Verkiezingen: Politiek omarmt ondernemerschap

Op welke partij moet een ondernemer stemmen?

27 september 2013

Met het oog op de verkiezingen heeft Ondernemen! de lijsttrekkers van de vijf grootste partijen in de Tweede Kamer vijf voor ondernemers belangrijke vragen voorgelegd. Jan Peter Balkenende (CDA), Nebahat Albayrak (nummer 2 PvdA, ter vervanging van Wouter Bos), Mark Rutte (VVD), Jan Marijnissen (SP) en Femke Halsema (GroenLinks) over bureaucratie, belastingen en beroepsonderwijs.

Waarom zou een ondernemer op u(w partij) moeten stemmen?

Balkenende:

“Allereerst mogen we best een beetje trots zijn op de resultaten van de afgelopen vier jaar. Dankzij het werk van mijn partijgenoot Joop Wijn geldt voor alle ondernemers volgend jaar een lager belasting tarief. Door de hervormingen van de WAO, WIA en WW zien we ook dat veel meer mensen weer actief meedoen op de arbeidsmarkt. En we zijn begonnen met het verminderen van de administratieve lasten. Alles bij elkaar onderstreept dit wat het CDA ook voor de toekomst luid en duidelijk neerzet: wij hebben vertrouwen in ondernemers en maken ruim baan voor hen. Minder regels, meer geld voor innovatie, meer overheidsopdrachten voor het mkb en ondernemerschap als keuzevak op school.”

Albayrak:

“De PvdA beseft steeds meer dat haar belangen en de belangen van ondernemers veel raakvlakken hebben. Ondernemerschap is cruciaal voor een sterke economie. Ondernemers zijn het cement van de maatschappij. Om sterk te blijven moet er ruimte zijn voor ondernemers en voor innovatie. We zijn trots op multinationals zoals Shell, DSM en Unilever, maar een sterk mkb is net zo belangrijk. Het mkb is de ruggengraat van de economie. Het ondernemen doen de bedrijven zelf. De PvdA vindt dat de overheid er wel is om ondernemerschap te stimuleren. Door het afschaffen van onnodig hinderende regelgeving en te zorgen voor een goed opgeleide en gemotiveerde beroepsbevolking.”

Rutte:

“De VVD heeft de afgelopen jaren veel voor ondernemers gedaan. Ze heeft er voor gezorgd dat de WAZ en de Wet Samen zijn afgeschaft, dat de vennootschapsbelasting fors is verlaagd en de zelfstandigenaftrek verhoogd. Verder is onder meer de kapitaalbelasting afgeschaft en is er geen verplichte aansluiting bij de arbodienst meer. Dankzij de VVD is de vrijstelling successierecht op familiebedrijf van 30 naar 75 procent verhoogd en is er vanaf 1 januari 2007 één inspecteur in plaats van een eigen inspecteur van iedere dienst. De VVD wil doorgaan met het verbeteren van het ondernemingsklimaat, onder meer door verdere vermindering van de administratieve lasten, afschaffen en vereenvoudigen van vergunningen, eenvoudiger ontslagstelsel en afschaffing van de verplichte product- en bedrijfschappen en de erfenis- en schenkingsbelasting. Het opstarten van nieuwe ondernemingen maken we aantrekkelijker met een belastingvrijstelling van drie jaar. Verder willen we alle belastingtarief schijven met 3 procent verlagen.”

Marijnissen:

“De SP wil dat er structurele maatregelen worden genomen om kleine ondernemers te ondersteunen. We willen de kleinschaligheidaftrek fors verhogen. Bedrijven met maximaal 20 werknemers moeten bij ziekte van werknemers nog maar één in plaats van twee jaar loon doorbetalen. Ook moet er een verbod komen op verkoop onder de inkoopsprijs. Ruim een op de tien kleine ondernemers leeft onder de armoedegrens, daar heeft de SP oog voor. Maar bijvoorbeeld ook voor de gevolgen van criminaliteit die een bedreiging vormen voor veel ondernemers. Behalve meer blauw op straat - 1500 extra agenten- wil de SP dat het eenvoudiger wordt om aangifte te doen en de schade op de dader te verhalen. Gemeentelijke belastingen moeten worden gebundeld in één aanslag. En de loonbelasting en afdracht van premies moeten eenvoudiger. Kleine ondernemers moeten ook de mogelijkheid krijgen zich beter en goedkoper te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid.”

