Extra belastingheffing kan voor problemen zorgen

Tenminste 660 miljoen extra aan belasting voor bedrijfsleven

15 december 2009

Bedrijven in de bouw en infra, de installatiesector en de scheepsbouw moeten als gevolg van nieuwe wetgeving over 2007 gezamenlijk tenminste 660 miljoen euro extra aan belasting betalen.

Het persbericht van VNO-NCW:

Bedrijven in de bouw en infra, de installatiesector en de scheepsbouw moeten als gevolg van nieuwe wetgeving over 2007 gezamenlijk tenminste 660 miljoen euro extra aan belasting betalen. Bouwend Nederland, FME en Uneto-VNI vrezen dat veel ondernemers hierdoor in financiële problemen komen. In overleg met het ministerie van Financiën willen zij daarom naar een oplossing zoeken.

Tot en met 2006 werd onderhanden werk fiscaal gewaardeerd bij de verschillende momenten van oplevering van een project. Met ingang van 2007 is deze vertrouwde systematiek echter losgelaten. De nieuwe berekeningsmethode leidt tot een eenmalige en zeer hoge extra belastingheffing voor ondernemers, terwijl in de oude situatie de heffing over een aantal jaren werd uitgespreid. Uit een enquête onder de leden van Bouwend Nederland, Uneto-VNI en FME blijkt dat alleen al voor de geënquêteerde sectoren rekening moet worden gehouden met een extra belastingafdracht over 2007 van tenminste 660 miljoen euro. Dit komt dus bovenop de normale belasting over de jaarwinst in 2007.

Bedrijven kunnen hierdoor liquiditeitsproblemen krijgen. Bij een groot aantal bedrijven bedraagt de éénmalige belastingbetaling al meer dan 100% van de jaarwinst. Opgeteld bij de belasting over de normale jaarwinst bedraagt de totale belastingsbetaling in 2007 dus veel meer dan de winst. Dit betekent dat ondernemers bedrijfsmiddelen moeten verkopen of, als dat nog kan, extra bankkredieten moeten aantrekken met extra rentebetalingen van dien om deze aanslag te kunnen betalen. Dat heeft ook gevolgen voor de marktpositie van bedrijven. Een opdrachtgever gunt een opdracht immers alleen aan een ondernemer met een solide vermogenspositie.

De nieuwe systematiek stuit daarnaast op praktische bezwaren. Zo is niet wettelijk vastgelegd op welke manier de stand van het onderhanden werk moet worden bepaald. Ook wordt niet aangegeven hoe er met overeengekomen vergoedingen moet worden omgegaan. Deze onduidelijkheid leidt waarschijnlijk tot problemen met de belastinginspectie.

Bouwend Nederland, Uneto-VNI en FME hebben samen met VNO-NCW met spoed overleg aangevraagd bij het ministerie van Financiën. Voor de lange termijn is de inzet om te komen tot een wetswijziging. Op korte termijn zou er een betalingsregeling moeten komen om de eenmalige last over tien jaar uit te smeren. Het ministerie van Financiën heeft inmiddels het verzoek tot overleg over deze kwestie gehonoreerd.