Zzp’er en schijnzelfstandigheid vastgesteld? Dit zijn de gevolgen

Fiscale gevolgen voor zzp’ers

Sinds begin 2025 controleert de Belastingdienst weer actief op schijnzelfstandigheid. Daarmee is een einde gekomen aan de periode waarin opdrachtgevers tijdelijk werden ontzien bij de handhaving. Veel aandacht gaat uit naar de risico’s voor bedrijven die zzp’ers inhuren, maar ook voor zzp’ers zelf kan een constatering van schijnzelfstandigheid flinke fiscale gevolgen hebben. We leggen je uit hoe het zit.

glad-successful-female-freelancer-with-hair-knot-p-2021-08-31-08-27-32-utc

Overgangsfase in 2025 en 2026

In 2025 en 2026 is sprake van een overgangsfase, bedoeld om de handhaving geleidelijk op te schalen. Dat betekent echter niet dat er minder controles plaatsvinden of dat naheffingen uitblijven. Integendeel: de fiscus kijkt nadrukkelijk mee.

Focus schijnzelfstandigheid ligt bij opdrachtgevers

Bij onderzoeken naar schijnzelfstandigheid richt de Belastingdienst zich primair op opdrachtgevers. Zij moeten bij werknemers loonbelasting en premies afdragen, terwijl dat bij echte zzp’ers niet hoeft. Voor dit toezicht is een speciaal team ingericht dat zich volledig bezighoudt met de beoordeling van arbeidsrelaties.

De handhaving gold uitsluitend voor opdrachtgevers. Zelfstandigen vielen daar nooit onder. Zij kunnen daarom al jaren te maken krijgen met reguliere controles van hun aangifte inkomstenbelasting. Wordt daarbij vastgesteld dat iemand onterecht als ondernemer aangifte heeft gedaan, dan kan de fiscus correcties doorvoeren. Dat kan ook nog over jaren vóór 2025.

Wat gebeurt er als een opdracht als dienstverband wordt gezien?

Komt de Belastingdienst bij een controle tot de conclusie dat een ingehuurde zzp’er feitelijk werknemer was, dan volgt er voor de opdrachtgever een naheffing van loonbelasting en premies volksverzekeringen. Deze naheffing ziet alleen op de periode vanaf 1 januari 2025. In latere jaren kan daar bovendien een boete bij komen.

De opdrachtgever mag de loonbelasting en premies volksverzekeringen die eigenlijk voor rekening van de werkende komen, doorbelasten. Werkgeverspremies en boetes mogen niet worden verhaald. Wel kan in sommige gevallen een deel van de premie Werkhervattingskas en de belastingrente worden teruggevraagd.

Geen dubbele belasting, maar wel een andere aangifte

Heeft de zzp’er over dit inkomen nog geen belasting betaald, dan kan het verhaalde bedrag worden verrekend in de aangifte inkomstenbelasting. Die aangifte moet dan wel worden gedaan alsof er sprake was van loondienst. De fiscus gaat er voor deze werkzaamheden immers vanuit dat er geen ondernemerschap was.

Is de belasting al betaald en is er een definitieve aanslag opgelegd? Dan blijft een naheffing van loonbelasting bij de opdrachtgever achterwege. In dat geval hoeft de werkende niets terug te betalen, behalve dat de opdrachtgever nog wel kan worden aangeslagen voor premies werknemersverzekeringen en de bijdrage Zorgverzekeringswet.

Ondernemersvoordelen kunnen alsnog vervallen

De grote vraag na een constatering van schijnzelfstandigheid is of de juiste belasting is geheven. Zelfstandig ondernemers mogen kosten aftrekken en profiteren van regelingen zoals de zelfstandigenaftrek en de mkb-winstvrijstelling. Werknemers hebben daar geen recht op.

Als achteraf blijkt dat iemand geen ondernemer was, kan de Belastingdienst de aangifte opnieuw beoordelen. Dat kan leiden tot een navorderingsaanslag en mogelijk een boete wegens een onjuiste aangifte. Wel geldt dat werknemers geen inkomensafhankelijke bijdrage Zvw betalen; die komt voor rekening van de werkgever. Dat voordeel weegt in de praktijk vaak niet op tegen het verlies van fiscale aftrekposten.

Belangrijk is dat deze herbeoordeling losstaat van de handhaving. Ook over jaren vóór 2025 kan de aangifte van de werkende dus alsnog worden aangepast.

Hoe zit het bij meerdere opdrachtgevers?

Niet elke constatering van loondienst betekent dat iemand fiscaal helemaal geen ondernemer meer is. Werkt een zzp’er voor meerdere opdrachtgevers en wordt slechts één opdracht als dienstverband aangemerkt, dan kan die opdracht soms toch meetellen voor de inkomstenbelasting. Dat kan bijvoorbeeld relevant zijn voor het urencriterium, mits de werkzaamheden sterk samenhangen met het overige ondernemerschap en duidelijk van ondergeschikte omvang zijn.

Sterkere positie bij het claimen van werknemersrechten

Voor sommige werkenden is de vaststelling van schijnzelfstandigheid geen probleem, maar juist een kans. Hoewel de Belastingdienst niet bepaalt of er arbeidsrechtelijk sprake is van een arbeidsovereenkomst, geeft haar oordeel wel extra gewicht. Daarmee wordt het eenvoudiger om rechten te claimen die horen bij loondienst, zoals vakantiegeld, verlof, pensioen of cao-afspraken. Ook hiervoor geldt geen overgangsregime.

De btw-gevolgen van schijnzelfstandigheid vallen overigens buiten dit kader. Daarover volgt later nadere uitleg van de Belastingdienst.

Wat vind je van dit artikel?

Fleur Willemsen

Auteur

Fleur Willemsen

Fleur Willemsen is redacteur bij MKB Servicedesk.