Halsema:

“Omdat GroenLinks het beste partijprogramma heeft voor ondernemers. Zo komt de werkgeversbijdrage voor kinderopvang bij ons te vervallen. Ook voor ondernemers wordt de kinderopvang gratis. De ontslagprocedure wordt korter en eenvoudiger. Het wordt aantrekkelijker om nieuwe mensen aan te nemen. Arbeid wordt veel goedkoper. Kleine en startende ondernemers worden gestimuleerd en ondersteund. We hebben een small is beautiful-pakket gemaakt waarbij we kiezen voor fiscale hervormingen ten faveure van het mkb en niet voor een ongerichte lastenverlichting voor multinationals. Ook de aanbesteding van de overheid moet veranderen zodat het meer in het voordeel van mkb-bedrijven uitpakt. En natuurlijk is GroenLinks het beste voor innovatieve en duurzame ondernemers. De onverwachte subsidiestop van minister Wijn voor duurzame energie is desastreus voor een betrouwbaar en duurzaam investeringsklimaat.”

Nederland is een bureaucratie geworden. Wat wil uw partij daartegen doen?

Balkenende:

“Het CDA wil een duidelijke afspraak maken over de verlaging van administratieve lasten en nalevingskosten. Minder regels, minder toezichthouders en minder controles. In de afgelopen jaren is de overheid op sommige vakgebieden zichzelf aan het voorbijstreven in onnodige regulering. Daarom wil het CDA het aantal ambtenaren verminderen door in de komende jaren slechts 75 procent van de vertrekkende ambtenaren te vervangen. Over vier jaar levert dat in totaal bijna eenvijfde minder ambtenaren op. Als het aan mij ligt worden dit duidelijke, taakstellende afspraken voor het volgende kabinet.”

Albayrak:

“De PvdA maakt zich sterk voor de vermindering van de regeldruk. Achter de reductie van de administratieve lasten met 25 procent hebben wij ons nadrukkelijk geschaard. De PvdA maakt zich echter zorgen over het feit dat de ondernemer tot nu toe weinig tot niets van de geboekte resultaten merkt. Voor de volgende kabinetsperiode staat dit punt voor de PvdA daarom prominent op de agenda. De bureaucratie voor ondernemers moet nu echt op de schop. De benadering van dit kabinet is te boekhoudkundig. Of anders gezegd: het kabinet komt wel de afspraken met de Tweede Kamer na, maar niet met de ondernemer!”

Rutte:

“De VVD wil de bestuurlijke wirwar aanpakken en het aantal politieke bestuurders met een kwart verminderen. De Tweede Kamer moet terug van 150 naar 100 zetels. Ook is een heldere bepaling van de publieke taken noodzakelijk. Het uitgangspunt voor het openbaar bestuur moet zijn om zoveel mogelijk dichtbij de burger te regelen. De VVD staat voor minder regels. Dus geen nationale aanscherping van Europese regels. Uitvoeringsorganisaties moeten zich aan een harde bureaucratienorm houden: maximaal 15 procent kosten voor management en administratie. Deze norm moet gelden voor alle organisaties die voor de helft of meer uit belastinggeld worden betaald.”

