In box 3 wordt de belasting berekend over je inkomen uit vermogen. De komende jaren gaan de berekening en de tarieven in box 3 veranderen. Hoe werkt de berekening? Wat betaal je aan belasting over je vermogen in box 3 in 2025 en 2026? En wanneer krijg je vrijstelling of compensatie?

Inhoud:
- Wat zijn de 3 boxen in de inkomstenbelasting?
- Wat is belasting box 3?
- Welke inkomsten vallen in box 3?
- Wat is het heffingsvrij vermogen in box 3?
- Vrijstellingen in box 3
- Tarieven belasting box 3 in 2025 en 2026
- Fictieve rendementspercentages 2025 en 2026 (forfaitair rendement)
- Vermogensbelasting in 2026 stijgt
- Hoe werkt de berekening van belasting in box 3?
- Voorbeeldberekening box 3 voor 2025
- Tips om je vermogensbelasting te verlagen
- Veranderingen in het belastingstelsel box 3 tot en met 2028
- Compensatie voor box 3 belasting (2021-2028)
- Hoe werkt de Wet werkelijk rendement box 3 vanaf 2028?
- Politieke discussie en onzekerheid over details nieuwe box 3 belasting
Wat zijn de 3 boxen in de inkomstenbelasting?
Bij je aangifte inkomstenbelasting heb je te maken met drie boxen. In iedere box vallen bepaalde inkomsten en gelden eigen belastingtarieven. Dit is de indeling:
Box 3: belastbaar inkomen uit sparen en beleggen (vermogen)
Wat is belasting box 3?
In box 3 wordt gekeken naar je inkomen uit sparen en beleggen. De Belastingdienst gaat ervan uit dat je over je vermogen extra inkomsten ontvangt. Bijvoorbeeld de rente op je spaargeld of rendement uit beleggingen. Over die extra inkomsten betaal je mogelijk belasting in box 3.
Welke inkomsten vallen in box 3?
De belasting die je betaalt in box 3 wordt ook wel vermogensbelasting, vermogensheffing of vermogensrendementsheffing genoemd. Dit is geen zakelijke belasting. Je zakelijke vermogen, zoals het geld op je zakelijke rekeningen, telt niet mee in box 3. Alleen je inkomsten uit privévermogen worden hier belast.
Je vermogen bestaat uit bezittingen zoals:
Het geld op je persoonlijke spaar- en betaalrekeningen
Je beleggingen, obligaties, crypto en winstbewijzen
Een tweede woning of een huis dat je verhuurt
Bepaalde schulden mag je aftrekken van je belastbaar vermogen. In 2025 en 2026 geldt een drempel van € 3.800 (zonder partner) en € 7.600 met partner. Het bedrag aan schulden dat boven de drempel uitkomt, mag je verrekenen met je vermogen. Je primaire woningschuld is niet aftrekbaar.
Welke bezittingen tellen mee voor je vermogen?
Op de website van de Belastingdienst staat een volledige lijst met bezittingen die meetellen voor je vermogen in box 3. De bezittingen van je fiscale partner en eventuele minderjarige kinderen moet je ook meetellen.
Wat is het heffingsvrij vermogen in box 3?
Een deel van je vermogen is vrijgesteld van belasting. Je moet belasting betalen als de waarde van je vermogen boven deze vrijstelling komt. Dit wordt heffingsvrij vermogen of belastingvrij vermogen genoemd.
Het heffingsvrij vermogen in 2025 was € 57.684 zonder fiscale partner en € 115.368 met fiscale partner.
Het heffingsvrij vermogen in 2026 is € 59.357 zonder fiscale partner en € 118.714 met fiscale partner.
Een eerder voorgestelde verlaging van het heffingsvrij vermogen in 2026 ging niet door.
Over je vermogen onder dit bedrag hoef je geen belasting te betalen. Het bedrag boven het heffingsvrij vermogen heet ook wel de 'grondslag sparen en beleggen'. Daarover betaal je dus belasting.
Vrijstellingen in box 3
Er zijn een aantal vrijstellingen als het gaat om de belasting in box 3. Naast een deel van je vermogen (heffingsvrij vermogen) zijn ook een aantal bezittingen vrijgesteld van belasting.
Wanneer krijg je vrijstelling van bezittingen in box 3?
