Zzp’ers blijven zelfstandig, maar overheid en energiesector trekken aan dienstverband

Sterke voorkeur voor flexibiliteit, maar sommige sectoren zien hogere overstapbereidheid naar loondienst

Terwijl de Nederlandse arbeidsmarkt deze jaren blijft versplinteren tussen vaste baan en zelfstandig ondernemerschap, blijkt uit de Talent Monitor van Intelligence Group en HeadFirst Group dat de bereidheid van zzp’ers om terug te keren naar loondienst beperkt is. Wel verschilt die bereidheid aanzienlijk per sector, met de hoogste kans op overstap bij zelfstandigen die werken voor de centrale overheid of binnen de energiesector en de laagste in de financiële dienstverlening.

ceo-vrouw-kantoor-samenwerken-vrolijk-blauw

Flexibele inzet nog steeds de voorkeur

Voor mkb-ondernemers en zzp’ers zelf betekent dat dat de rationaliteit achter flexibele inzet nog steeds sterker is dan de aantrekkingskracht van vaste dienstverbanden, ondanks de huidige arbeidsmarktverschuivingen.

Weinig animo om vaste dienst te verkiezen boven zelfstandigheid

Uit de Talent Monitor 2026 blijkt dat circa 12% van de zzp’ers aangeeft dat zij (weer) in loondienst willen werken, een percentage dat al langere tijd stabiel blijft. In dezelfde dataset neemt de groep die misschien overweegt om die stap te zetten iets toe, maar het merendeel van de zelfstandigen blijft vasthouden aan zelfstandig ondernemerschap.

Dat maakt de autonome zzp-houding duidelijk: flexibiliteit, keuzevrijheid en de mogelijkheid om opdrachten zelf te bepalen zijn dominante motieven die niet zomaar wegvallen, ook niet bij toenemende onrust op de opdrachtenmarkt of strengere wetgeving. Voor veel zelfstandigen wegen die voordelen zwaarder dan de relatieve zekerheid van een vast dienstverband.

Sectorverschillen in overstapbereidheid

Binnen deze algemene trend zijn er duidelijke nuances. Volgens het rapport zijn zzp’ers die opdrachten uitvoeren voor de centrale overheid en de energiesector relatief eerder bereid om een vaste baan te overwegen. Zij noemen vaak zingeving, maatschappelijke bijdrage en aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden als factoren die de overstap interessanter maken. Dit biedt voor overheidsorganisaties een kans om meer rollen van flexibele inhuur naar verambtelijking om te buigen, wat aansluit op bredere beleidsdoelen om de flexibele schil te verkleinen.

In de financiële dienstverlening daarentegen is de bereidheid om terug te keren naar loondienst het laagst. Daar blijft zelfstandigheid sterk gekoppeld aan tariefniveau, expertiseinvulling en netwerkmogelijkheden, waardoor werknemers in die sector minder geneigd zijn vaste contracten te overwegen.

Voor inhurende ondernemers betekent deze sectorale variatie dat recruitmentstrategieën voor flexibele schil en vast personeel niet uniform kunnen zijn. Organisaties moeten per segment bekijken welke mix van arbeidsvoorwaarden, zingeving en ontwikkelkansen nodig is om talent aan te trekken en te behouden, vooral als ‘vaste kracht’ een optie moet zijn.

Marktdruk en onzekerheid – wat betekent het voor tarieven en opdrachten?

Het rapport laat tevens zien dat de markt voor externe professionals verandert: de lange periode van vrijwel constante tariefstijgingen lijkt voorbij. Voor 2026 wordt een zeer beperkte tariefstijging van circa 1% verwacht, een niveau dat historisch laag is, gezien de voorgaande jaren. Dit wijst op een kopersmarkt waar opdrachten niet langer vanzelf tot hogere tarieven leiden, wat mkb-opdrachtgevers en zelfstandigen wakker moet schudden om strategisch te plannen.

Meer concreet betekent het dat zelfstandigen vaker meerdere aanbiedingen per opdracht ontvangen en dat het aantal opdrachten zonder reacties is afgenomen, wat duidt op een groter aanbod van zzp’ers op zoek naar opdrachten. Deze toegenomen concurrentie kan druk zetten op tarieven en plannen voor zelfstandigen, en tegelijkertijd mkb-bedrijven juist meer ruimte bieden om scherp te onderhandelen over uurtarieven.

Autonomie blijft zwaarwegend motief voor zelfstandigheid

Ondanks de afnemende tariefstijging en de fiscale en regelgevende prikkels is de kernboodschap van het rapport dat zelfstandigen grote waarde blijven hechten aan autonomie en flexibiliteit. Zelfs wanneer de groep die serieus overweegt om naar loondienst te gaan licht toeneemt, blijft het aandeel dat vast werk verkiest relatief klein.

Voor ondernemers betekent dit dat het inzetten van zzp’ers niet alleen een kosten- of capaciteitsvraagstuk is, maar ook een cultureel vraagstuk. Voor veel zelfstandigen is keuzevrijheid een primaire arbeidswaarde, wat bepaalt hoe aantrekkelijk een vaste baan daadwerkelijk is. Dit behoeft actieve strategische afweging, zeker in sectoren waar talent schaars blijft en mkb-bedrijven moeten concurreren met grotere werkgevers.

Consequenties voor beleid en praktijk

Voor beleidsmakers en organisaties is de kernvraag hoe je met deze arbeidsmarktrealiteit omgaat. De lagere bereidheid tot vaste dienst, gecombineerd met sectorale verschillen en de aanhoudende aantrekkingskracht van zelfstandig ondernemerschap, vraagt om beleid en HR-strategieën die beide vormen van arbeid – vast en flexibel – effectief integreren.

Voor zzp’ers zelf is het raadzaam om te beseffen dat de waarde van autonomie juist in markten met grotere concurrentie en lagere tarieven kan leiden tot meer differentiatie in opdrachten, specialisatie en positionering. Voor werkgevers ligt de focus op het bieden van aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden en ontwikkelmogelijkheden, vooral in sectoren waar vaste dienst wél kansen biedt.

De Talent Monitor 2026 bevestigt dat de flexibele arbeidsmarkt in beweging is, maar dat diepgewortelde arbeidsvoorkeuren en sectorale verschillen de richting van deze beweging bepalen. Voor ondernemers en zzp’ers vraagt dit om een genuanceerde kijk op inzet, tariefstrategie en arbeidsrelaties in de komende jaren

Wat vind je van dit artikel?

Fleur Willemsen

Auteur

Fleur Willemsen

Fleur Willemsen is redacteur bij MKB Servicedesk.