Verantwoordelijkheid reïntegratie
Door de Wet verbetering poortwachter zijn de zieke werknemer en zijn werkgever er verantwoordelijk voor dat de werknemer in het geval van arbeidsongeschiktheid na ziekte op zijn oude werkplek of in een andere functie terug kan keren. Hierdoor hebben beide partijen een grotere verantwoordelijkheid in het reïntegratieproces.
Als werkgever bent je daarom verplicht een ziekteverzuimbeleid te ontwikkelen. Onderdeel van dit beleid is in eerste instantie dat je ziekte van werknemers door een goed arbobeleid zoveel mogelijk moet voorkomen of beperken. Daarnaast moet je zieke werknemers begeleiden bij hun terugkeer naar werk en betaal je de eerste twee jaar het loon door. Het is dus verstandig een goed verzuimbeleid te ontwikkelen.
Verzuimprotocol
Om het verzuim zoveel mogelijk terug te dringen, is het belangrijk dat zowel werknemers als werkgevers en instanties dezelfde regels en richtlijnen naleven. Een verzuimprotocol is een samenvatting van deze regels en zorgt ervoor dat werkgever en werknemer weten hoe te handelen bij ziekte of arbeidsongeschiktheid.
In het verzuimprotocol staat welke partij op welk moment welke taken uitvoert. Het protocol biedt een hulpmiddel om de verzuimmelding goed te kunnen doorlopen en geen zaken te vergeten. Dit is belangrijk omdat het UWV, wanneer er niet voldoende werk van de reïntegratie is gemaakt, sancties op kan leggen. Ook kan het verzuimprotocal als leidraad dienen bij het opstellen van een plan van aanpak of reïntegratieverslag als de werknemer langdurig ziek blijkt te zijn.
Checklist verzuimprotocol
Hieronder vind je een korte omschrijving van de stappen die volgens het verzuimprotocol moeten worden gevolgd.
Dag 1: De werknemer meldt zich ziek bij de werkgever.
Week 1: De werkgever geeft de ziektemelding door aan de arbodienst.
Week 6-8: De arbodienst maakt een probleemanalyse en geeft een reïntegratie-advies.
Week 8: De werkgever en de zieke werknemer maken samen (op schrift) een plan van aanpak voor de reïntegratie op basis van de probleemanalyse of het reïntegratieadvies van de arbodienst.
Minimaal elke 6 weken: De werkgever, de zieke werknemer en de arbodienst onderhouden regelmatig contact en registreren de afspraken/voortgang van de uitvoering van het plan van aanpak.
Week 8 t/m 104: De werkgever en de zieke werknemer voeren samen het plan van aanpak uit en evalueren minimaal elke zes weken de voortgang.
Week 13: De werkgever geeft de ziektemelding door aan het UWV.
Week 46-52: De werkgever en werknemer evalueren de reïntegratie-inspanningen van het eerste ziektejaar. Dit geldt voor werknemers die na medio februari 2004 ziek zijn geworden.
Week 87: Het UWV stuurt WAO-aanvraagformulieren naar de zieke werknemer. De werkgever en de zieke werknemer maken samen een reïntegratieverslag.
Week 91: De zieke werknemer kan uiterlijk in week 91 de WAO-aanvraag samen met het reïntegratieverslag naar het UWV verzenden.
Week 92-104: Het UWV beoordeelt het reïntegratieverslag en deelt eventueel sancties uit.
Week 92-104: Het UWV keurt de werknemer (WAO-keuring) en bepaalt op basis daarvan in hoeverre de werknemer arbeidsongeschikt wordt verklaard.
Week 104: Als het UWV de werknemer arbeidsongeschikt verklaart, krijgt deze recht op een WAO-uitkering en volgt na week 104 het einde van de wettelijke ontslagbescherming.
Let op
Voor werknemers die na 1 januari 2004 ziek zijn geworden gelden andere regels.