Kabinet zet streep door nieuwe box 3-wet: ondernemers blijven in onzekerheid

Minister wil omstreden vermogensbelasting herzien en nog vóór de zomer met aangepast voorstel komen

De invoering van het nieuwe box 3-stelsel per 1 januari 2028 staat opnieuw op losse schroeven. Hoewel de Tweede Kamer half februari nog instemde met de Wet werkelijk rendement box 3, heeft het nieuwe kabinet aangekondigd dat het wetsvoorstel wordt aangepast. Minister van Financiën Eelco Heinen wil terug naar de tekentafel na maatschappelijke onrust en politieke twijfel, met name in de Eerste Kamer.

Vermogensbelasting box 3 omhoog

Opnieuw onzekerheid

Daarmee ontstaat opnieuw onzekerheid over de toekomst van de vermogensrendementsheffing. Voor ondernemers met privévermogen in spaargeld, beleggingen of verhuurd vastgoed betekent dit dat de spelregels mogelijk opnieuw veranderen.

Box 3 werkelijk rendement

Het wetsvoorstel dat onlangs werd aangenomen introduceerde per 2028 een heffing over het werkelijke rendement. Voor veel beleggingen zou een vermogensaanwasbelasting gaan gelden: jaarlijks belasting betalen over ontvangen inkomsten én over waardestijgingen, ook als die nog niet zijn gerealiseerd.

Juist dat laatste onderdeel leidde tot brede kritiek. Ondernemers en beleggers wezen erop dat zij belasting zouden moeten betalen over papieren winsten, terwijl de waarde van beleggingen sterk kan schommelen. Een stijging in het ene jaar kan in het volgende jaar weer verdwijnen, terwijl de belasting al is afgerekend.

Daarnaast ontstond discussie over de gevolgen voor kleinere beleggers. Door aanpassingen in de heffingsvrije voet zouden juist relatief kleine vermogens sneller worden belast. Grotere vermogens zouden in sommige gevallen kunnen uitwijken naar box 2 via een beleggings-bv.

Politieke steun brokkelt af

Hoewel de Tweede Kamer instemde met de wet, bleek al snel dat in de Eerste Kamer geen vanzelfsprekende meerderheid bestaat. Het kabinet heeft daarom besloten het voorstel te herzien voordat het verder wordt behandeld.

De minister heeft aangegeven dat hij nog steeds vasthoudt aan invoering van een nieuw box 3-stelsel per 2028. Tegelijkertijd erkent hij dat de huidige uitwerking onvoldoende draagvlak heeft. Dat betekent dat de Tweede Kamer opnieuw naar de aangepaste plannen zal moeten kijken.

Box 3: Wat geldt voor 2026 en 2027?

Voor de komende jaren verandert er vooralsnog weinig. In 2026 en 2027 blijft het overgangsstelsel van kracht. Ondernemers met box 3-vermogen boven de vrijstelling kunnen in deze jaren kiezen tussen belastingheffing op basis van fictief rendement of op basis van het werkelijke rendement. Het aangifteprogramma van de Belastingdienst berekent welke optie het meest gunstig uitpakt. Het tarief over het belastbare rendement bedraagt 36%.

De vrijstelling bedraagt in 2026 ruim € 59.000 euro voor alleenstaanden en het dubbele voor fiscale partners. Doorslaggevend is steeds het vermogen op 1 januari van het betreffende jaar.

Dit keuzeregime maakt de situatie tijdelijk relatief gunstig voor belastingplichtigen, maar het blijft een noodoplossing na eerdere uitspraken van de Hoge Raad die het oude forfaitaire stelsel onrechtmatig verklaarden.

Box 3: gevolgen voor ondernemers

Voor veel ondernemers is box 3 relevant. Privé opgebouwd vermogen fungeert namelijk vaak als buffer voor tegenvallers, pensioenvoorziening of toekomstige investeringen in hun bedrijf.

De onzekerheid rond box 3 bemoeilijkt strategische keuzes, zoals:

  • het aanhouden of afbouwen van een beleggingsportefeuille in privé;

  • het onderbrengen van vermogen in een bv-structuur;

  • het verkopen of juist aanhouden van verhuurd vastgoed;

  • het vrijmaken van middelen voor investeringen in het bedrijf.

Met name de mogelijke belastingheffing over ongerealiseerde waardestijgingen kan effect hebben op liquiditeitsplanning. Als het aangepaste voorstel opnieuw inzet op een vorm van aanwasbelasting, kan dat betekenen dat ondernemers jaarlijks belasting moeten betalen zonder dat er daadwerkelijk geld vrijkomt.

Deadline 2028 blijft staan

Ondanks de herziening houdt het kabinet vast aan 1 januari 2028 als beoogde ingangsdatum voor een definitief stelsel op basis van werkelijk rendement. Uitstel zou een aanzienlijk gat in de rijksbegroting slaan, omdat het huidige overgangsstelsel juridisch kwetsbaar blijft.

De komende maanden moet duidelijk worden hoe het aangepaste wetsvoorstel eruitziet. Daarbij zal moeten blijken of het kabinet vasthoudt aan belastingheffing over ongerealiseerde winsten of kiest voor een andere vorm, bijvoorbeeld een bredere vermogenswinstbelasting waarbij pas bij verkoop wordt afgerekend.

Wat kun je nu doen?

Het is raadzaam om niet te wachten tot 2028. Breng in kaart hoe groot je box 3-vermogen is, hoe het is opgebouwd en welke rendementen je verwacht.

Maak daarnaast scenario’s voor verschillende uitkomsten: een stelsel met aanwasbelasting, een stelsel met uitsluitend vermogenswinstbelasting of verdere aanpassing van vrijstellingen en tarieven. Zeker bij grotere vermogens of bij vastgoed in privé kan het verschil substantieel zijn. Zo weet je in ieder geval waar je aan toe kunt zijn.

Op de hoogte blijven van relevant ondernemersnieuws, praktische tips en tools? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.

Wat vind je van dit artikel?

Fleur Willemsen

Auteur

Fleur Willemsen

Fleur Willemsen is redacteur bij MKB Servicedesk.