Een aantal zaken zijn vrijgesteld van de belasting in box 3. Zoals:
Je primaire woning
De inboedel van je woning
Je auto
Je pensioen
Je lijfrenten
Groene beleggingen
Je zakelijke vermogen (saldo op je zakelijke rekeningen)
Deze bezittingen hoef je dus niet mee te tellen voor je vermogen in box 3. Mogelijk komen ze wel aan bod in een andere belastingbox.
Hoeveel schuld mag je aftrekken?
Heb je schulden? Dan mag je die voor een deel aftrekken van je vermogen. Behalve de hypotheekschuld van je eigen woning. De totale schuld boven het drempelbedrag mag je aftrekken.
Het drempelbedrag voor schulden in 2025 en 2026 is € 3.800 als je geen fiscale partner hebt en € 7.600 als je wel een fiscale partner hebt.
Tarieven belasting box 3 in 2025 en 2026
Het belastingtarief in box 3 is 36% in 2025 en 2026. De komende jaren blijft het tarief voor box 3 op 36% staan. Dit percentage betaal je niet over het hele bedrag dat je aan vermogen hebt boven het heffingsvrije vermogen. Je betaalt dit belastingtarief over fictief rendement dat je met jouw vermogen behaalt.
Ontwikkeling belastingtarief in box 3
| Jaar | Tarief box 3 |
|---|---|
| 2022 | 31% |
| 2023 | 32% |
| 2024 | 36% |
| 2025 | 36% |
| 2026 | 36% |
Fictieve rendementspercentages 2025 en 2026 (forfaitair rendement)
Hoeveel belasting je verschuldigd bent in box 3 wordt berekend met fictieve rendementspercentages. De Belastingdienst gaat hierbij wel uit van de werkelijke verdeling van je vermogen.
Voor 2025 zijn de fictieve rendementspercentages als volgt vastgesteld:
Spaargeld: 1,37%
Beleggingen en andere bezittingen: 5,88%
Schulden: 2,70%
Voor 2026 zijn de fictieve rendementspercentages als volgt:
Spaargeld: 1,28% (voorlopig)
Beleggingen en andere bezittingen: 6% (definitief)
Schulden: 2,70% (voorlopig)
De rendementspercentages op spaargeld en schulden zijn alleen voorlopig bekend voor 2026. Deze worden gebaseerd op gemiddelde spaarrentes en gemiddelde hypotheekrentes.
Is je werkelijke rendement lager dan dit fictieve rendement? Dan heb je recht op compensatie.
Dit is het fictieve rendement in 2024, 2025 en 2026
| Rendementspercentage 2024 | Rendementspercentage 2025 | Rendementspercentage 2026 | |
| Bank- en spaartegoeden | 1,44% | 1,37% | 1,28% (voorlopig) |
| Beleggingen en andere bezittingen | 6,04% | 5,88% | 6% |
| Schulden | 2,61% | 2,70% | 2,70% (voorlopig) |
Vermogensbelasting in 2026 stijgt
In 2026 stijgt het heffingsvrije vermogen en het forfaitair rendement. Dat betekent dat je over je vermogen in 2026 meer belasting in box 3 betaalt. Het forfait in de categorie beleggingen en overige bezittingen is 6% in 2026 (in 2025 was dat 5,88%).
Hoe werkt de berekening van belasting in box 3?
Hoeveel belasting moet jij betalen over je vermogen? Volg deze stappen en je kunt de belasting in box 3 berekenen:
Bereken het belastbaar rendement: Gebruik de actuele rendementspercentages die de Belastingdienst hanteert per categorie om je rendement per soort vermogen te berekenen. Hanteer als peildatum 1 januari van het belastingjaar. Het rendement van banktegoeden en het rendement van beleggingen en andere tegoeden tel je bij elkaar op. Het rendement van aftrekbare schulden trek je hier vanaf.
Bereken ook de rendementsgrondslag: Dit is de totale waarde van je bezittingen min de schulden die boven de drempel uitkomen van € 3.800 (€ 7.600 met fiscale partner).
Bereken dan de grondslag sparen en beleggen: Dit is je rendementsgrondslag min het heffingvrije vermogen. Dat is € 57.684 per persoon in 2025 en € 59.357 per persoon in 2026. Deze bedragen mag je verdubbelen als je een fiscaal partner hebt.
Bereken je aandeel in de rendementsgrondslag: Deel de uitkomst van stap 3 door de uitkomst van stap 2 en vermenigvuldig dit met 100.
Bereken je voordeel uit sparen en beleggen: Deel de uitkomst van stap 4 door de uitkomst van stap 1. Dit is je box 3-inkomen.
