Nederlandse bedrijven missen kansen in groeimarkten

Duitsland en België actiever in opkomende economieën

01 december 2017

Nederlandse bedrijven kunnen meer profiteren van de onstuimige economische groei in opkomende markten China, India, Indonesië en Saoedi-Arabië. Het aandeel goederen dat onze buurlanden België en Duitsland hiernaar exporteren, is veel groter dan het onze.

Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek uit 2012. 

China

In 2012 was 1,6 procent van onze totale exportwaarde voor rekening van China, de grootste en een van de snelstgroeiende economieën ter wereld. Dit neemt wel sterk toe. De waarde van de export naar China (7,6 miljard) is bijna een verdubbeling van het bedrag in 2008.

Toch missen we nog kansen in China. Ter vergelijking: Duitsland haalt hier 6,1 procent van de exportwaarde. 0,4 procent van onze exportwaarde ging naar India, terwijl dit land voor België 2,3 procent uitmaakt en voor Duitsland 0,9 procent. Voor Indonesië en Saoedi-Arabië waren de verschillen minder groot. 

Groeimarkten

In totaal exporteert Nederland 2,5 procent naar deze vier groeimarkten, terwijl Duitsland hier 8,1 procent realiseert en België 5,1. 

Nederland is de tweede exporteur van de Europese Unie. In de vier groeimarkten heeft Nederland echter slechts een zestiende plek van de EU-landen. Duitsland heeft de grootste positie in deze markten. Finland en het Verenigd Koninkrijk zijn ook sterk vertegenwoordigd in de opkomende landen. 

Wederexport

Dat Nederland het minder goed doet in opkomende verre markten, komt mede doordat een groot deel van onze export wederexport is: het komt binnen in Nederland (bijvoorbeeld in de Rotterdamse haven) en gaat na hooguit een kleine bewerking verder naar een bestemming in Europa (meestal Duitsland).

Toch kunnen Nederlandse bedrijven zich meer richten op de grote groeimarkten.

Auteur

Marlou Visser