Ontsla je een medewerker of verleng je een tijdelijk contract niet? Dan moet je meestal een transitievergoeding betalen. Wanneer ben je als werkgever verplicht om deze wettelijke ontslagvergoeding te betalen? En hoe bereken je de hoogte? In dit artikel lees je hoe het zit.
Inhoud:
- Wat is de transitievergoeding?
- Hoogte transitievergoeding berekenen
- Maximale transitievergoeding in 2026
- Wanneer heeft een werknemer recht op transitievergoeding?
- Wanneer hoef je geen transitievergoeding te betalen?
- Cao-voorziening in plaats van transitievergoeding
- Transitievergoeding en belasting
- Transitievergoeding in termijnen betalen
- Transitievergoeding betalen: wanneer en welke kosten mag je aftrekken?
- Transitievergoeding: waar moet je op letten?
Wat is de transitievergoeding?
De transitievergoeding is een wettelijke vergoeding die je als werkgever betaalt bij ontslag. Dit geldt voor zowel vaste als tijdelijke contracten en al vanaf de eerste werkdag van een medewerker.
De vergoeding is bedoeld als financiële ondersteuning voor de periode na ontslag. Werknemers kunnen het bedrag bijvoorbeeld gebruiken voor omscholing, het zoeken naar een nieuwe baan of het starten van een eigen bedrijf.
Hoogte transitievergoeding berekenen
Hoeveel transitievergoeding je moet betalen, hangt af van het brutomaandsalaris en de duur van het dienstverband.
De vergoeding bedraagt ⅓ brutomaandsalaris per gewerkt jaar.
Heeft iemand korter dan een jaar gewerkt? Dan bereken je de vergoeding naar rato van de gewerkte maanden of dagen.
Voorbeeld: transitievergoeding berekenen
Een werknemer verdient € 3.000 bruto per maand en is 3 jaar in dienst geweest. De transitievergoeding bedraagt ⅓ van het maandsalaris per gewerkt jaar:
⅓ van € 3.000 = € 1.000 per jaar
3 dienstjaren × € 1.000 = € 3.000 transitievergoeding
Heeft een werknemer bijvoorbeeld 1 jaar en 6 maanden gewerkt? Dan bereken je het resterende deel naar rato.
⅓ van € 3.000 = € 1.000 per jaar
6 maanden = € 500 extra
De totale transitievergoeding komt dan uit op € 1.500.
Wil je dit eenvoudig en snel uitrekenen? Gebruik dan onze calculator voor de transitievergoeding.
Maximale transitievergoeding in 2026
Er geldt een maximum voor de transitievergoeding. In 2026 bedraagt de maximale transitievergoeding € 98.000 bruto. Verdient een werknemer meer dan dit bedrag per jaar? Dan is de maximale transitievergoeding één bruto jaarsalaris. Dit maximum wordt elk jaar opnieuw vastgesteld door de overheid. Controleer daarom altijd het actuele bedrag als je een medewerker ontslaat.
Transitievergoeding vóór en na 2020
Tot 1 januari 2020 golden andere regels voor de transitievergoeding. Werknemers van 50 jaar en ouder met een dienstverband van minimaal 10 jaar kregen toen een hogere vergoeding: 1 maandsalaris per gewerkt jaar na hun 50e.
Sinds de invoering van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) geldt één duidelijke regel: werknemers hebben recht op ⅓ maandsalaris per gewerkt jaar, vanaf de eerste werkdag.
Bij ontslag met wederzijds goedvinden kunnen werkgever en werknemer nog wel andere afspraken maken over de hoogte van de vergoeding.
Wanneer heeft een werknemer recht op transitievergoeding?
In de meeste gevallen heeft een werknemer recht op een transitievergoeding wanneer het initiatief voor het ontslag bij de werkgever ligt. Dit geldt bijvoorbeeld als je een medewerker ontslaat of een tijdelijk contract niet verlengt.
Het maakt daarbij niet uit of iemand een vast of tijdelijk contract heeft. Werknemers bouwen bovendien al vanaf de eerste werkdag recht op een transitievergoeding op. Deze regel geldt sinds de invoering van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) in 2020.
Transitievergoeding bij ontslag door de werkgever
Ontsla je een werknemer via het UWV of de kantonrechter? Dan heeft de werknemer in principe recht op een transitievergoeding.
Dit geldt bijvoorbeeld bij:
langdurige arbeidsongeschiktheid
Alleen in uitzonderlijke gevallen, zoals bij ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer, kan de transitievergoeding vervallen.
Transitievergoeding bij een tijdelijk contract
Ook werknemers met een tijdelijk contract hebben recht op een transitievergoeding. Dit geldt vanaf de eerste werkdag.
Verleng je een tijdelijk contract niet? Dan moet je als werkgever meestal een transitievergoeding betalen. Bij het berekenen van de vergoeding tel je opeenvolgende contracten bij elkaar op. Alleen als er meer dan zes maanden tussen twee contracten zit, begint de berekening opnieuw.
Transitievergoeding bij een uitzendkracht
Ook uitzendkrachten bouwen recht op een transitievergoeding op. Zij doen dit vanaf de eerste werkdag bij het uitzendbureau.
