Nederlandse ondernemers onderschatten exportkansen Turkije

Turkse premier Erdogan wil handel met Nederland verdubbelen

15 december 2015

Als het aan de Turkse premier Recep Tayyip Erdogan ligt, gaan Turkije en Nederland veel meer zaken met elkaar doen. En dat is geen gekke gedachte, want er liggen nog heel veel mogelijkheden in dit land. De economie ontwikkelt zich razendsnel.

“Als Nederlandse bedrijven alle potentieel zouden benutten, zou de exportgroei bijna 8 procent kunnen zijn in plaats van de huidige verwachte 5 procent.” Zo zegt ING-econoom Rob Rühl.

De Turkse economie beleefde vorig jaar een milde dip (de groei daalde van

+8,5 procent in 2011 naar +2,8 procent in 2012), die ook door Nederlandse

exporteurs is gevoeld. Zowel ondernemers als consumenten hielden vanwege de

economische onzekerheid de hand op de knip. Voor 2013 zijn de vooruitzichten

voor de Turkse consumenten en producenten weer veel rooskleuriger, met een

verwachte economische groei van 5 procent. Dat leidt voor de Nederlandse

export naar verwachting tot een duidelijk herstel van 5 procent (na een daling

van 1,4 procent vorig jaar). Maar daarmee halen Nederlandse ondernemers nog

niet alles uit Turkije.

Welke kansen zijn er in Turkije?

“De Turkse economie transformeert naar een economie met midden- en

hoogtechnologische producten en diensten. Om dit te kunnen realiseren heeft

Turkije veel behoefte aan buitenlandse investeerders die kennis meebrengen,

nieuwe technieken introduceren en de broodnodige investeringen kunnen

doen”, zegt ING-econoom Rob Rühl. “Dat biedt veel kansen voor Nederlandse

ondernemingen, zoals het leveren van hoogwaardige machines voor het

uitbreiden van de productiecapaciteit en kennis op het gebied van logistieke

dienstverlening, het aanleggen van vliegvelden en havens, en toeleveranties

aan de zich snel ontwikkelende Turkse automobielindustrie. Ook heeft Turkije 

behoefte aan andere zaken waar het Nederlandse bedrijfsleven goed in is,

zoals medische apparatuur, kennis op het gebied van energiebesparing,

watermanagement en zaadveredeling ten behoeve van de agrarische sector.”

Nederlandse ondernemers laten mogelijkheden onbenut

Toch laten Nederlandse bedrijven veel van deze kansen onbenut, volgens Rühl.

“Zo zijn er bijvoorbeeld 677 Nederlandse ondernemingen met vestigingen in

Turkije. Dat zijn er aanmerkelijk minder dan bijvoorbeeld in Polen, waar dat er

1393 zijn. Dit ondanks dat de Turkse economie anderhalf keer zo groot is als

de Poolse, en op koers ligt om de vijfde economie van Europa te worden. Als

Nederlandse bedrijven alle potentieel zouden benutten, zou de exportgroei bijna

8 procent kunnen zijn in plaats van de huidige verwachte 5 procent. Wel is het in

eerste instantie vooral een zaak van investeren in de relaties alvorens er zaken

kunnen worden gedaan, zoals Nederlandse bedrijven in Polen succesvol hebben

gedaan. Dat kost tijd en geduld.”

Turkije als springplank

De transport en logistieke dienstverlening wordt de belangrijkste spil in de

commerciële dienstverlening. Turkije profiteert van de strategische ligging op

de grens van Europa en Azië. Grote verbeteringen in de havencapaciteit stellen

het land in staat een steeds belangrijker rol spelen in de handelsstromen tussen

Azië en Europa. “Turkije kan zo zelfs een concurrent vormen voor Rotterdam”,

aldus Rühl. “Het is daarom verstandig dat de Turkse havens en Rotterdam meer

gaan samenwerken.”

Zijn er dan geen obstakels bij het zakendoen in Turkije?

Het zakenklimaat in Turkije is de afgelopen tijd duidelijk verbeterd. Sinds de

kredietwaardering in november door Fitch is verhoogd naar BBB- is er ook

sprake van een sterke stijging van de instroom van beleggingskapitaal. De

Turkse regering heeft veel gedaan aan het verbeteren van het zakelijke klimaat

via wet- en regelgeving en met duidelijk beleid. Toch moet er nog het nodige

verbeteren. In het algemeen moet er gewerkt worden aan verbetering van

het vertrouwen in het juridisch systeem. Rühl wijst verder op de moeizame

verstrekking van vergunningen en documenten door overheidsinstanties, de

langdurige procedures bij het verkrijgen van contracten of bij faillissementen,

het ingewikkelde belastingstelsel en de enorme administratiedruk bij

import en export.

Bron: ING Economisch Bureau

Auteur

Liesbeth Meenink