Hoe regel ik een indeplaatsstelling?

Wat zijn de voorwaarden en wat als de verhuurder niet wil?

30 juli 2013

Als je je huurcontract voor middenstandsbedrijfsruimte aan een derde wil overdragen, heet dit indeplaatsstelling. In dit artikel wordt uitgelegd welke voorwaarden aan deze regeling kleven en hoe je de overdracht aanpakt.

Als je je bedrijf ‘going concern’ wilt verkopen, is het natuurlijk van belang dat jouw opvolger op jouw locatie het bedrijf in jouw branche kan voortzetten. Heb je een huurcontract voor het pand afgesloten, dan is het natuurlijk ook van belang dat het huurcontract op naam van je opvolger komt te staan. Je wilt immers niet geconfronteerd worden met huurvorderingen van de verhuurder, wanneer je opvolger op enig moment in betalingsproblemen verkeert. Hoe pak je dat aan?

Wanneer is indeplaatsstelling niet mogelijk?

Bij huur van middenstandsbedrijfsruimte is het mogelijk om het huurcontract aan je opvolger over te dragen door middel van een ‘indeplaatsstelling’. Je opvolger neemt dan jouw plaats als huurder in, met alle daar aan verbonden rechten en plichten. Van een indeplaatsstelling kan alleen sprake zijn als je opvolger jouw bedrijf in het pand voortzet. Verkoop je je bedrijf maar wil je opvolger een geheel andersoortig bedrijf in het pand starten, dan is een indeplaatsstelling dus niet mogelijk.

Overleg met verhuurder

Bij een indeplaatsstelling ga je natuurlijk eerst proberen in overleg met je verhuurder het huurcontract over te dragen. In principe moet je verhuurder met die overdracht instemmen, tenzij de aangedragen nieuwe huurder niet solvabel blijkt te zijn of hij geen verklaring van goed gedrag heeft. Je zou dan kunnen proberen om via de Kantonrechter toch het huurcontract over te dragen, maar ook deze zal de aanvraag afwijzen als de nieuwe huurder niet in staat lijkt te zijn om de huurovereenkomst na te komen.

Als je verhuurder wel medewerking wil verlenen, dan zorg je natuurlijk met hem dat schriftelijk wordt vastgelegd dat jouw opvolger het huurcontract overneemt en dat de verhuurder daarmee instemt.

Als de verhuurder een huurprijsverhoging als voorwaarde stelt

Bij de indeplaatsstelling gaat het lopende huurcontract met al zijn rechten en plichten op de opvolgende huurder over. Dus ook de huurprijs. Je verhuurder mag voor zijn medewerking aan de indeplaatsstelling dus niet de voorwaarde verbinden, dat je opvolger bijvoorbeeld 30% meer huur moet gaan betalen. Stelt hij een dergelijke eis, dan hoef je daar niet mee akkoord te gaan.

In de praktijk blijken verhuurders en hun makelaars de eis van een hogere huur nogal eens op tafel te leggen voor medewerking aan een indeplaatsstelling. Bij een hogere huur is er echter geen sprake meer van een indeplaatsstelling maar van een nieuw huurcontract. Het belang van de verhuurder en zijn makelaar bij een nieuw huurcontract zal duidelijk zijn: een hogere huur en (opnieuw) een bemiddelingsprovisie voor de makelaar.