Het gemak van een contractuele boete

Waarom zou je een boetebeding in je contracten opnemen?

25 januari 2013

In veel contracten komt een zogenaamd boetebeding voor. Daarin staat dat de partij die één of meer verplichtingen uit de overeenkomst niet nakomt een bepaald bedrag aan de andere partij moet betalen.

De hoogte van dat bedrag kan nogal variëren. Maar waarom zou je een boetebeding in een contract opnemen?

Boetebeding niet verplicht

Het opnemen van een boetebeding in een contract (overeenkomst) is niet verplicht. Het is dus aan jou en je contractspartij of jullie afspreken of er een boetebeding in het contract wordt opgenomen. Jullie zijn daarbij ook vrij om de hoogte van de boete te bepalen. Dat kan dus net zo goed 100 euro als 10.000 euro zijn. 

Twee functies van het boetebeding

Met het opnemen van een boetebeding in een contract probeer je eigenlijk een extra prikkel bij je contractspartij neer te leggen, dat hij zijn verplichtingen tegenover jou nakomt en omgekeerd. Daarnaast, en dat is misschien nog belangrijker, houdt een boetebeding een gefixeerde schadevergoeding in. Die houdt in, dat wanneer een contractuele verplichting niet wordt nagekomen, de geleden schade door het boetebeding geacht wordt te zijn gedekt.

Matiging door de rechter

Nu kan het natuurlijk zijn dat een verplichting in een contract waarop het boetebeding is gesteld niet wordt nageleefd, maar dat de boete in geen verhouding staat tot de niet nagekomen verplichting. Bijvoorbeeld omdat er nauwelijks sprake is van schade. In eerste instantie kun je dan vasthouden aan het boetebeding en deze ook opeisen. Valt de boete te hoog uit, gelet op de omstandigheden, dan heeft de rechter de mogelijkheid om de boete te matigen.

De wet biedt namelijk bescherming tegen een onredelijke contractuele boete. Bijvoorbeeld omdat deze te hoog is in vergelijking met de overtreding. De rechter kan dan de hoogte van de contractueel overeengekomen boete matigen als dat billijk is. De rechter mag van die bevoegdheid gebruik maken als de toepassing van een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt.

De rechter moet daarbij niet alleen letten op de verhouding tussen de daadwerkelijk geleden schade en de hoogte van de overeengekomen boete, maar ook bijvoorbeeld op de hoedanigheid van partijen, de aard van de overeenkosmt, de inhoud en de strekking van het boetebeding en de omstandigheden waaronder een beroep is gedaan op het boetebeding.

Matiging van het boetebeding kan dus alleen aan de orde zijn als er sprake is van een buitensporig resultaat.

Auteur

Henk van Amerongen