ZeZ-regeling naar Tweede Kamer

Vrouwelijke zelfstandigen krijgen zwangerschapsuitkering

15 december 2009

Vrouwelijke zelfstandigen krijgen vanaf 1 juli 2008 een wettelijk recht op een zwangerschaps- en bevallingsuitkering van minimaal zestien weken. De uitkering geldt voor zelfstandigen die in het voorafgaande jaar minstens 1225 uur gewerkt hebben, gemiddeld zo’n 20 uur per week. Dat staat in de zogeheten Zelfstandige en Zwanger-regeling (ZEZ-regeling) die minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken) woensdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Vrouwelijke zelfstandigen krijgen door de nieuwe wetgeving minimaal zestien weken recht op een uitkering die maximaal het minimumloon (bruto 1335 per maand) bedraagt. Hiervoor moeten de zelfstandigen in het voorafgaande jaar minstens 1225 uur werken. Het kabinet sluit met dit aantal uren aan bij de grens die de Belastingdienst hanteert als criterium voor zelfstandigenaftrek. Voor zelfstandigen die minder dan 1225 uur werken, hangt de uitkering af van de winst/inkomsten in het jaar voordat de uitkering wordt uitgekeerd. De beoogde invoeringsdatum is 1 juli 2008.

De belangrijkste reden om tot deze regeling te komen is de bescherming van moeder en kind. Veel vrouwelijke zelfstandigen vinden een private verzekering, die het inkomensverlies door zwangerschap en bevalling moet dekken, te duur. De nieuwe regeling vermindert de financiële noodzaak voor zelfstandigen om tijdens de zwangerschap lange tijd door te werken en na de bevalling weer snel te beginnen. Eerder heeft de rechter vastgesteld dat de regering op grond van internationale verplichtingen geen plicht heeft om met een regeling te komen voor zwangere zelfstandigen. De regeling geldt ook voor de meewerkende echtgenoot van een zelfstandige.

Het wetsvoorstel regelt opname van het recht op een zwangerschaps- en bevallingsuitkering voor zelfstandigen in de Wet arbeid en zorg. De regeling wordt uitgevoerd door de UWV en betaald uit de algemene middelen. Donner had bij aankondiging van de nieuwe regeling verwacht dat deze 13 miljoen euro zou gaan kosten, maar nu het wetsvoorstel is uitgewerkt, begroot hij voor dit jaar 14,5 miljoen euro. Vanaf 2009 bedragen de kosten naar verwachting 27 miljoen euro.

Eind vorig jaar werd de regeling ook nog opengesteld voor echtgenotes die meewerken in het bedrijf van hun partner. Het gaat hier volgens de minister namelijk om een bijzondere groep werkende vrouwen, omdat tussen echtgenoten geen arbeidsverhouding mag bestaan.

Het gaat op dit moment nog steeds om een voorstel. Over vrouwen die rond de datum van 1 juli bevallen zegt het wetsvoorstel het volgende: het recht op zwangerschapsuitkering zal gaan bestaan vanaf de dag van inwerkingtreding van het wetsvoorstel voor alle vrouwelijke zelfstandigen die op of na de dag van inwerkingtreding bevallen. Dit is ook het geval als sprake is van een recht op zwangerschapsuitkering van één of enkele dagen. Het recht op zwangerschapsuitkering loopt door tot en met de dag van de bevalling. Hierna heet het een bevallingsuitkering. In het voorstel wordt voorgesteld om die vrouwelijke zelfstandigen recht op een bevallingsuitkering te geven die bevallen op of na de dag van inwerkingtreding van dit wetsvoorstel. Degene die vóór inwerkingtreding van het wetsvoorstel is bevallen, kan géén recht op uitkering ontlenen. Ook het UWV geeft hierover, totdat het wetsvoorstel definitief is, geen extra informatie.

Meer over de ZeZ-regeling leest u hier.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid