Subsidienieuws: Innovatiesubsidies meer richten op mkb

15 december 2009

De overheid zou zich met innovatiesubsidies meer moeten richten op het midden- en kleinbedrijf. Dit stelt Ingrid Faber, lid van de Adviesraad voor Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT). De aandacht gaat nu te veel naar ondernemingen die nieuwe kennis ontwikkelen en te weinig naar ondernemingen die innoveren door bestaande kennis toe te passen.

In 2005 ging 90% van het innovatiegeld naar de ontwikkeling van nieuwe kennis, onder andere via de WBSO. Faber vindt die verhouding scheef. Temeer ook omdat de groep van kennistoepassers bestaat uit zo’n 200.000 bedrijven, een tamelijk groot aantal. Deze groep is geen technisch koploper, maar werkt aan nieuwe producten en een efficiëntere bedrijfsvoering. Zij innoveren door bestaande kennis op creatieve wijze toe te passen.

De raad adviseert meer middelen vrij te maken voor innovatievouchers en voor organisaties als Syntens, die overheid en subsidieaanvragers dichter bij elkaar kunnen brengen. De innovatievouchers zijn bedoeld voor de toepassers in het mkb en geven recht om voor maximaal € 7500 aan kennis en expertise in te kopen bij een universiteit of onderzoeksinstelling.

In het regeerakkoord staat weliswaar dat het kabinet de groep toepassers meer aandacht wil geven, maar Faber is er niet gerust op. Minister Van der Hoeven van Economische Zaken liet zich onlangs in een toespraak uit over de geringe samenwerking tussen het mkb en universiteiten. Volgens Faber impliceert dit dat de minister nog steeds vooral wil inzetten op 'echte' uitvindingen.

Auteur

Onno Bieleman