CAO lonen in 2007 met 1,9 procent gestegen

Loonstijging varieert per sector van 1,4 tot 2,3 procent

15 december 2009

De cao-lonen stijgen in 2007 gemiddeld met 1,9 procent. Vorig jaar bedroeg de loonstijging 1,8 procent. Over de gehele linie laat de loonstijging ook dit jaar een redelijk gematigd beeld zien. De loonstijging varieert van gemiddeld 1,4 procent (industrie) tot 2,3 procent (landbouw en visserij, vervoer en communicatie, overige dienstverlening).

Dit blijkt uit de Najaarsrapportage cao-afspraken 2007 die minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. De cijfers over de lonen zijn voorlopig en gaan alleen over wijzigingen in het contractloon. (Individuele) loonsverhogingen als gevolg van promoties en periodieken zijn niet meegenomen. Definitieve cijfers over 2007 komen tegen de zomer van 2008 beschikbaar.

Uit de rapportage blijkt verder dat 87 van de 122 onderzochte cao’s afspraken bevatten over de levensloopregeling. Werkgevers hebben in 48 akkoorden een financiële bijdrage aan de regeling toegezegd. Die loopt uiteen van 0,3 procent tot 3,8 procent. Gemiddeld is de bijdrage per werknemer in deze akkoorden 1 procent.

De rapportage laat ook zien dat in 47 cao’s de loondoorbetaling bij ziekte tijdens de eerste twee ziektejaren (over twee jaar genomen) minder of gelijk is aan 170 procent van het jaarloon. Bij 43 cao’s kan de loondoorbetaling over twee ziektejaren meer zijn dan de 170 procent als de werknemer zich voldoende inzet om weer aan het werk te gaan. In 26 akkoorden is de doorbetaling zonder meer hoger dan 170 procent. Daar is in 21 van de 26 gevallen wel afgesproken dat het in het eerste ziektejaar loont om weer aan het werk te gaan. Meestal komt dit erop neer dat na zes maanden ziekte minder dan 100 procent van het loon wordt doorbetaald.

Verder is er gekeken naar afspraken op het gebied van ‘employability’ (bredere inzetbaarheid) van het personeel. Vrijwel alle cao’s kennen afspraken over zaken als scholing, scholingsverlof, persoonlijke opleidingsplannen en persoonlijke opleidingsbudgetten. In 18 cao’s komen afspraken voor over de erkenning van zogeheten elders verworven competenties (kennis en ervaring die buiten het onderwijs zijn opgedaan).

bron: persbericht Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid