Handel, altijd en overal

Column Marc Guillet | Turkije veroveren

06 september 2018

Clichés over Turken en Turkije zijn zo oud als de verovering van het christelijke Constantinopel door de Turkse moslims onder leiding van sultan Mehmet de Veroveraar in 1453. En die stereotypen zijn in de eeuwen daarna veelvuldig aangescherpt doordat de Turken twee maal hebben geprobeerd Wenen, het symbool van christelijk Europa, te veroveren.

Business guide Turkije

E-book Eerste hulp bij Groeien

Brand New Day

Niet de samenwerking tussen Turken en Nederlanders in onze onafhankelijkheidsoorlog tegen de katholieke Spanjaarden, maar de Turken als aartsvijanden van het christendom, is blijven hangen.

Negatieve associaties met het woord Turk leiden een hardnekkig leven, zo blijkt. In de Dikke Van Dale uit 1995 kom ik uitdrukkingen tegen als ‘tieren als een Turk’, ‘zo zwart’ (bedoeld: smerig) als een Turk’, ‘aan de Turken overgeleverd zijn’ (wat betekent: slecht behandeld, bedrogen, mishandeld worden), ‘rijden als een Turk (slecht rijden). Het woord ‘turken’ blijkt volgens het woordenboek zelfs een werkwoord te zijn voor treiteren.

Schrijver A. Den Doolaard liet zich in zijn roman ‘Orient Express’ uit 1934 (over een opstand van de Macedoniërs tegen de Turken) ook niet kennen als een vriend van de Turken. Wanneer de Macedonische boeren met hun zeis moeten werken schrijft hij:  ,,Vooruit broertje: sla er op los! denk maar dat elke halm een Turk is.’’

Achterlijk land

Veel Nederlanders denken nog steeds dat Turkije vooral een achterlijk land is. Ze kijken hun ogen uit wanneer ze Istanbul voor het eerst bezoeken. Niet alleen in de voormalige kathedraal Hagia Sophia, het Osmaanse sultanspaleis Topkapi, of de Blauwe Moskee. Het straatbeeld en de Turkse cultuur verbaast ze ook. ‘Goh, ik wist niet dat Turkije zo modern was’, is een standaard reactie. Meteen daarop gevolgd door ‘Ik zie hier veel minder hoofddoekjes dan in Nederland!’

Verbaasd zijn ze ook dat niet alle Turken donker zijn, maar dat er juist veel zijn die blank zijn met blauwe of groene ogen, en ook nog eens echt blond haar blijken te hebben. Ze geloven me niet wanneer ik hen vertel dat Atatürk, de grondlegger van het moderne Turkije, blauwe ogen had en blond was.

Hoewel steeds meer Nederlanders – als toerist, student, en ondernemer – kennismaken met Turkije, blijven stereotypen hardnekkig. Sommigen geven toe dat ze dachten dat alle mannen snorren zouden hebben. En dat alle leidinggevenden met een speldje met de beeltenis van Atatürk op hun revers zouden lopen. Geen van die vooroordelen bleek te kloppen.

Megasprong

Veel Nederlandse ondernemers die willen inhaken op de groeiende Turkse economie realiseren zich onvoldoende dat Turkije geen derdewereldland meer is en dat het in de voorbije twintig jaar op diverse gebieden een megasprong voorwaarts heeft gemaakt. Denk aan industrie, de banksector, mode- en textielkwaliteit, management en de dienstensector. En ook: de groei van krachtige merken, producten en diensten met een herkenbare internationale signatuur.

Als Nederlanders zakendoen met EU-landen, dan timmeren ze alles af met contracten, maar als ze naar Turkije gaan dan worden soms alle richtlijnen vergeten. Ik hoor helaas nog te vaak voorbeelden van bedrijven die beginnen met export naar Turkije en in de problemen komen doordat ze zich onvoldoende hebben voorbereid wat betreft benodigde documenten.

Anti-regeringsleuzen

Positief verbaasd zijn Nederlanders over de enorme gedrevenheid, ambitie en handelsgeest van de Turken. Er is is altijd en overal handel. Zo verkochten straatventers tijdens de wekenlange Gezi-park protesten vorige zomer niet alleen stukken watermeloen, frisdrank en t-shirts, maar ook spuitbussen in alle kleuren van de regenboog zodat de activisten overal anti-regeringsleuzen op konden spuiten. En van die plastic witte maskers met een boosaardige grijns, sik en snor die we kennen van de Anonymous-hackersgroep en van de Occupy-protesten in de Verenigde Staten. Ik verbaas me er bij elke regenbui weer over hoe plotseling overal mannetjes opduiken met paraplu’s. “Vijf lira, vijf lira” (1,75 euro) roepen ze, en ze doen goede zaken.

Een paar dagen geleden stap ik ’s avonds tegen elf uur van de veerboot de kade op van Kadiköy, aan de Aziatische kant van Istanboel. Het is een warme zomeravond. Uit de boxen van een geparkeerde auto klinken snelle, vrolijke klanken, kenmerkend voor de muziek die in het Zwarte Zeegebied zo populair is. Vier jongens dansen hand-in-hand de traditionele Horon-dans. Mensen blijven staan kijken en genieten. Steeds meer voorbijgangers, wildvreemden voor elkaar, sluiten zich aan en de slinger Horon-dansers wordt steeds langgerekter. Uit het niets stapt er ineens een jonge man naar voor met flesjes gekoeld water! Ik kan een glimlach niet onderdrukken en steek mijn duim goedkeurend naar hem op. Het zit gewoon in hun genen denk ik. Kansen zien en altijd en overal handel.

Auteur

Marc Guillet