Levering aan particulieren in andere EU-landen
Indien je aan particulieren in een ander EU-land levert, dien je normaal gesproken Nederlandse BTW in rekening te brengen. Indien je echter veel verkoopt aan buitenlandse particulieren, kun je te maken krijgen met een bijzondere regeling, de zogenaamde afstandsverkopen. Zodra de omzet naar bijvoorbeeld België in een jaar meer bedraagt dan € 35.000, moet je Belgische BTW in rekening brengen, zodra deze grens van € 35.000 overschreden wordt. Je moet je dan in België gaan registreren.
De eerste € 35.000 is nog gewoon belast met Nederlandse BTW. Dit bedrag van € 35.000 noemen we het drempelbedrag. Voor ieder land binnen Europa gelden verschillende drempelbedragen. Zo geldt voor Duitsland, Frankrijk, Luxemburg, Oostenrijk een drempelbedrag van € 100.000. Je moet per land, waar je aan levert, bekijken of het drempelbedrag gehaald wordt. Het kan dus heel goed gebeuren, dat je voor België dit jaar het drempelbedrag wel haalt en voor Duitsland niet.
Heb je in het vorige jaar voor een bepaald land het drempelbedrag gehaald, dan moet je dit jaar direct buitenlandse BTW in rekening brengen. Heb je in 2007 dus voor € 50.000 aan Belgische particulieren verkocht, dan moet je in 2008 vanaf de eerste Euro omzet aan Belgische particulieren dus Belgische BTW in rekening brengen. Voor 2009 moet je overigens dan wel weer kijken, of in 2008 het bedrag van € 35.000 voor verkopen aan Belgische particulieren gehaald is.
Levering aan ondernemers in andere EU-landen
Lever je aan buitenlandse ondernemers, dan zijn de regels voor de BTW geheel anders. In dat geval verricht je voor de Nederlandse BTW een zogenaamde intracommunautaire levering (hierna: ICL). Je brengt dan Nederlandse BTW in rekening tegen een tarief van 0%. De buitenlandse afnemer verricht dan in zijn eigen land een zogeheten intracommunautaire verwerving (hierna: ICV). Hij moet over het aankoopbedrag dan BTW aangeven van zijn eigen land.
Indien je bijvoorbeeld een computer verkoopt aan een Belgische ondernemer, zet je op jouw factuur, dat er sprake is van een intracommunautaire levering en je vermeldt het tarief van 0%. Verder dienen op de factuur de naam, adres, en woon- of vestigingsplaats van de afnemer te zijn vermeld.
Heel belangrijk is ook, dat je het BTW-Identificatienummer van de afnemer op de factuur vermeldt. De Belgische afnemer dient dan in zijn eigen land een ICV aan te geven van 21%. Vaak kan hij deze BTW wel weer gelijk terugvragen.
Indien je op deze manier levert aan een ondernemer in het buitenland, moet je deze omzet aangeven op het aangiftebiljet bij vraag 3b, zolang het gaat om leveringen binnen de Europese Unie. Verder moet je elk kwartaal een zogeheten Opgaaf Intracommunautaire Levering (ook wel listing genoemd) inleveren bij de belastingdienst. De opgaven op deze listing moeten overeenstemmen met het totaal van de aangegeven omzet in een kwartaal bij vraag 3b. Als er een verschil bestaat en je dit niet kunt verklaren, kun je een boete krijgen. Als de intracommunautaire leveringen meer dan € 400.000 per jaar bedragen, moet je bovendien een statistiekopgaaf doen aan het Centraal Bureau voor de Statistiek.
Waar moet ik verder nog op letten?
BTW-identificatienummer. Allereerst moet je weten, of je aan een particulier of aan een ondernemer levert. Geeft jouw afnemer zijn BTW-Identificatienummer aan jou door, dan mag je ervan uitgaan, dat je aan een ondernemer levert. Je moet dan nog wel aan kunnen tonen, dat jouw goederen Nederland fysiek verlaten hebben. Bij de intracommunautaire leveringen moet je erop letten, dat je het BTW-Identificatienummer controleert bij de belastingdienst. Dit nummer moet namelijk wel kloppen. De belastingdienst gaat alleen na, of de opgegeven naam en het opgegeven nummer bij elkaar horen. Het is verstandig ook het adres en de vestigingsplaats door te geven bij een verzoek om controle van dit nummer.
Bewijs dat de spullen weg zijn uit Nederland. Verder dien je voor de toepassing van het tarief van 0% (dus bij intracommunautaire leveringen) aan te kunnen tonen, dat het verkochte goed fysiek de Nederlandse grens over is gegaan. Je moet dit met papieren kunnen bewijzen. Het beste kunt je zoveel mogelijk papieren verzamelen en bewaren om aan te tonen, dat de goederen daadwerkelijk Nederland verlaten hebben. Te denken valt hierbij aan kopieën van facturen, (CMR-)vrachtbrieven, pakbonnen, betalingsbewijzen, kopiefacturen, waarop voor ontvangst is getekend en een verklaring van de vervoersonderneming. Het is niet voldoende als je over één of meer van deze papieren beschikt. Nee, volgens de rechter heb je al deze papieren nodig om te kunnen bewijzen, dat de goederen de grens gepasseerd zijn.
Vervoersverklaring. Het wordt helemaal ingewikkeld, als de goederen worden afgehaald. Hoe kom je dan aan het bewijs, dat de goederen de grens over gegaan zijn? Indien er sprake is van een vaste afnemer, dan kun je werken met een zogeheten vervoersverklaring. Dit is een schriftelijke verklaring. Je mag deze vervoersverklaring gebruiken, tenzij eerdere intracommunautaire leveringen aan deze afnemer tot problemen hebben geleid.
Eisen aan vervoersverklaring. Deze verklaring moet ten minste bevatten:
Bij afhaaltransacties zonder een vaste afnemer waarbij de intracommunautaire levering niet met andere bewijsmiddelen kan worden aangetoond, dan moet je de afnemer Nederlandse btw in rekening brengen. Voor toepassing van het 0%-tarief, zul je in dat geval dus over alle hierboven genoemde documenten moeten beschikken.
Verdere informatie kun je vinden op www.belastingdienst.nl/zakelijk/omzetbelasting/ob02/ob02-30.html
Uit het bovenstaande blijkt wel, dat handelen met het buitenland voor de BTW behoorlijk ingewikkeld kan zijn. Zorg daarom dat je je tijdig en goed laat informeren en neem contact op met de MKB Servicedesk en klik hier. Wij brengen je dan in contact met één van onze kennispartners.
Auteur: Mr. Dick J. Roemeling FB. Gibo Groep, Founding partner MKB Servicedesk