In het algemeen is voor ontslag op staande voet een dringende reden vereist. Het enkele feit dat een werknemer is gedetineerd en daardoor zijn werk verzuimt, vormt op zichzelf nog geen dringende reden voor ontslag, zelfs niet indien de werknemer reeds onherroepelijk is veroordeeld voor een misdrijf en nog voor geruime tijd gedetineerd blijft. Of een dringende reden voor ontslag aanwezig is, beoordeelt de rechter aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Onlangs heeft de Hoge Raad dit in een van zijn uitspraken bevestigd.
Welke omstandigheden spelen een rol bij toekenning ontslag?
Bij de beoordeling van de vraag of detentie een dringende reden voor ontslag oplevert, kunnen diverse omstandigheden relevant zijn. In dit geval achtte de rechter het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig vanwege de volgende omstandigheden;
Geen verband tussen het strafbare feit en de werkzaamheden. In deze zaak was de werknemer veroordeeld wegens een zedendelict. De rechter oordeelde dat er geen verband was met de werkzaamheden, omdat de werknemer werkzaam was op de afdeling kredietadministratie bij een bank. De ernst van het delict was dus niet doorslaggevend;
Het strafbare feit heeft zich volledig in de privésfeer afgespeeld;
De strafbare feiten hadden geen negatieve invloed op het functioneren van de werknemer.
De werknemer had altijd voortreffelijk gefunctioneerd;
De werkgever had geen schade geleden, want het loon hoefde niet te worden betaald en de werkzaamheden konden door collega’s worden overgenomen;
De duur van het dienstverband en de leeftijd van de werknemer in combinatie met zijn kansen op de arbeidsmarkt.
Veroordeling en/of detentie niet voldoende voor ontslag
Met bovengenoemde uitspraak van de Hoge Raad is duidelijk dat alleen een veroordeling en/of detentie onvoldoende is voor ontslag op staande voet. Er zullen bijkomende omstandigheden moeten zijn die het ontslag rechtvaardigen. Hoewel de uitspraak van de Hoge Raad alleen betrekking heeft op ontslag op staande voet, blijkt uit de lagere rechtspraak van kantonrechters en rechtbanken, en uit de praktijk van het UWV, dat de regel ook wordt toegepast bij ‘gewone’ ontslagprocedures zoals de ontbinding.
