Op dit moment draait veel software nog lokaal op de PC. Deels stand-alone, deels om met applicaties op de server samen te werken (zoals bijvoorbeeld de Outlook-client samenwerkt met Microsoft Exchange op de server). De serverapplicaties verlenen in een netwerk dus een soort 'service' aan de gebruikers, maar dan niet webbased. Dat is het grote verschil met ASP.
TCP/IP
Software die het internetprotocol TCP/IP verstaat krijgt vleugels, want die kan via het internet worden aangeroepen. TCP/IP is een verzamelnaam voor de reeks netwerkprotocollen die voor een grote meerderheid van de netwerkcommunicatie tussen computers instaan. De naam TCP/IP is een samentrekking van de twee bekendste en protocollen die deel uit maken van de TCP/IP-protocolstack (stapel): het internetprotocol (IP) en het Transmission Control Protocol. TCP/IP wordt uitgesproken als "TCP over IP".
Het internet is het grootste en meeste bekende TCP/IP-netwerk. Op internet maken we gebruik van het TCP/IP protocol om gegevens uit te wisselen. TCP/IP is een pakketgeschakeld protocol waarbij de gegevens in kleine pakketjes onafhankelijk van elkaar worden verzonden. De communicatiesoftware plaatst de pakketten weer in de juiste volgorde, detecteert eventuele fouten in het ontvangen om indien nodig bepaalde pakketten opnieuw te vragen totdat alles goed is.
Simpele computer
Als je software via een Application Service Provider in huis haalt, heb je geen zware PC's meer nodig. Een simpele computer met alleen een processor en een browser volstaat (thin client). De software zelf staat op de server of het datacentrum van de ASP-aanbieder. Dat kan overigens ook een PDA of een smartphone zijn
Aanbieden
Webbased software kan op verschillende manieren worden aangeboden aan de gebruikers.