Marijnissen:

“Tal van sectoren hebben de afgelopen periode te maken gekregen met enorme schaalvergroting. De ene na de andere fusiegolf in onderwijs, gezondheidszorg, volkshuisvesting en bedrijfsleven hebben we over ons heen gekregen. Maar de belofte dat dat zou leiden tot meer efficiency en lagere kosten is meestal niet waargemaakt. En ondertussen is de menselijke maat zoekgeraakt. Mensen voelen zich vaak behandeld als nummers en beroepskrachten zien zich weggezet door bureaumanagers die meer hebben met cijfers dan met mensen. Hun motivatie en beroepseer zijn zwaar onder druk komen te staan. De oplossing ligt in schaalverkleining en decentralisatie, zodat overheidsorganisaties en ondernemingen weer menselijk worden en letterlijk dichter bij de mensen komen te staan.”

Halsema:

“Vooral voor kleine ondernemers is het van groot belang dat de financiële en administratieve lasten flink worden teruggedrongen. Zij moeten zich bezig houden met ondernemen en niet met bureaucratische rompslomp. Een maatregel als de zojuist ingevoerde eerste-dag-melding gaat van tafel. De fiscale en sociale zekerheidsregels worden eenvoudiger. De CBS-verplichtingen worden tot een minimum beperkt. Er komt één controle- en inspectiedienst voor het bedrijfsleven. Daarmee wordt bereikt dat alle bestaande tegenstrijdigheden en overlappingen in de huidige verschillende regels van tafel gaan.”

De inkomstenbelasting is nog steeds een ingewikkeld systeem. Verder vereenvoudigen en hoe?

Balkenende:

“Voor de komende vier jaar zet het CDA niet in op grote veranderingen in onze inkomstenbelasting. Wel willen we de arbeidsdeelname stimuleren. Daarom voegen we de eerste en tweede loonschijf samen en maken we tegelijkertijd de arbeidskorting meer inkomensafhankelijk.”

Albayrak:

“Om de administratieve lasten van het bedrijfsleven te beperken, kan vereenvoudiging van de loonheffingen gewenst zijn. Daartoe moet de Wet administratieve lastenverlichting en vereenvoudiging in sociale verzekeringswetten (Walvis) een vervolg krijgen. Nagedacht kan worden over loonsombelasting.”

Rutte:

“De VVD is voorstander van minder én eenvoudiger regels. Zij heeft vorig jaar het kabinet voorgesteld om de regels voor loon in natura en privégebruik van bedrijfsmiddelen te vereenvoudigen. Voor de inkomstenbelasting kan hetzelfde van de VVD verwacht worden. Naast de door ons voorgestelde belastingverlaging van 3 procent en de belastingvakantie

voor starters zullen wij ons sterk maken voor een inkomstenbelasting die eenvoudiger en begrijpelijker is.”

Marijnissen:

“Versoepel indien mogelijk het systeem van de maandelijkse aangifte voor kleine ondernemers. Aanpassing van de inkomstenbelasting kan zowel voor ondernemers als de fiscus grote kosten met zich meebrengen. De nadruk lijkt de laatste jaren echter steeds meer op de voordelen voor de fiscus te liggen en niet op de administratieve lasten voor ondernemers. Zet een gemengde commissie van ondernemers en specialisten van de Belastingdienst om tafel om een aantal praktische voorstellen te doen voor (verdere) vereenvoudiging van ons belastingsysteem.”

Halsema:

“GroenLinks vereenvoudigt de inkomstenbelasting radicaal. Alles wordt op alles gezet om te komen tot een eenvoudig stelsel met lage tarieven. Daarbij zijn we kritisch over de bestaande grote aftrekposten en gaan veel kleintjes van tafel. De voor niemand meer te begrijpen hoeveelheid kortingen wordt sterk verminderd. Dat leidt tot opbrengsten die ingezet worden voor lagere tarieven en een eenvoudiger stelsel.”

Een blijvend tekort aan arbeidskrachten dreigt door de vergrijzing. Hoe tackelt u dit onderschatte gevaar voor de economie?

