Deadline 1 april
Heeft u in het verleden bijvoorbeeld uw auto of woon-werkpand als ondernemingsvermogen aangemerkt dan moet u de btw die u destijds heeft afgetrokken, in één keer voor een groot gedeelte terugbetalen. Voor het berekenen van het verschuldigde bedrag wordt aangesloten bij de herzieningstermijn. Deze is voor roerende zaken vijf jaar en voor onroerende zaken tien jaar.
Voorbeeld: op 1 januari 2005 heeft u een woon-werkpand gekocht voor € 500.000 (inclusief € 79.832 btw). Nog datzelfde jaar heeft u het pand in gebruik genomen en de btw volledig in aftrek gebracht. Vanaf 18 oktober 2007 bent u niet langer btw-ondernemer en is er sprake van een onttrekking. Omdat er drie jaar zijn verstreken (2005-2007) bent u 7/10 van de destijds in aftrek gebrachte btw, alsnog verschuldigd. De verschuldigde btw is dan 7/10 van € 79.832= € 55.882
Om dit te voorkomen kunt u er voor kiezen om de investeringsgoederen over te dragen aan uw BV. Dit is zonder btw-heffing mogelijk tot 1 april van dit jaar. De BV geeft dan jaarlijks de btw over het privé-gebruik aan. Met name bij waardestijgingen van panden kan dit in de toekomst nadelig uitwerken. Tevens moet u er rekening mee houden dat de BV over de verkrijging van een pand waarschijnlijk 6% overdrachtsbelasting is verschuldigd.
Voorkom boete
Kiest u hier niet voor dan heeft u de verschuldigde btw aan moeten geven in uw laatste aangifte over 2007 (vóór 31 januari 2008). In de praktijk bestaat er veel discussie over dit besluit. U doet er daarom wellicht verstandig aan om tijdig (binnen zes weken) bezwaar te maken tegen uw eigen aangifte en om uitstel van betaling te verzoeken. U voorkomt daarmee boetes en behoudt hiermee uw rechten.
De Belastingdienst stuurt in het eerste kwartaal van 2008 vragenbrieven aan alle DGA’s die in het systeem staan geregistreerd als btw-ondernemer. Ontvangt u niets, dan moet u de Belastingdienst zelf op de hoogte stellen dat u geen btw-ondernemer meer bent.
Tot slot
Er is geen algemeen antwoord op de vraag wat u in uw specifieke situatie het beste kunt doen om de nadelige gevolgen van dit besluit te beperken.
Bron: SRA