Vermenigvuldig met het tarief box 3: In 2025 en 2026 is het belastingtarief 36% in box 3.
Voorbeeldberekening box 3 voor 2025
Je hebt samen met je fiscale partner een vermogensmix die bestaat uit spaargeld (€ 200.000) en beleggingen (€ 100.000). Hoeveel belasting moet je betalen in box 3? Hoe moet je het heffingsvrije vermogen toepassen? Volg de volgende stappen en doe de berekening. Dit is een voorbeeld zonder schulden.
1. Bepaal het rendement per soort vermogen en het belastbaar rendement
SPAARGELD (totaal banktegoeden)
Totaal banktegoeden: € 200.000
Rendementspercentage 2025: 1,37%
Rendement spaargeld: € 200.000 x 1,37% = € 2.740
BELEGGINGEN
Beleggingen: € 100.000
Rendementspercentage 2025: 5,88%
Rendement beleggingen: € 100.000 x 5,88% = € 5.880
Het belastbaar rendement is: € 2.740 + € 5.880 = € 8.620
2. Bereken het gezamenlijke vermogen (gezamenlijke rendementsgrondslag)
Spaargeld + beleggingen = € 300.000
3. Bereken de grondslag sparen en beleggen
Grondslag sparen en beleggen = rendementsgrondslag - heffingsvrij vermogen beide fiscale partners
€ 300.000 - € 115.368 = € 184.632
4. Bereken je aandeel in de rendementsgrondslag
Aandeel rendementsgrondslag = (Grondslag sparen en beleggen / rendementsgrondslag) x 100
(€ 184.632 / € 300.000) x 100 = 61,54%
5. Bereken je voordeel uit spaargeld en beleggingen
Voordeel uit spaargeld en beleggingen = Belastbaar rendement x Aandeel in rendementsgrondslag
€ 8.620 x 61,54% = € 5.303,75
6. Over dit voordeel uit vermogen betaal je het tarief in box 3
Tarief box 3 2025: 36%
Voordeel uit vermogen: € 5.303,75
Berekening belasting box 3: € 5.303,75 x 36% = € 1.909,35
Over 2025 betaal je dus € 1.909,35 aan belasting in box 3.
Tip: Was jouw werkelijke rendement lager dan € 5.303,75, dan heb je recht op compensatie voor het te veel betaalde bedrag aan belasting.
Bekijk meer rekenvoorbeelden en de meest actuele percentages voor vermogensbelasting in 2025 en 2026 op de website van de Belastingdienst.
Hoeveel belasting betaal je over € 100.000 spaargeld?
Had je op 1 januari 2025 € 100.000 spaargeld, geen beleggingen of schulden en geen fiscaal partner? Dan betaal je belasting over € 42.316, het deel boven het heffingsvrije vermogen van € 57.684. De Belastingdienst rekent met een fictief rendement van 1,37% over dat bedrag. Over dat rendement betaal je 36% belasting. Dat komt neer op afgerond € 209.
Je betaalt in 2025 dus € 209 belasting over € 100.000 spaargeld (zonder fiscale partner)
Heb je een fiscale partner? Dan is € 100.000 spaargeld helemaal belastingvrij. Samen hebben jullie namelijk een heffingsvrij vermogen van € 115.368.
Tips om je vermogensbelasting te verlagen
Bij het bepalen van je vermogen voor box 3 is er een belangrijk verschil tussen je privé vermogen en zakelijke vermogen. Lees er meer over in het artikel over vermogensbelasting.
Ben je grootaandeelhouder van een bv of nv? Check dan in welke gevallen zakelijk of privé beleggen gunstiger is.
Veranderingen in het belastingstelsel box 3 tot en met 2028
In box 3 zijn er een paar wijzigingen in het belastingstelsel. Het doel van deze veranderingen is: rechtvaardiger belasten. Hieronder geven we een overzicht van de situatie vanaf 2023, de overgangsfase en het nieuwe stelsel Wet werkelijk rendement box 3 dat volgens planning vanaf 2028 moet gelden. De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel in februari 2026 aangenomen; de Eerste Kamer moet nog instemmen.
Waarom wordt de vermogensbelasting aangepast?
Voorheen hanteerde de Belastingdienst in box 3 een vaste verdeling tussen spaargeld en beleggingen. Dat leidde ertoe dat spaarders (laag rendement) relatief veel belasting betaalden, terwijl beleggers (hoog rendement) minder betaalden. De Hoge Raad oordeelde dat dit in strijd is met het recht. Daarom zijn aanpassingen nodig richting een systeem dat beter aansluit bij het werkelijke rendement.