Balkenende:

“Juist met het oog op dat tekort hebben we de afgelopen vier jaar de WAO, WW en Bijstandswet hervormd. Dat levert nu al resultaten op. Maar met een aantrekkende economie zal de vraag naar arbeid alleen maar toenemen. Daarom zet het CDA in op een terugkeer naar de 40-urige werkweek. Daarvoor betalen we natuurlijk wel. En we maken werken weer financieel aantrekkelijk, juist ook voor mensen met een lager inkomen. We willen ook graag de talenten van oudere werknemers blijven benutten. Daarom steunen we flexibele pensionering en de inzet van de levensloopregeling voor deeltijdpensioen.”

Albayrak:

“De PvdA wil dat meer mensen aan het werk gaan en vooral blijven. Werkgevers krijgen sterkere financiële prikkels om oudere werknemers aan het werk te houden. Leeftijdsdiscriminatie pakken we hard aan. Werkgevers die oudere werknemers in dienst nemen, krijgen een korting op de werkgeverspremies. De pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar blijft onaangetast. Maar mensen die langer willen doorwerken, mogen niet worden ontmoedigd of tegengewerkt. De participatie van vrouwen laat nog te wensen over, ondanks dat het opleidingsniveau hoger is dan vroeger. De PvdA wenst in nauw overleg met werkgevers en vrouwenorganisaties maatregelen te nemen tegen de ongewenste uitval van vrouwen tussen 35 en 40 jaar.”

Rutte:

“De VVD ziet ten aanzien van de vergrijzing vooral kansen. Maar de vergrijzing brengt natuurlijk ook kosten met zich mee. Dekking van die kosten moet allereerst komen uit een hogere arbeidsdeelname. Daarom pleit de VVD voor betere kinderopvang en naschoolse opvang en een belastingverlaging, zodat werken ook echt loont.”

Marijnissen:

“Mensen moeten ook met positieve prikkels worden gestimuleerd om te kiezen voor langer doorwerken. Er moeten meer mogelijkheden komen voor ouderen die minder uren willen gaan maken om zo hun arbeidzame leven over een aantal jaren af te bouwen. En veel bedrijven moeten aan een cultuuromslag werken. Zo moeten supermarktbedrijven niet alleen tieners in dienst nemen, maar ook ouderen. Maak verder door middel van een bonus het werken lonender voor mensen die vanuit een uitkeringsituatie gaan werken voor een inkomen op of vlak boven het minimumloon. Het belangrijkste is echter dat het beroepsonderwijs de komende jaren wordt verbeterd zodat er voor ondernemers voldoende vakmensen beschikbaar zijn.”

Halsema:

“GroenLinks onderkent dit probleem ten volle. Het is van belang om alle groepen te stimuleren om (meer) te gaan werken. Eindelijk moet de armoedeval worden opgeheven. Werk moet lonen en dus moet de overstap vanuit een uitkeringssituatie financieel voordeel opleveren. Vrouwen kunnen worden gestimuleerd door het kostwinnersvoordeel uit het fiscaal stelsel te halen, kinderopvang gratis te maken en betere verlofregelingen te introduceren. Bij laagopgeleiden gaat het vooral om het verlagen van de werkgeverslasten. Deels ook gaat het om het wegnemen van vooroordelen. Onderzoek laat zien dat allochtonen en ouderen gediscrimineerd worden op de arbeidsmarkt. Voor ouderen komt er een sociale en flexibele aow die hen stimuleert om langer door te werken. Voor nieuwe generaties - geboren na 1990 - wordt de aow arbeidsafhankelijk. Dat stimuleert de arbeidsparticipatie en is rechtvaardig: mensen die eerder beginnen met werken, mogen ook eerder stoppen.”

Het beroepsonderwijs in Nederland baart zorgen. Vmbo en mbo kampen met voortijdige uitval van leerlingen, bedrijven klagen over de aansluiting op de praktijk. Wat te doen?

Balkenende:

“We geven meer ruimte aan leraren en scholen om op hun eigen manier de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. En de leerling en zijn schoolloopbaan staan centraal. Voor vmbo-leerlingen moet daarom ook de mogelijkheid komen om eerder een vak te leren. Daarvoor zijn meer praktijklokalen en een goede regionale samenwerking met het bedrijfsleven nodig. Voor jongeren onder de 27 geldt dat er een keuze is tussen werken of leren om de startkwalificaties te halen. Daar moeten we gewoon duidelijk in durven zijn. We hebben straks echt iedereen nodig. Daar willen we dus ook in investeren.”

