Er is een groot verschil tussen ‘overige bedrijfsruimte’ en ‘bedrijfsruimte (ook wel ex-290 of middenstandsbedrijfsruimte genoemd). Klik hier voor het verschil tussen deze twee types en klik hier voor een artikel over huurverhogingen en –opzeggingen bij de middenstandsruimte.
Opzegtermijn
De huurovereenkomst van een overige bedrijfsruimte is simpel op te zeggen als het einde van contract in zicht is. In het contract kan de opzegtermijn geregeld worden maar er zijn ook vaststaande afspraken als beginsel. Dit houdt in dat de opzegtermijn minstens de periode is die ligt tussen twee betalingstermijnen van de huur. Betaal je per maand (of in je de huur iedere maand) dan is de opzegtermijn dus zelf ook een maand, tenzij anders geregeld in het contract. Het mag alleen nooit zo zijn dat de opzegtermijn voor de huurder langer is dan de termijn voor de verhuurder.
Opzeggen als huurder
De huurder kan de overeenkomst simpel beëindigen door voor de opzegtermijn het contract op te zeggen. Dit kan door een mondelinge mededeling en er bestaan geen vormvereisten. Toch is het beter de opzegging schriftelijk te doen en aangetekend. Dan weet je als huurder tenminste zeker dat het opzeggen op tijd gelukt is.
Opzeggen als verhuurder
De verhuurder moet net zoals de huurder de overeenkomst op te zeggen. Het maakt niet uit hoe het gebeurt maar aan te raden valt het zo officieel mogelijk te doen, zodat er geen onduidelijkheden blijven bestaan. Tevens moet de verhuurder de ontruiming aan zeggen. Het betekent niet dat de huurder verplicht is meteen het pand te ontruimen en te verlaten.
Ontruimingsbescherming
De huurder is dus niet verplicht om meteen tot ontruiming over te gaan. Nadat de overeenkomst correct is opgezegd, gaat de ontruimingsbescherming in werking. De ondernemer mag dan nog maximaal twee maanden in het pand blijven zitten, om te zorgen dat het tijd heeft een nieuw onderkomen te vinden. Tevens kan de huurder dan in die periode een schorsingsverzoek indienen bij de Kantonrechter. Er kan niet van de uitspraak van de Kantonrechter afgeweken worden, tenzij er in hoger beroep wordt gegaan. Dit heet dwingend recht. Echter, niet elke huurder heeft recht op ontruimingsbescherming. Uitgezonderd zijn: