Als eigenrisicodrager voor de WGA kunt u ook 50% van uw WGA-lasten verhalen op het nettoloon van de werknemers. In dat geval mag u de helft van de uiteindelijke WGA-lasten verhalen. Maar hoe kunt u van tevoren de uiteindelijke lasten bepalen om vervolgens de verhaalbare helft hiervan te kunnen berekenen? Hiervoor is praktische regeling in het leven geroepen.
Deze regeling stelt dat u vooraf een fictief WGA-percentage vaststelt. Dit percentage bepaalt u door de te verwachten WGA-lasten of de WGA-lasten van het voorgaande jaar te delen door het te verwachten loon voor de werknemersverzekeringen of het loon voor de werknemersverzekeringen van het voorgaande jaar.
Van deze fictieve premie mag u dan 50% verhalen op het nettoloon van de werknemers. Deze fictieve premie mag overigens nooit meer zijn dan anderhalf maal de premie die u het UWV zou hebben betaald als u geen eigenrisicodrager zou zijn geweest.
U zult in deze situatie aan het einde van het jaar moeten narekenen of de gehanteerde fictieve premie correct was om eventueel één en ander te kunnen corrigeren. Als de fictieve premie te hoog blijkt te zijn, bent u verplicht dit te corrigeren. Als de fictieve premie te laag blijkt te zijn, is de keuze aan u of u gaat corrigeren of niet.
Als eigenrisicodrager kunt u het WGA-risico ook weer herverzekeren bij een particuliere verzekeraar. In dat geval mag 50% van de verzekeringspremie op het nettoloon van de werknemers verhalen. Daarbij moet u opletten als u hiervoor een gecombineerde verzekering heeft afgesloten (denk aan een combinatie met een ziekengeldverzekering). In dat geval moet u namelijk weten welk deel van de verzekeringspremie voor de WGA-verzekering is omdat u alleen dát deel mag verhalen op de werknemers! U zult dus bij uw verzekeraar of tussenpersoon naar de opbouw van de premie moeten informeren.