Albayrak:

“We hebben behoefte aan vakmensen. De schooluitval moet met de grootste spoed worden aangepakt. De PvdA streeft naar kleinere scholen binnen grotere bestuurlijke eenheden. Een groot deel van de uitval na het vmbo op de roc’s wordt veroorzaakt door een verkeerde keuze van de vervolgopleiding. Dat kan deels worden voorkomen door in samenspraak met roc en CWI een zwaarwegende beroeps- en opleidingskeuzetest aan te bieden. Binnen roc’s moeten er opvangklassen komen voor leerlingen die uitvallen omdat ze een verkeerde studiekeuze hebben gemaakt. Scholing tijdens de loopbaan moet volstrekt normaal zijn. De PvdA introduceert een individuele leerrekening waarmee opleidingen bekostigd kunnen worden.”

Rutte:

“Het is volstrekt onaanvaardbaar dat jaarlijks meer dan 50.000 jongeren zonder diploma de school verlaten. Verantwoordelijkheid hiervoor moet worden gelegd bij de scholen, die de leerlingen in overleg met de ouders binnenboord moeten houden. Schooluitval begint vaak met spijbelen. Scholen moeten daar zeer alert op zijn. Leerlingen die spijbelen moeten intensieve begeleiding krijgen en desnoods uit bed worden gehaald. Als dat niet helpt, komt de spijbelrechter in beeld. Naast dwang en drang moet een passend onderwijstraject worden geboden. Meer ruimte voor praktijk, meer maatwerk, een betere aansluiting op de arbeidsmarkt. De overheid moet zorgen voor een betere handhaving van de leerplicht en een leerwerkplicht tot 23 jaar.”

Marijnissen:

“Er zijn jaarlijks 57.000 schooluitvallers. Teveel vmbo-leerlingen gaan niet naar een roc. In 2003 deed de SP aanbevelingen om te voorkomen dat het vmbo het afvalputje van het onderwijs zou worden: kleine klassen en minder theoretische vakken. Het beroepsonderwijs moet verbeteren met meer leraren en vooral veel meer praktijkgericht onderwijs. Jongeren die met hun handen willen werken moet je niet met de neus in de boeken duwen, maar zo snel mogelijk de mouwen laten opstropen. Dan behouden ze zelf plezier in hun opleiding en stromen ze makkelijker in het bedrijfsleven in. Als dit werkt hoeven we ook geen of veel minder arbeidskrachten te importeren. Die investeringen in het onderwijs kunnen we voor het grootste deel betalen door niet langer tot meer dan 50 procent aan overhead te besteden, maar daadwerkelijk aan onderwijskrachten.”

Halsema:

“Juist voor vmbo en mbo komt er fors meer geld bij. GroenLinks investeert van alle partijen het meeste in onderwijs. De kwaliteit moet omhoog en voor veel (probleem)leerlingen is meer individuele aandacht nodig. Dat kan alleen met meer geld. Daarnaast willen we toe naar een Scandinavisch arbeidsmarktmodel. Op regionaal niveau moet veel beter worden samengewerkt tussen sociale partners, overheid en onderwijs om gezamenlijk het probleem van schoolverlaten, het gebrek aan stageplekken en leerwerktrajecten en de te beperkte aansluiting op de praktijk op te lossen. Jonge mensen die afhaken en alle mensen die nu aan de kant staan en werkervaring nodig hebben, kunnen alleen in goede samenwerking met het bedrijfsleven weer een echte kans krijgen. Het is niet voor niks dat in Scandinavische landen het probleem van schoolverlating veel kleiner is en de langdurige werkloosheid aanmerkelijk lager ligt dan in Nederland.”

Door: Mieke Ripken in Ondernemen!