Wat gebeurde er met box 3 in 2023 en 2024?
De berekening van box‑3‑belasting is aangepast. Vanaf 2023 tot 2028 geldt de overbruggingswetgeving, waarin wordt gerekend met drie vermogenscategorieën: banktegoeden, overige bezittingen, schulden. Het box‑3‑tarief is in 2024 in één keer verhoogd naar 36%, zoals vastgelegd in het Belastingplan 2024. Dit tarief blijft ook in 2025 en 2026 ongewijzigd.
Compensatie voor box 3 belasting (2021-2028)
In juni 2024 oordeelde de Hoge Raad dat óók de tijdelijke rekenmethode in strijd is met het recht: de Belastingdienst mag alleen het werkelijke rendement belasten. Hierdoor krijgen circa 2,6 miljoen Nederlanders mogelijk aanvullend rechtsherstel.
Vanaf de zomer van 2025 kunnen belastingplichtigen via het formulier Opgaaf werkelijk rendement hun daadwerkelijke rendement doorgeven. Als blijkt dat te veel belasting is betaald, volgt terugbetaling. Deze regeling blijft van kracht tot invoering van het nieuwe stelsel in 2028.
Lees ook: Miljoenen Nederlanders krijgen mogelijk compensatie voor betaalde box 3-belasting
Hoe werkt de Wet werkelijk rendement box 3 vanaf 2028?
Vanaf 2028 komt er een nieuw stelsel waarin het werkelijke rendement op vermogen wordt belast. Bij de aangifte inkomstenbelasting moet je dan alle daadwerkelijk ontvangen rente, dividend, huur en andere inkomsten uit vermogen opgeven. Daarnaast wordt ook waardeverandering belast, afhankelijk van het type vermogen. Het nieuwe stelsel kent twee vormen van heffing:
Vermogenswinstbelasting
Voor o.a. onroerend goed en aandelen in startende ondernemingen (startups)
Waardestijgingen worden pas belast bij verkoop (realisatie).
Dit voorkomt liquiditeitsproblemen en moet investeringen in startups niet afremmen.
Vermogensaanwasbelasting
Voor o.a. spaargeld en beursgenoteerde beleggingen
Jaarlijkse belasting over:
reguliere inkomsten (rente, dividend, huur)
gerealiseerde én ongerealiseerde waardestijgingen
Kosten, zoals bankkosten, transactiekosten en rente, worden aftrekbaar.
Verliezen zijn onbeperkt voorwaarts verrekenbaar, met een drempel van € 500 per jaar.
Het huidige heffingsvrij vermogen wordt vervangen door een heffingvrij resultaat van € 1.800 per persoon per jaar.
Politieke discussie en onzekerheid over details nieuwe box 3 belasting
Hoewel het wetsvoorstel voor de nieuwe vermogensbelasting in de Tweede Kamer is aangenomen, is er veel kritiek vanuit o.a. de Raad van State, fiscalisten en hoogleraren. Dit zijn de belangrijkste punten:
Belasting op ongerealiseerde waardestijgingen roept juridische en praktische zorgen op.
Definities van 'startup' en 'scale‑up' zijn nog onvoldoende duidelijk.
Beperkte verliesverrekening wordt als knelpunt beschouwd (carry‑forward wel geregeld, carry‑back nog in onderzoek).
Twijfels over uitvoerbaarheid bij de Belastingdienst, mede door eerdere ICT‑problemen.
De minister van Financiën heeft daarom in 2026 aangekondigd dat het kabinet aanvullende aanpassingen onderzoekt. Het is nog onzeker of het uiteindelijke stelsel per 2028 exact overeenkomt met het huidige wetsvoorstel.
Wil jij ons helpen?
Bij MKB Servicedesk streven we naar de beste content voor ondernemers. Daarom zijn we benieuwd naar jouw ervaring met het artikel dat je zojuist hebt gelezen, en wat dit artikel jou heeft gebracht. Zodat we toekomstige edities voor jou nóg waardevoller kunnen maken.
Wil jij ons helpen? Jouw input is ontzettend waardevol en zouden we via een kort telefonisch interview (±15 min) graag ontvangen.
Doe mee! Plan direct een afspraak via deze link en we nemen contact met je op.
Jouw deelname wordt enorm gewaardeerd.


