten, voordat je het dienstverband kunt opzeggen en dan moet je ook nog eens rekening houden met de opzegtermijn .
Gebruik je de CWI-procedure, dan wordt de opzegtermijn wel met één maand verkort. met de CWI-procedure is echter al gauw twee tot drie maanden gemoeid, afhankelijk van het tijdstip waarop je het verzoek om een ontslagvergunning indient en wanneer de Ontslagcommissie van het CWI bij elkaar komt.
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter
Besluit je de arbeidsovereenkomst door de
kantonrechter te laten ontbinden, bijvoorbeeld doordat je een conflict hebt met een werknemer, dan dien je daarvoor een verzoek in bij de kantonrechter. Je werknemer krijgt dan twee tot vier weken om te reageren. Vervolgens vindt er een mondelinge behandeling van het verzoek plaats, waarin jij en je werknemer de gelegenheid krijgen hun standpunten naar voren te brengen. De kantonrechter beslist dan wanneer het dienstverband krijgt en of en welk bedrag je werknemer als ontslagvergoeding meekrijgt. Met deze procedure is normaal gesproken een kleine twee tot drie maanden gemoeid, voordat het dienstverband eindigt, te rekenen vanaf de datum dat het verzoekschrift werd ingediend.
Het snelste is dus een beëindiging met wederzijds goedvinden en daarna (meestal) een ontbinding van de arbeidsovereenkomst.