Interne bestuurdersaansprakelijkheid

Welke verplichtingen heb ik tegenover mijn bedrijf?

25 januari 2013

Als je met jouw handelen je bedrijf schade toebrengt, ben je daarvoor onder omstandigheden aansprakelijk.

Als bestuurder ben je verplicht om jouw taken behoorlijk te vervullen (art. 2:9 BW). Dit betekent dat jij aansprakelijk gesteld kan worden als er een ernstig verwijtbare onbehoorlijke taakvervulling is vastgesteld. Het gaat dan om handelingen in strijd met wettelijke, statutaire of andere regels die zijn opgesteld om de rechtspersoon/het bedrijf, te beschermen.

Hiervan kan in onder meer de volgende gevallen sprake zijn:

  • Wanneer je geld of andere middelen, die behoren aan het bedrijf, als jouw privé vermogen laat gelden;

  • Wanneer je privé zaken gaat combineren met het bedrijf;

  • Wanneer je je eigen belangen of van anderen boven het belang van het bedrijf stelt;

  • Wanneer je onbevoegd het bedrijf aan derden verbindt;

  • Het nemen van onnodige grote financiële risico’s;

  • Indien er zware beslissingen genomen moeten worden die grote financiële risico’s bij zich dragen, dan moet je niet zonder behoorlijke voorbereiding te werk gaan;

  •  Wanneer je transacties aangaat die de financiële spankracht van je bedrijf aanmerkelijk te buiten gaan, bijvoorbeeld door onverantwoordelijke hoofdelijke aansprakelijkheidsstellingen;

  • het niet voorkomen of tegengaan van onderkapitalisatie of van een slechte "debt equity ratio" en het verwaarlozen van de kredietbewaking;

  • wanneer je de gebruikelijke verzekeringen niet af hebt gesloten.

Als jou of een van je medebestuurders wat verweten kan worden, bijvoorbeeld uit een van de bovengenoemde gevallen, dan zou er sprake kunnen zijn van een onbehoorlijke taakvervulling (op grond van art. 2:9 BW) en is alleen diegene aansprakelijk, die een ernstig verwijt kan worden gemaakt.

Onrechtmatige daad

Je bent als bestuurder afzonderlijk verantwoordelijk voor jouw aandeel in het bestuur en dus in het beleid. Mocht een aansprakelijkheidsstelling op grond van onbehoorlijke taakvervulling niet slagen bij de rechter door een van je schuldeisers, dan kan je nog steeds aansprakelijk gesteld worden via een andere weg.

In het Burgerlijk Wetboek is vastgelegd dat hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, verplicht is de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden (art. 6:162 BW). Dit is een heel breed toepasbaar artikel: er hoeft geen sprake te zijn van enige functionele of contractuele relatie. Daar staat wel tegenover dat het in het algemeen niet eenvoudig is te bewijzen dat er sprake is van een onrechtmatige daad. 

Een benadeelde schuldeiser (die geen contractspartij is) kan dus toch proberen de actie uit artikel 2:9 BW te combineren met een actie uit onrechtmatige daad (6:162 BW). 

Hij kan dit alleen doen wanneer de wanprestatie van jou of een van je medebestuurders was gericht op benadeling van een derde (Dit is bijvoorbeeld het geval als je een lening sluit terwijl je weet dat het bedrijf haar verplichtingen niet na kan komen, wegens de slechte financiële situatie waarin het bedrijf zich bevindt).

Overige aansprakelijkheidsstellingen

Een andere manier waarmee je als aansprakelijke bestuurder betrokken kan worden, is door het leggen van conservatoir of executoriaal derdenbeslag. Zo'n beslag kan al voorafgaand aan de procedure worden gelegd, bijvoorbeeld als de schuldeiser vreest dat jij als gevolg van het onbehoorlijke bestuur onvoldoende verhaal kan bieden.