De Wet op de Openluchtrecreatie regelt zaken als de locatie en variatie van het kampeeraanbod. Daarnaast staan er ook voorschriften in voor hygiëne, gezondheid en veiligheid. We quoten een klein stukje:
Artikel 8
1. Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een kampeerterrein te houden.
2. Van het verbod, bedoeld in het eerste lid, kunnen burgemeester en wethouders vrijstelling of ontheffing verlenen voor:
Je kunt hier de gehele wet lezen.
Intrekken
Dit is het belangrijkste artikel van de wet. Maar de overheid wil teveel regelgeving tegengaan en de ruimtelijke ordening van gemeenten worden al via veel andere voorschriften en plannen geregeld (denk daarbij aan de milieuwetgeving, de wet bodembescherming en de bestemmingsplannen van gemeenten met de daaraan gekoppelde gebruiksvoorschriften.) Daarom is in 2005 besloten de wet in te trekken. Dit is gebeurd in fases en 1 januari 2008 is de laatste fase afgerond.
Je kunt hier de laatste wijzigingen in de wet lezen
Tweede fase
De tweede fase is degene die in 2007 geldt. Nu blijven alleen het – op het punt van tijdelijke uitbreiding voor kleinschalig kamperen aangepaste - vergunningenstelsel en de daarmee samenhangende bepalingen van de WOR van kracht. De gemeenten die kampeerbeleid (verder) willen ontwikkelen en vastleggen in bestemmingsplan en/of gemeentelijke verordeningen kunnen met de voorbereiding hiervan beginnen.
Slotfase
De slotfase gaat in op 1 januari 2008. Dan wordt ook hoofdstuk III van de WOR ingetrokken. Dat betekent dat na deze datum de gemeenten zelf kunnen bepalen hoe zij het kampeerbeleid vormgeven, als ze maar aan bijvoorbeeld de milieuwetten houden. Ook kunnen de regionale partijen nu het beleid beter op elkaar afstemmen.
Het bestemmingsplan is dus voor recreatie nog belangrijker geworden. Lees in dit artikel meer over bestemmingsplannen en verblijfsrecreatie.
Vragen?
Vragen met betrekking tot de Wet op de Openluchrecreatie? Neem contact met ons op via het contactformulier op de website.