Je inkomen: verzekeren of op de bank zetten?

Wat kies je: een lijfrenteverzekering of een bancaire rente?

06 september 2018

Sinds 1 januari 2008 is het mogelijk om in plaats van een lijfrenteverzekering, een pensioenvoorziening op te bouwen via een zogenaamde bancaire lijfrente. Maar waar moet je op letten bij het maken van een keuze?

E-book Eerste hulp bij Groeien

Brand New Day

Aanvullend pensioen voor zzp'er

Als zelfstandige zonder personeel (zzp'er) krijg je als 65-jarige AOW. De AOW is in Nederland afhankelijk van het feit of je in Nederland woont. Omdat je als zzp’er niet in loondienst bent, bouw je verder geen pensioen op. Tenzij je daar zelf voorzieningen voor treft.

Dit kan door gebruik te maken van het zogenaamde lijfrenteregime. Dit houdt in dat ongeveer 17 procent van de winst met een maximum van € 103.000 euro kan worden gebruikt voor lijfrente. Dit komt neer op ongeveer 70.000 euro aan oudedagsvoorziening. Wilt je een hoger inkomen op je oude dag, dan kun je daarvoor extra voorzieningen treffen (in dit artikel laten we die mogelijkheden buiten beschouwing).

Keuze uit lijfrenteverzekering of bancaire lijfrente

Sinds kort heb je de keuze uit een lijfrenteverzekering of een bancaire lijfrente. Met deze laatste heeft de overheid tot doel gehad de concurrentiepositie van verzekeraars aan te pakken. De kosten van de bancaire lijfrente zijn namelijk aanmerkelijk lager dan van een lijfrenteverzekering en over het gespaarde saldo hoeft geen 1,2 vermogensbelasting te worden betaald. Daar staat tegenover dat beide producten hetzelfde fiscale voordeel genieten ten aanzien van de inleg (verzekeren) dan wel de gestorte bedragen (bancaire lijfrente). Deze mogen als aftrekpost worden opgevoerd mits een pensioentekort kan worden aangetoond.

Is het dan raadzaam om zondermeer te kiezen voor een bancaire lijfrente? Nee, dat is het niet. Er zijn namelijk wel degelijk meer aandachtspunten om te overwegen bij de keuze voor een verzekering of een bancaire lijfrente, naast het genoemde kostenaspect.

Twee soorten bancaire lijfrenten

Je kunt bij de bancaire lijfrente kiezen voor een spaarvariant of een beleggingsvariant. Kiest u voor de beleggingsvariant, dan zul je te maken krijgen met additionele kosten. Het is goed hier vooraf kritisch naar te kijken om niet voor verassingen te komen staan. Verder is het zo dat met het bancaire product het niet mogelijk is tussentijds geld van de rekening op te nemen, op straffe van een boeteregeling. Bovendien moet het vermogen tussen het 65ste en 70ste levensjaar in een lijfrente-uitkering worden gestoken die periodiek vaste bedragen uitkeert. Je kunt dus niet vrij beslissen hoe en wanneer de vermogenspot wordt aangesproken.

Een ander punt van aandacht is de opbrengst bij overlijden. Kies je voor het bancaire product en kom je te overlijden, dan gaat het opgebouwde saldo naar de nabestaanden. Stel dat je vroegtijdig zou komen te overlijden, dan is het de vraag of de voorziening toereikend is voor je nabestaanden. Kies je voor een lijfrente verzekering met een nabestaandendekking, dan is dit risico meeverzekerd en zullen je nabestaanden zeker zijn van een bepaalde uitkering. Kies je voor een bancaire lijfrente, dan kun je je wel apart verzekeren voor dit risico wat uiteraard weer kosten met zich meebrengt.

Hoe bepaal je je keuze?

Belangrijke vragen bij het bepalen welke oplossing, bancaire lijfrente of verzekeren, voor jou de juiste is, kunnen zijn: Welke producten sluiten het best aan op je levensfase en op specifieke behoeften die daarbij horen? Wil je ook een stuk nabestaandenvoorziening opbouwen? Niet onbelangrijk: hoeveel geld krijg je straks wanneer je stopt met werken? Wanneer wil je stoppen met werken? En wat gebeurt er met het kapitaal na overlijden? Zijn er misschien kinderen?