Groei bancaire kredietverlening neemt verder af

Vooral daling van conjunctuurgevoelige leningen met looptijd tot één jaar

29 januari 2009

Dit blijkt uit de nieuwste monetaire cijfers die door de Nederlandsche Bank zijn gepubliceerd.

In de tweede helft van vorig jaar was reeds een zichtbare groeivertraging opgetreden, waarbij de maandelijkse netto toename minimaal was. In december daalden de uitstaande leningen aan bedrijven in Nederland ten opzichte van de maand ervoor met circa EUR 2,2 miljard tot ruim EUR 301 miljard. Aangezien het cijfer van december door seizoenseffecten negatief wordt beïnvloed, is moeilijk in te schatten of dit wijst op een structurele afname. De daling betrof vooral de conjunctuurgevoelige leningen met een looptijd tot één jaar, die voornamelijk gebruikt worden als werkkapitaal. De jaar-op-jaar groei, waarin de toename in de eerste helft van 2008 nog doorwerkte, vertraagde hierdoor tot 12%. In de zomer van vorig jaar was de groei van de kredietverlening nog uitgekomen op 17%, mede door omvangrijke bedrijfsinvesteringen in de eerste helft van 2008.

De balansen van de banken toonden een lagere stand van de kredietverlening aan bedrijven: EUR 291 miljard eind 2008. Dit hing samen met de verkoop van bedrijfsleningen - zogenoemde securitisaties - die in december op circa EUR 10 miljard uitkwamen. Bij een securitisatie haalt een bank leningen van de balans en brengt ze onder in een speciaal hiervoor opgerichte dochterinstelling. Die financiert de aankoop van de leningen door effecten uit te geven. De laatste tijd kochten de Nederlandse banken deze effecten steeds meer zelf op; vervolgens boden zij deze bij DNB aan als onderpand voor liquide middelen. Deze werkwijze werd versterkt doordat banken de laatste maanden nog slechts beperkt bereid waren om geld aan elkaar uit te lenen.

In december 2008 hebben de banken voor een bedrag van omstreeks EUR 30 miljard leningen gesecuritiseerd, waarvan een derde bedrijfskredieten en twee derde woninghypotheken. Het bedrag viel mede zo hoog uit door een inhaaleffect. Banken hebben een onafhankelijke waardering van de effecten door een derde partij nodig om deze in te kunnen brengen als onderpand bij DNB. Het kostte kredietbeoordelaars enige tijd voor zij een waardering konden afgeven.

Bron: DNB