Rsi bij je personeel

Boosdoeners en signalen

03 augustus 2012

Twee op de vijf werkende Nederlanders kampt met rsi-klachten. Rsi heeft de vervelende eigenschap dat de klachten zich steeds verder uitbreiden. Niet alleen de pijn neemt toe, ook het klachtengebied wordt groter.

Monotoon werk, langdurig in een verkeerde houding zitten, en slecht werkmateriaal zijn de grootste boosdoeners. De feiten op een rij.

Definitie

Rsi staat voor Repetitive Strain Injury. Het is een verzamelnaam voor klachten aan bovenrug, schouder, boven- en onderarm, elleboog, pols of hand of een combinatie hiervan. Rsi ontstaat door het maken van steeds dezelfde bewegingen of door gebrek aan afwisseling. Bijna 60 procent van de werknemers heeft hier regelmatig mee te maken. Andere boosdoeners zijn: grote krachtinspanningen, belastende houdingen, stress, werkdruk en slecht meubilair.

Ergonomie en werkdruk

Medewerkers zitten te lang achter het toetsenbord, meer dan de helft zo'n 7 uur per dag. Een ruime overschrijding van de richtlijn van 5 á 6 uur van het Arbobesluit. Veertig procent van de beeldschermwerkers heeft een verkeerde werkhouding als gevolg van ergonomische tekortkomingen, onvoldoende afwisseling in werkzaamheden en te hoge werkbelasting.

Anti-RSI attributen niet afdoende

Elleboogsteunen, stresspoppetjes en muismatten met gelkussens helpen niet. Vaak veroorzaken ze zelfs meer verlamming, verstijving en slechte doorbloeding. De beste remedie tegen rsi ligt in een gecombineerde aanpak: afwisseling in werkzaamheden, een redelijke werkbelasting en een goed werkklimaat in een ergonomisch verantwoorde omgeving.

De eerste alarmbellen

De eerste signalen lijken tamelijk onschuldig. Iemand wrijft zich eens in de handen, schudt de polsen los of grijpt naar de nek om zich van een stram gevoel te ontdoen. Kleine irritaties die meestal na een nacht rust weer zijn verdwenen. Vervelender wordt het als de tintelingen uitstralen naar andere lichaamsdelen zoals de vingers of als de pijn een beletsel is om in slaap te komen. Het eindstadium is dat iemand voortdurend pijn heeft en minder kracht voelt in de ledematen. Deskundigen onderscheiden grofweg drie fasen van beginnende tot blijvende rsi. Informeer ernaar bij je personeel als je problemen verwacht.

Fase 1:

De klachten treden op tijdens of vlak na (langdurige) werkinspanning. De pijn is duidelijk te lokaliseren (nek, pols, rug) en verdwijnt na een periode van rust.

Fase 2:

De relatie tussen oorzaak en pijn is minder duidelijk. Klachten doen zich niet alleen voor tijdens het werk maar ook bij andere inspanningen. De pijn straalt uit naar andere lichaamsdelen. Werken is pijnlijk, maar nog wel mogelijk.

Fase 3:

De pijn is vrijwel voortdurend aanwezig. Werken is onmogelijk geworden, evenals veel andere activiteiten. Behalve krachtsverlies in de ledematen is er soms sprake van zwellingen of verandering van huidskleur. De pijn (lamme arm, tintelingen, zware vermoeidheid) is niet meer te lokaliseren tot één gebied.

Let op!

Hoeveel tijd er tussen fase 1 en 3 ligt, is niet te zeggen. Soms duurt het een jaar, in andere gevallen slechts enkele weken. Wel is duidelijk dat niets doen funest is. Hoe sneller je ingrijpt, hoe groter de kans op volledig herstel.