Als bestuurder geniet je een grote macht in de vennootschap. Daar komt ook een grote verantwoordelijkheid bij kijken.
Als bestuurder kan je aansprakelijk worden gesteld voor handelingen die je voor de desbetreffende vennootschap verricht. Heb je als bestuurder, of heeft je medebestuurder schade aan jullie bedrijf toegebracht, of via jullie bedrijf schade aan anderen, dan is hier in een aantal gevallen niet zomaar mee weg te komen.
Dit zijn meestal gevallen waarin jou of de medebestuurder wat te verwijten valt. In de volgende gevallen heeft de falende bestuurder aanzienlijke risico’s om privé aansprakelijk te worden gesteld voor de schulden van het bedrijf:
Ben jij of is je partner aansprakelijk gesteld? In dat geval is degene die verantwoordelijk is voor de schade verplicht om de benadeelden alle schade die door zijn handelen is ontstaan te vergoeden. Dit kan tot forse bedragen oplopen en soms zelf tot faillissement. Daarnaast is vaak ook sprake van ernstige reputatieschade. Er zijn twee types aansprakelijkheid:
Bij externe aansprakelijkheid is het bestuur te zien als één geheel. Dit brengt met zich mee dat jij ook voor de fouten van je medebestuurders (en omgekeerd) aansprakelijk kan worden gesteld.
Je kan je dus niet beroepen op het argument dat de aansprakelijkheid voortvloeit uit een fout die door een andere bestuurder gemaakt werd, of die onder een terrein viel waar je je niet mee bezighield. Er zijn wel enkele uitzonderingen:
Ook is en blijft een bestuurder verantwoordelijk voor de periode waarin hij als bestuurder was aangesteld. Het verlenen van decharge (ontslag van alle rechtsvervolging) beschermt slechts tegen interne aansprakelijkheid (tegenover de vennootschap). Ook snel aftreden zal de bestuurder niet helpen.