Duidelijkheid over derivaten

Column Patrick van Gerwen | Cadension

16 september 2014

Er zijn positieve ontwikkelingen voor mkb’ers met problemen met rentederivaten. De eerste spelregels zijn vastgesteld. Minister Dijsselbloem van Financiën stuurde een brief naar de Tweede Kamer waarin hij meer duidelijkheid geeft over de manier waarop de banken bezig zijn met rentederivaten.

Op 1 september stuurde minister Dijsselbloem (Financiën) een baanbrekende brief naar de Tweede Kamer. Hij gaf hierin een update over de manier waarop de banken bezig zijn met de herbeoordeling van rentederivaten die aan mkb’ers zijn verkocht. Het blijkt dat de banken daar wel mee bezig zijn, maar dat het inhoudelijk nog niet aan de kwaliteitseisen voldoet. De banken nemen namelijk niet alle belangrijke feiten mee in de herbeoordelingen. En ze communiceren hierover niet met de klanten. Dat heeft toezichthouder AFM geconstateerd aan de hand van de steekproeven die bij de banken zijn gedaan.

Concreet inzicht

Misschien is dat de aanleiding voor de AFM geweest om nu eindelijk meer concreet inzicht te geven in de principes die moeten gelden voor de oplossingen die de banken aan klanten bieden. Daar zitten namelijk een paar hele duidelijke principes tussen. Zo stelt AFM dat bij het vinden van een oplossing moet meespelen of de bank de klant ook gedurende de looptijd van het rentederivaat adequaat heeft geïnformeerd. En: of de bank de uitgangspunten, het advies en gespreksverslagen goed heeft vastgelegd. Ofwel, wanneer nauwelijks tussendoor ‘onderhoudsgesprekken’ hebben plaatsgevonden en als er sprake is van slechte vastlegging, dan zal de weegschaal sneller doorslaan in het voordeel van de mkb’er. Dat blijkt in de praktijk nogal eens het geval te zijn.

Bovendien dient er financiële compensatie te komen als:

  • Een ‘overhedge’ (hoofdsom rentederivaat hoger dan hoofdsom financiering, bijvoorbeeld door aflossingen) te wijten is aan het handelen van de bank.

  • Het verkochte product niet past bij de kennis en ervaring van de klant, of;

  • Sprake is van niet-passend advies (product past niet bij situatie en behoefte van de klant).

Positieve ontwikkelingen

Dit zijn hele positieve ontwikkelingen voor mkb’ers met problemen met rentederivaten. De eerste spelregels zijn vastgesteld. Alle banken moeten nu aan de hand van deze criteria jouw situatie beoordelen. En als de bank dat niet goed doet, kun je straks naar het Kifid, dat als onafhankelijk instituut geschillen beoordeeld. Op een laagdrempelige manier.

De banken hebben aan AFM gemeld dat ze vóór het eind van dit jaar alle aan het mkb verkochte rentederivaten zullen herbeoordelen, ongeacht of je daar nu zelf een klacht voor indient of niet. Dat klinkt vast als muziek in de oren als je een renteswap hebt die dwarszit. Maar let goed op! Vanwege een handige definitiekwestie vallen lang niet alle mkb’ers in de groep die wordt herbeoordeeld. Het gaat dan met name om de wat grotere mkb’ers (qua omzet, balanstotaal en eigen vermogen). Voor hen is wachten op een handreiking door de bank vergeefse moeite.

Herbeoordeling

Bovendien geeft AFM nu al aan dat ze op basis van steekproeven ziet dat banken de herbeoordelingen nog niet goed uitvoeren. Dat wijst mijn dagelijkse praktijk ook uit. Belangrijke elementen worden buiten beschouwing gelaten of worden niet eens ter discussie gesteld door de bank. Als dat gebeurt, is een goede uitkomst per definitie niet mogelijk.

Het is daarom belangrijk om zelf aan het roer te gaan staan. Zowel voor degenen die ‘te groot’ zijn volgens de criteria van de bank als de mkb’ers die door de bank worden benaderd met een voorstel voor het oplossen van problemen. En niet te vergeten: ook ondernemers die eerder hebben besloten om (al dan niet vrijwillig) hun renteswap af te kopen, komen in aanmerking voor een herbeoordeling.

Auteur

Patrick van Gerwen