Verschillen tussen pensioen in de tweede en derde pijler

Waarom de meeste werkgevers kiezen voor een bedrijfspensioen in de tweede pijler

14 juli 2022 3 minuten

Vrijwel alle groeiende bedrijven bieden hun personeel op den duur een bedrijfspensioen. Er zijn ook werkgevers die kiezen voor een oplossing via de derde pijler. Wat zijn de verschillen?

Whitepaper: een goed pensioen voor jouw medewerkers

Pensioen is inkomen vanaf het moment dat je stopt met werken. In Nederland bestaat het pensioenstelsel uit drie zogenaamde 'pijlers':

  • 1e pijler: AOW (Algemene Ouderdomswet), dit is het basispensioen van de overheid

  • 2e pijler: Pensioenopbouw via de werkgever

  • 3e pijler: Aanvullend pensioen, bijvoorbeeld een bankspaarproduct of een lijfrenteverzekering.

De meeste Nederlandse ondernemers laten hun werknemers pensioen opbouwen via de zogenaamde tweede pijler van het pensioenstelsel. Deze pensioenopbouw via de werkgever heet bedrijfspensioen.

Er zijn ook werkgevers die hun werknemers zelf iets laten regelen in de derde pijler. Tenzij er pensioenafspraken in jouw bedrijfstak gelden, heb je als werkgever namelijk de optie het salaris te verhogen in plaats van een pensioenregeling aanbieden. Met het extra salaris kunnen werknemers dan zelf een pensioenrekening openen.

Opbouwen via werkgever of zelf regelen

De tweede pijler is een pensioenregeling die jij als werkgever opzet voor al je werknemers. Iedere werknemer heeft een eigen pensioenkapitaal, waar jij en je werknemer premie in leggen via het brutoloon.

In de derde pijler regelt de werknemer zelf zijn oudedagsvoorziening via een bank of verzekeraar. Hij legt in via zijn nettoloon. Een deel van de inkomstenbelasting die hij al betaald heeft, kan hij terugkrijgen. Dit moet een werknemer zelf achteraf regelen via zijn belastingaangifte.

Bedrijfspensioen is voordelig voor werkgever

Voor jou als werkgever is pensioen in de tweede pijler is vrijwel altijd voordeliger dan een werknemer zelf laten opbouwen in de derde pijler. Als je extra salaris uitkeert, is dat namelijk in veel gevallen belast met circa 20% sociale premies. Premie voor een bedrijfspensioen is dat niet. Dit geldt zowel voor de premie die jij als werkgever inlegt, als het werknemersdeel.

Werknemer heeft minder rompslomp in de tweede pijler

Voor werknemers betekent een bedrijfspensioen minder 'gedoe'. "Werknemers hebben direct het belastingvoordeel bij een bedrijfspensioen, daar hoeven ze niets voor te doen", legt Pim Adams van a.s.r. Doenpensioen uit. "Als ze premie inleggen in de derde pijler werkt dat anders. Dan krijgen ze de belasting uiteindelijk wel terug, maar pas als ze het een jaar later zelf opgeven bij aangifte inkomstenbelasting. Met een bedrijfspensioen bespaar je jouw werknemers die rompslomp."

Het blijkt ook dat als werknemers hun pensioen zelf kunnen regelen, ze dat meestal niet doen. Slechts 5% van de werknemers zonder pensioenregeling regelt zelf iets in de derde pijler. "De meeste werknemers verwachten bovendien dat de werkgever in pensioen voorziet", zegt Adams. "Dat is namelijk erg gebruikelijk in Nederland."

Aanvullend voordeel bij bedrijfspensioen

Met een bedrijfspensioenregeling kun je meer regelen voor jouw werknemers dan alleen een pensioenkapitaal. De meeste werkgevers vullen hun pensioenregeling aan met modules die de werknemer financieel beschermen bij arbeidsongeschiktheid en de nabestaanden bij overlijden. Jij kunt dit als werkgever goedkoop regelen voor al jouw werknemers. Voor een werknemer die pensioen opbouwt in de derde pijler is dat meestal niet mogelijk of erg duur.

Verschil in wet- en regelgeving

Tot slot vallen de tweede en derde pijler onder andere wetgeving. Het tweedepijlerpensioen valt onder de Nederlandse Pensioenwet. Voor een werkgever gelden regels op het gebied van contracten, deelname, uitvoerders, premies en informatieplicht. De derde pijler valt onder andere regels. De medewerker is daarbij uiteindelijk zelf verantwoordelijk.

Wat doen de meeste werkgevers?

Zo'n 90% van de werkgevers laat zijn personeel pensioen opbouwen in de tweede pijler (bron: Rijksoverheid 2022). Een oudedagsvoorziening in de derde pijler is vooral populair bij zzp'ers en directeur-grootaandeelhouders. Zij kunnen namelijk geen pensioen opbouwen via een werkgever. Zo'n 5% van de werknemers zonder pensioenregeling via hun werkgever bouwt zelf een aanvullende oudedagsvoorziening op in de derde pijler (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2016).

"Een bedrijfspensioen is een populaire arbeidsvoorwaarde, blijkt ook uit diverse onderzoeken", vertelt Adams. "Het maakt jou als werkgever dus aantrekkelijker voor nieuwe werknemers. Dat is een fijne bijkomstigheid op een krappe arbeidsmarkt."

Wil je meer weten over pensioen en hoe jij het goed kunt regelen voor jouw medewerkers? Ga naar deze pagina.