De rechtszaken tegen eenmanszaken die eerder werden vrijgesproken van overtreding van het rookverbod moeten worden overgedaan.
De gerechtshoven in Leeuwarden en Breda oordeelden vorig jaar dat de Tabakswet onvoldoende basis bood voor het rookverbod in horecazaken zonder personeel. De Hoge Raad stelt nu dat het rookverbod weldegelijk stevig in de wet is verankerd.
Gerechtshof
In mei 2009 oordeelde het gerechtshof in Den Bosch dat het rookverbod niet geldig is in horecagelegenheden zonder personeel. De rechter was van mening dat er geen wettelijke grondslag bestond die de horeca kan verplichten tot het instellen en handhaven van het rookverbod.
Een maand eerder sprak de rechtbank in Breda café Victoria al vrij. De rechter zei toen dat het rookverbod horecaondernemers met en zonder personeel ongelijk behandelt. Ook stelde de rechtbank dat eenmanszaken in de praktijk onevenredig hard worden getroffen door het rookverbod.
Omzetdaling
Op 1 juli 2008 werd het rookverbod ingesteld voor horecaondernemingen. Als gevolg van het verbod in combinatie met de economische daalde de omzet van de Nederlandse horecaondernemingen met 4,9 procent ten opzichte van dezelfde periode in 2007.
Boetes
Vooral de kleinere zaken, zoals buurtcafés, zeiden last te hebben van het verbod. Om die reden besloten verschillende horecaondernemers het roken weer toe te staan. Eventuele boetes namen de ondernemers op de koop toe. In Dordrecht liet een aantal cafés de klanten een kleine vergoeding betalen om een sigaret op te steken. Het geld ging in een pot waaruit de boete werd betaald.