Het uitzendbureau is verantwoordelijk voor het betalen van de transitievergoeding, niet de organisatie waar de uitzendkracht werkt. De vergoeding is meestal verschuldigd wanneer het uitzendbureau geen nieuw werk kan aanbieden en het dienstverband eindigt.
Transitievergoeding bij ziekte
Een werknemer kan recht hebben op een transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige ziekte. Bijvoorbeeld wanneer je een medewerker ontslaat na 104 weken arbeidsongeschiktheid.
Als werkgever ben je verplicht deze vergoeding te betalen. In veel gevallen kun je de betaalde transitievergoeding daarna terugvragen bij het UWV via de compensatieregeling voor ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid. Verlaag je het aantal uren van een werknemer na langdurige ziekte? Dan kan er ook recht zijn op een gedeeltelijke transitievergoeding.
Wanneer hoef je geen transitievergoeding te betalen?
In sommige situaties hoef je als werkgever geen transitievergoeding te betalen. Bijvoorbeeld wanneer het initiatief voor het vertrek bij de werknemer ligt of wanneer er sprake is van bijzondere omstandigheden.
| Situatie | Uitleg |
|---|---|
| Werknemer neemt zelf ontslag | Uitzondering: geldt niet als de werknemer opstapt door ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever |
| Ernstig verwijtbaar gedrag werknemer | Bijvoorbeeld bij fraude, diefstal of andere ernstige misdragingen |
| Werknemer is jonger dan 18 jaar | En werkt gemiddeld maximaal 12 uur per week |
| Werknemer bereikt AOW-leeftijd | Of wordt ontslagen nadat deze leeftijd al is bereikt |
| Faillissement of schuldsanering | Bijvoorbeeld bij faillissement, surseance van betaling of schuldsanering |
| Cao bevat een gelijkwaardige voorziening | De cao kan een regeling bevatten die de transitievergoeding vervangt |
| Nieuw tijdelijk contract volgt | Als binnen 6 maanden een nieuw tijdelijk contract ingaat |
Cao-voorziening in plaats van transitievergoeding
In sommige cao’s is afgesproken dat werknemers geen transitievergoeding krijgen, maar een gelijkwaardige voorziening. Dit kan bijvoorbeeld een financiële vergoeding (ontslagvergoeding) zijn, hulp bij het vinden van nieuw werk of een combinatie van beide.
Zo’n regeling geldt alleen als de cao bepaalt dat de voorziening minstens gelijkwaardig is aan de transitievergoeding. Dit komt vooral voor bij ontslag om bedrijfseconomische redenen.
Transitievergoeding en belasting
Een transitievergoeding wordt door de Belastingdienst gezien als loon uit een eerdere dienstbetrekking. Daarom betaal je hierover loonbelasting volgens de groene tabel voor bijzondere beloningen.
Bij deze tabel wordt geen arbeidskorting toegepast, omdat die korting alleen geldt voor inkomen uit werk. Het gewone salaris van de werknemer blijft belast volgens de witte tabel.
Betaal je het loon en de transitievergoeding tegelijk uit? Dan moet je deze bedragen apart verwerken in de loonadministratie.
Transitievergoeding in termijnen betalen
Kun je als werkgever de transitievergoeding niet in één keer betalen, bijvoorbeeld omdat dit grote financiële gevolgen heeft voor je bedrijf? Dan mag je de vergoeding in termijnen betalen. Je mag de betaling spreiden over maximaal zes maanden. Wel moet je dan wettelijke rente betalen over het deel dat je later uitbetaalt.
Betaal je de vergoeding niet binnen één maand na het einde van het dienstverband? Dan kan de werknemer aanspraak maken op wettelijke rente.
Transitievergoeding betalen: wanneer en welke kosten mag je aftrekken?
Als werkgever moet je de transitievergoeding binnen één maand na het einde van het dienstverband betalen. Betaal je later, dan kan de werknemer aanspraak maken op wettelijke rente.
In sommige gevallen mag je bepaalde kosten aftrekken van de transitievergoeding. Denk bijvoorbeeld aan:
scholingskosten voor de werknemer
kosten voor begeleiding naar ander werk (outplacement)
Je moet deze kosten vooraf duidelijk met de werknemer afspreken. De werknemer moet schriftelijk instemmen met het in mindering brengen van deze kosten op de transitievergoeding. Betaal je de transitievergoeding helemaal niet? Dan kan een werknemer binnen drie maanden na het einde van het dienstverband een verzoek indienen bij de rechter.
Transitievergoeding: waar moet je op letten?
Krijg je te maken met ontslag of het aflopen van een contract? Controleer dan altijd of je een transitievergoeding moet betalen en hoe hoog die is. Bereken de vergoeding op tijd, zodat je niet voor verrassingen komt te staan. Leg afspraken over bijvoorbeeld scholingskosten of outplacement vooraf schriftelijk vast en betaal de vergoeding binnen één maand na het einde van het dienstverband. Zo voorkom je discussies, extra kosten of juridische procedures.



