Toch roken als het verboden is?

Column Arnoud van Dalen | Uitdrukkelijk afspraken maken

19 oktober 2015

Voorkomen is altijd beter dan genezen. Liever tijd besteden aan een goed contract dan een slepende procedure over de uitleg van afspraken. Een mooie illustratie hiervan is een recente rechtszaak over het rookverbod. Roken is slecht voor de gezondheid, dat weet iedereen. Roken op het werk dus ook. Toch blijkt het niet zo eenvoudig om dit te verbieden, blijkt uit een leerzame uitspraak van het gerechtshof in Den Bosch.

E-book Eerste hulp bij juridische zaken

Verstokte rookster

Het gaat in om deze zaak om een bedrijfsverzamelgebouw in dezelfde stad. De eigenaar had, daartoe gedwongen door de Tabakswet, in 2008 een algeheel rookverbod afgekondigd en plaatste een rookcabine op het buitenterrein. Helaas bleek de directrice van een adviesbureau dat in het gebouw enkele ruimtes huurde een nogal verstokte rookster te zijn. Zij bleef dan lekker op haar kamer zitten. Andere huurders begonnen te klagen. De rookster ontving een brief van de verhuurder waarin zij werd gesommeerd om zich te houden aan het rookverbod. Die brief had niet het gewenste effect.

De rechter, die zich vervolgens over de zaak moest buigen, gaf de verhuurder ongelijk. Die ging daarna in hoger beroep. Gevorderd werd een veroordeling van de vrouw om zich aan het rookverbod in het gebouw te houden, onder dreiging van een dwangsom.

Bepalingen te vaag

Het Hof oordeelt dat de algemene bepalingen, die onderdeel uitmaken van de huurovereenkomst, te vaag zijn. Die bepalingen zeggen niets over roken. In artikel 6.2 staat dat de eigenaar ten aanzien van het gebruik van het gebouw aanwijzingen mag geven. Een behoorlijk gebruik houdt volgens het Hof niet in dat in de directrice niet in haar kantoor mag roken. In artikel 6.3 staat dat een huurder geen overlast of hinder mag veroorzaken. De verhuurder heeft onvoldoende duidelijk gemaakt dat het roken overlast of hinder veroorzaakt die de grenzen van het aanvaardbare en toelaatbare overschrijdt.  

Betekent roken dan niet dat de directrice zich niet gedraagt als een goede huurder? Nee, zegt het Hof. Behalve haar verslaving heeft de eigenaar van het bedrijfsverzamelgebouw geen aanmerkingen op haar gedrag. Maar de Tabakswet dan? Daarin staat toch dat werknemers, dus ook andere huurders, recht hebben op een rookvrije werkplek? Dat moge zo zijn, zegt het Hof, daaraan kan de verhuurder nog niet de bevoegdheid verlenen om de directrice het roken te verbieden.

Het Hof komt tot dezelfde conclusie als de kantonrechter en wijst de vordering af.

Uitdrukkelijk overeenkomen

Welke les valt hieruit te trekken? Dat een rookverbod uitdrukkelijk moet zijn overeengekomen. Als dat niet is gebeurd en dus niet expliciet in het huurcontract is opgenomen, wordt het voor de verhuurder van een pand erg lastig om een dergelijk verbod te handhaven. Opnieuw blijkt dat vage bepalingen en onduidelijke afspraken tot juridisch getouwtrek kunnen leiden. De kantonrechter en het gerechtshof hebben mijns inziens een juiste beslissing genomen.

Bron: Hof ’s-Hetogenbosch 26-05-15, nr.HD 200.150.735/01

Auteur

Arnoud van Dalen