Agressie en geweld in je winkel

Wat kun je als werkgever doen om dit te voorkomen?

23 januari 2014

Agressie en geweld komen steeds vaker voor in het bedrijfsleven. Dit kan een heftige impact hebben op persoonlijk vlak, maar ook op de sfeer in je bedrijf. In dit artikel vind je een aantal praktische tips om agressie en geweld te voorkomen.

Wat kun je als werkgever doen?

Je moet als werkgever een beleid voeren gericht op voorkoming en beperking van agressie en geweld. In een risico-inventarisatie- en evaluatie (RI&E) breng je in kaart welke risico’s de werkzaamheden voor je werknemers met zich meebrengen. Lees hier meer over de risico inventarisatie.

Snelle opvang

Als werknemers geconfronteerd worden met agressie of geweld is snelle opvang erg belangrijk. Vaak voelen slachtoffers zich bang, onzeker en onveilig. In ernstige gevallen volgt verzuim wegens ziekte of bestaat zelfs de kans arbeidsongeschikt te worden. Het kan jaren duren om een trauma als gevolg van een schokkende gebeurtenis te verwerken. Onmiddellijke opvang van slachtoffers van agressie en geweld is van groot belang. De kans op re-integratie op het werk verloopt dan beter. Ook neemt de kans op langdurig ziekteverzuim aanmerkelijk af. Het kan voor kleine of middelgrote bedrijven zinvol zijn om afspraken te maken over eventuele gezamenlijke opvang. De kosten kunnen dan worden gedeeld. Bespreek het beleid ook regelmatig met je personeel, bijvoorbeeld tijdens een werkoverleg.

Praktische maatregelen

Om het overvalrisico zo klein mogelijk te maken, kun je verschillende maatregelen treffen. De politie geeft een aantal tips.

Veiligheidsplan

  • Wijs iemand aan die verantwoordelijk is voor het veiligheidsbeleid, inclusief het opstellen van een draaiboek.

  • Alle afwijkingen van de normale gang van zaken die van belang kunnen zijn voor de beveiliging, worden gemeld bij degene die verantwoordelijk is voor het veiligheidsbeleid. Spreek dat goed af met het personeel.

  • Plak alarmnummers op alle telefoons.

Personeel

  • Zorg voor voldoende personeel op de juiste plek.

  • Leer het personeel te observeren. Een oplettende houding van het personeel schrikt potentiële overvallers af.

  • Bespreek regelmatig het onderwerp ‘veiligheid’. Loop bijvoorbeeld iedere maand het draaiboek door, of bespreek de incidenten die zich de voorgaande week hebben voorgedaan.

  • Laat het personeel een overvaltraining volgen.

Openen en sluiten van de winkel

  • Controleer bij het openen van de winkel of er verdachte personen of omstandigheden zijn. Zo ja, loop of rijd dan door en waarschuw de politie. Het is altijd beter de winkel met z’n tweeën te openen en te sluiten, dan alleen.

  • Begin pas met het opmaken van de kas als de laatste klant vertrokken is en de deuren zijn afgesloten.

  • Controleer voor het sluiten of er niemand in de zaak is achtergebleven.

  • Let er ook bij het verlaten van de zaak op dat er geen verdachte personen of voertuigen buiten staan. Ga in dat geval terug naar de winkel, sluit de deur en waarschuw de politie.

Sleutelbeheer

  • Zorg voor sleuteldiscipline. Wijs één of meer personen aan die de sleutels mogen hebben voor deur en kluis. Let erop dat niemand anders een sleutel heeft. Stel een lijst op van mensen die een sleutel hebben.

  • Gebruik bij voorkeur sleutels die niet na te maken zijn.

  • Laat de sleutelontvanger tekenen voor ontvangst.

  • Laat de sleutels niet achter in vitrines, deuren en kluizen.

  • Zorg ervoor dat de sleutels - in ieder geval overdag - op een vaste plaats liggen. Als een overvaller dan onder dreiging van geweld om de sleutels vraagt, weet iedereen die te liggen.

Winkelinrichting

  • Zorg voor goede verlichting, niet alleen in de zaak zelf maar ook bij de toegangsdeur(en) en de eventuele personeelsingang.

  • Laat door middel van opvallende stickers zien: Hier waken camera’s over uw en onze veiligheid!

  • Spiegels, camera’s en alarmknoppen kunnende veiligheid alleen vergroten als iedereen er goed mee om weet te gaan.

  • Eventuele uitstallingen buiten de winkel moeten van binnenuit ook goed zichtbaar zijn.

Kassabeheer en geldtransport

  • Zet de kassa zo neer, dat je tijdens het afrekenen goed zicht hebt op de ingang en de rest van de winkel.

  • Laat de kassa niet onnodig open staan en zorg ervoor dat ongewenste klanten er niet makkelijk bij kunnen.

  • Vermijd onnodige geldtransporten tijdens openingstijden: zorg voor voldoende wisselgeld en afroomcapaciteit.

  • Tel het geld in een afgesloten ruimte, onzichtbaar voor klanten en voorbijgangers.

  • Zorg voor minimaal één kluis in de winkel die is voorzien van een tijdslot of tijdvertraging.

  • Professioneel geldtransport is duur, maar een stuk veiliger. De kosten zijn vaak beter betaalbaar als deze dienstverlening samen met collega winkeliers wordt ingehuurd.

  • Neem het geld in geen geval mee naar huis. Stort het geld bij voorkeur binnen openingstijden van de bank.

  • Wanneer je het geld afstort in een nachtkluis bij de bank, overtuig jezelf er dan eerst van dat de omgeving veilig is.

  • Negeer schriftelijke mededelingen op of bij de nachtkluis in de trant van ‘kluis is defect, deponeer geld in de brievenbus’. Tien tegen één dat dit een poging tot oplichting is.