Vijftien jaar zzp’en maakt nog geen dienstverband

Opvallende uitspraak gerechtshof Den Haag

Een webontwikkelaar werkte bijna vijftien jaar via zijn eigen bedrijf voor de Unie van Waterschappen. Toch was hij volgens het gerechtshof Den Haag geen werknemer. De duur van een opdracht is niet genoeg om van een arbeidsovereenkomst te spreken. Wel moet de Unie € 33.072 betalen omdat zij de samenwerking te laat beëindigde.

Uitspraak hof: Vijftien jaar zzp’en maakt nog geen dienstverband

Jarenlange samenwerking blijft overeenkomst van opdracht

Een langdurige samenwerking met één opdrachtgever maakt een zzp’er niet automatisch werknemer. Dat blijkt uit een uitspraak van het gerechtshof Den Haag. Een webontwikkelaar die bijna vijftien jaar voor de Unie van Waterschappen werkte, stelde dat hij feitelijk in dienst was. Hij eiste onder meer een transitievergoeding en een billijke vergoeding van € 180.000. Het hof wijst die claims af.

Voor ondernemers die met zzp’ers werken, is de uitspraak relevant. Ook een samenwerking die jarenlang duurt, kan een overeenkomst van opdracht blijven. Maar daarvoor is wel van belang hoe de samenwerking in de praktijk is ingericht. Ondernemers kunnen zich dus niet alleen baseren op het contract of de duur van de opdracht.

Van werknemer naar zelfstandig ondernemer

De man trad in 2002 in dienst bij de Unie van Waterschappen als systeembeheerder. Twee jaar later begon hij daarnaast een eenmanszaak voor het bouwen en beheren van websites.

In 2010 eindigde zijn arbeidsovereenkomst bij de Unie. Daarna ging hij vanuit zijn eigen bedrijf voor de organisatie werken. De opdracht werd verschillende keren verlengd en liep uiteindelijk tot 1 februari 2025.

Aanvankelijk werkte hij gemiddeld zestien uur per week tegen een uurtarief van 60 euro. Dat tarief liep later op. Vanaf 2024 verliep de samenwerking via Haert, een broker die de externe inhuur voor de Unie administratief en financieel afhandelde.

Toen de Unie eind 2024 liet weten de opdracht niet te verlengen, stapte de man naar de rechter. Volgens hem was er al die jaren in werkelijkheid sprake geweest van een arbeidsovereenkomst.

Vooral de manier van werken is bepalend

Het hof kijkt voor de beoordeling naar alle omstandigheden van de samenwerking. Dat is in lijn met het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad. De lange duur van de samenwerking telt daarbij mee. Ook het feit dat de man het werk persoonlijk uitvoerde en eerder werknemer van de Unie was, wijst volgens het hof richting een arbeidsovereenkomst.

Maar daar staan volgens de rechter voldoende andere omstandigheden tegenover. Zo onderhandelde de man zelf over zijn tarieven en voorwaarden. Hij stelde meerdere overeenkomsten zelf op en kon zijn uren naar eigen inzicht indelen. Ook declareerde hij wisselende bedragen in plaats van een vast salaris.

Verder waren er geen functioneringsgesprekken of personeelsevaluaties. De man bracht btw in rekening, droeg zelf het risico voor zijn bedrijfsmiddelen en had een beroepsaansprakelijkheidsverzekering.

Ook had hij tegenover de broker verklaard dat hij gemiddeld 32 tot 50 uur per week als zelfstandige werkte en meerdere opdrachtgevers had. Volgens het hof heeft hij die verklaring onvoldoende kunnen weerleggen.

Wat betekent dit voor ondernemers?

Voor ondernemers die zzp’ers inhuren, laat de uitspraak zien waar het in de praktijk op aankomt. Een overeenkomst van opdracht is niet voldoende als de samenwerking feitelijk kenmerken van een dienstverband heeft. Tegelijkertijd leidt een langdurige samenwerking niet automatisch tot een arbeidsovereenkomst.

Het is daarom belangrijk om bij langdurige opdrachten opnieuw naar de praktijk te kijken. Heeft de zzp’er daadwerkelijk ruimte om zijn werk zelf in te delen? Onderhandelt hij over tarieven en voorwaarden? Loopt hij ondernemersrisico en werkt hij ook voor andere opdrachtgevers? En opereert hij daadwerkelijk als zelfstandige binnen de organisatie?

Juist die combinatie van omstandigheden kan bepalend zijn als de arbeidsrelatie later ter discussie komt te staan. Voor mkb’ers die met vaste zzp’ers werken, is de uitspraak daarmee een concrete aanleiding om bestaande samenwerkingen tegen het licht te houden.

Geen dienstverband, dus ook geen transitievergoeding

Het hof concludeert dat de samenwerking geen arbeidsovereenkomst was. Dat geldt zowel voor de Unie van Waterschappen als voor broker Haert. De man heeft daarom geen recht op een transitievergoeding, achterstallig vakantiegeld of individueel keuzebudget. Ook de billijke vergoeding van € 180.000 wordt afgewezen.

Wel € 33.072 voor te late beëindiging

De Unie moet de man wel € 33.072 betalen. Hoewel er geen arbeidsovereenkomst was, vindt het hof dat de Unie de langdurige samenwerking niet zomaar op zo'n korte termijn kon beëindigen.

De € 33.072 is een schadevergoeding vanwege die te late beëindiging en staat los van het arbeidsrecht. Ook dat is relevant voor ondernemers: een opdrachtgever kan een langdurige overeenkomst van opdracht niet per definitie van de ene op de andere dag beëindigen. Ook als een zzp’er juridisch geen werknemer is, kunnen er verplichtingen gelden rond de manier waarop de samenwerking wordt beëindigd.

Wat vind je van dit artikel?

Fleur Willemsen

Auteur

Fleur Willemsen

Fleur Willemsen is redacteur bij MKB Servicedesk.