Huisvestingsproblemen kosten MKB € 1,1 miljard per jaar

Financiële stimulans gemeenten nodig

15 december 2009

Een saneringsbijdrage moet gemeenten ertoe aanzetten meer te doen om verpaupering tegen te gaan. Daartoe moeten zij 50 tot 75 procent van de winst van gronduitgifte voor de bouw van nieuwe bedrijfs-, winkel- en kantoorlocaties gaan besteden aan renovatie, herstructurering en sanering van bestaande locaties. Dat stelde voorzitter Loek Hermans van MKB-Nederland voor bij de opening van de Week van de Ondernemer in Utrecht.

De Nederlandse markt van bedrijfshuisvesting functioneert slecht. Voorzitter Loek Hermans van MKB-Nederland stelt vast dat de ruimtelijke ordening niet alleen een verantwoordelijkheid is van gemeenten, die onder de huidige wetgeving een centrale rol vervullen. Gemeenten hebben nu te veel de ruimte om allemaal hun eigen bedrijventerrein, groot winkelcentrum en kantorenpark binnen hun grenzen neer te zetten. De samenhang met buurgemeenten ontbreekt veelal. En projectontwikkelaars spelen daar handig op in. In hoog tempo worden plannen voor nieuwe locaties ontwikkeld die vooral meer van hetzelfde zijn (grote panden, monofunctioneel) en waar steeds minder vraag naar is. Het resultaat, aldus Hermans, is leegstand maar ook verpaupering van bestaande locaties. En daar investeren gemeenten vaak niet in, want dat kóst geld.

Dat leidt niet alleen tot maatschappelijke verontwaardiging over de verrommeling van het Nederlandse landschap, het heeft ook economische impact. Mkb-bedrijven zijn met name de dupe. Onderzoeksbureau EIM heeft in opdracht van MKB-Nederland berekend dat 290.000 mkb-bedrijven op dit terrein knelpunten ervaren. Voor 120.000 ondernemers zijn de huisvestingsproblemen zo groot, dat ze de bedrijfsvoering negatief beïnvloeden. Ze vinden geen geschikte ruimte en als ze willen bouwen of verbouwen, krijgen ze te maken met tijdrovende, kostbare en beperkende procedures van vergunningen en voorschriften. Het EIM heeft becijferd dat huisvestingsproblemen van het mkb de Nederlandse economie 1,1 miljard euro per jaar kosten (0,2 procentpunt minder economische groei).

Op de kantorenmarkt staat thans 6 miljoen m2 leeg (12 procent), waarvan de helft al meer dan twee jaar. Toch zijn er plannen in ontwikkeling voor de nieuwbouw van nog eens bijna 10 miljoen m2, waarvan het allerminst vaststaat dat daarvoor ooit huurders worden gevonden. Anderzijds is er een grote, toenemende vraag naar kleinschalige, betaalbare kantoorunits vanuit het midden- en kleinbedrijf, waaraan gemeenten en projectontwikkelaars niet tegemoet komen in hun plannen.

Ook in de detailhandel, bij bedrijfspanden en op bedrijventerreinen is sprake van een mismatch en scheefgroei. Er staat 2 miljoen m2 aan winkeloppervlakte structureel leeg op onaantrekkelijke locaties waar (ook) geen mkb-detaillist zich nog wil vestigen. En in de nieuw te bouwen winkelcentra (gepland: 2 miljoen m2) is meestal slechts plaats voor de bekende landelijke ketens.

MKB-Nederland vindt dat gemeenten en projectontwikkelaars financieel moeten worden geprikkeld verder te kijken dan het volgende grootschalige nieuwbouwproject. Gemeenten moeten 50 tot 75 procent van de winst van gronduitgifte voor de aanleg van nieuwe bedrijfs-, winkel- en kantorenlocaties gaan afdragen voor de broodnodige renovatie, herstructurering en eventueel sanering van bestaande locaties.

Ten aanzien van de rol van projectontwikkelaars ziet Hermans wel iets in de aanpak die in Vlaanderen wordt gehanteerd. Projectontwikkelaars betalen daar een boete als hun pand te lang (twee jaar) onnodig leeg staat. In Vlaanderen bleek alleen al de aankondiging van een dergelijke leegstandsheffing bij te dragen tot ‘spontaan’ hergebruik. Na de daadwerkelijke invoering heeft tweederde van de eigenaren binnen twee jaar een nieuwe bestemming voor hun pand gevonden.

Hermans: “Als we zoiets in Nederland zouden invoeren, zouden projectontwikkelaars na het eerste jaar met de gemeente moeten afspreken hoe zij het pand geschikt zouden kunnen maken voor andere dan de oorspronkelijke doeleinden. Als zij zich een jaar later niet aan die afspraak hebben gehouden, zouden ze een boete moeten betalen aan de gemeente. Ook deze opbrengst zou moeten worden gebruikt voor renovatie, herstructurering en sanering van bestaande locaties. Deze mogelijkheid willen wij serieus onderzoeken, samen met de Vereniging Nederlandse Gemeenten.”

Onlosmakelijk met deze voorstellen verbonden is het ruimer toestaan van functiemenging, zoals kantoren op bedrijventerreinen, aldus MKB-Nederland. Gemeenten gaan daar nu krampachtig mee om. Dit soort afspraken zijn goed te maken in publiek-private (her)ontwikkelingsmaatschappijen, waarin gemeenten en projectontwikkelaars langjarige afspraken kunnen maken en planning, ontwikkeling en beheer in één hand zijn.

MKB-Nederland vindt dat bij nieuwbouw veel meer rekening moet worden gehouden met de wensen en behoeften van de belangrijkste banenmotor, het mkb. Dat is een gedeelde verantwoordelijkheid van alle overheden. De rijksoverheid moet de regie weer oppakken en een heldere visie ontwikkelen over waar we in dit land in 2020 willen staan met bedrijventerreinen, winkelcentra en kantoorlocaties. Vervolgens zijn het de provincies die de nationale uitgangspunten moeten vertalen in regionale visies. Zij moeten regionaal de regie voeren en ervoor zorgen dat gemeenten meer met elkaar samenwerken. Als de nu veel te passieve provincies tekortschieten, moet de rijksoverheid zelf aanwijzingen kunnen geven.

MKB-Nederland doet deze voorstellen met het oog op de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening, die op 1 juli aanstaande in werking treedt en waarover de Tweede Kamer op 24 april debatteert.

Bron: MKB Nederland