Whitepaper: Whitepaper: Alles over mobiliteit in je bedrijf

Nieuwe werkgeversheffing vanaf 2027: regels, kosten en gevolgen voor je wagenpark
De pseudo-eindheffing op auto’s van de zaak is een nieuwe werkgeversbelasting die vanaf 1 januari 2027 wordt ingevoerd voor werkgevers. Bied je een werknemer een auto van de zaak aan die niet volledig uitstootvrij is en die ook privé wordt gebruikt? Dan betaal je een extra belasting. In dit artikel lees je wat de pseudo-eindheffing precies inhoudt, wanneer deze geldt en wat dit betekent voor de kosten van een auto van de zaak.

Inhoud:
De pseudo-eindheffing zelf is definitief. De maatregel staat in het Belastingplan 2026, dat eind 2025 door de Tweede en Eerste Kamer is aangenomen, en gaat in op 1 januari 2027. In juni 2026 kondigde het kabinet een aantal aanpassingen aan om knelpunten op te lossen. Die aanpassingen zijn nog niet wettelijk vastgelegd, dat gebeurt in het Belastingplan 2027 op Prinsjesdag. Verderop in dit artikel lees je welke aanpassingen het kabinet voorstelt en wat die voor je wagenpark betekenen.
Een pseudo-eindheffing is een belasting die je als werkgever betaalt over een voordeel dat je een werknemer geeft, zoals een auto van de zaak. Normaal gesproken betaalt de werknemer belasting over zo’n voordeel via het salaris. Bij een pseudo-eindheffing gebeurt dat anders: jij als werkgever betaalt de belasting rechtstreeks aan de Belastingdienst.
Het woord pseudo betekent letterlijk ‘zogenaamd’ of ‘schijn’. In dit geval gaat het om een belasting die lijkt op een gewone eindheffing in de loonbelasting, maar net iets anders werkt.
De pseudo-eindheffing op auto’s van de zaak is onderdeel van het aangenomen Belastingplan 2026. Met deze maatregel wil de overheid het gebruik van auto’s met CO₂-uitstoot ontmoedigen en elektrisch rijden stimuleren. Als werkgever betaal je daarom extra belasting wanneer je een niet-uitstootvrije auto van de zaak aanbiedt die ook privé wordt gebruikt.
De pseudo-eindheffing geldt alleen voor auto’s van de zaak met CO₂-uitstoot. Stel je een volledig elektrische auto of waterstofauto ter beschikking aan een werknemer? Dan betaal je deze extra werkgeversbelasting niet. Je krijgt als werkgever vanaf 1 januari 2027 met de pseudo-eindheffing te maken wanneer:
je een nieuwe auto van de zaak ter beschikking stelt aan een werknemer
de auto niet volledig uitstootvrij is (benzine-, diesel-, lpg- en hybrideauto’s)
de auto ook privé gebruikt mag worden (woon-werkverkeer telt fiscaal ook als privégebruik)
Vanaf 2027 geldt een extra jaarlijkse belasting van 12% van de cataloguswaarde van de auto van de zaak. Deze heffing betaal je via de loonheffing en valt onder werkgeverslasten.
Voor youngtimers gelden andere regels: de pseudo-eindheffing van 12% wordt berekend over de actuele marktwaarde in plaats van de cataloguswaarde. Bij oudere auto's ligt die marktwaarde vaak flink lager dan de oorspronkelijke catalogusprijs, waardoor de heffing lager uitvalt. De youngtimerregeling wordt afgebouwd. De Tweede Kamer vroeg het kabinet of dat niet wat rustiger kan. Er liggen inmiddels een paar alternatieven, maar het kabinet heeft nog geen keuze gemaakt. Een zachtere afbouw kost namelijk geld, en dat moet ergens vandaan komen. In augustus 2026 valt het besluit.
Het kabinet werkt daarnaast aan een greentimerregeling. Dat wordt een bijtellingskorting voor oudere elektrische auto's. De gedachte erachter: veel afgeschreven leaseauto's verdwijnen nu naar het buitenland, en die wil het kabinet graag hier houden. Veel effect verwachten de onderzoekers er niet van. Door de pseudo-eindheffing worden de meeste nieuwe leaseauto's de komende jaren toch al elektrisch.
Eén groep lijkt wel interessant: de huidige youngtimerrijders. Met zo'n korting stappen zij eerder over op een tweedehands elektrische auto. Ook hierover valt het besluit in augustus 2026.
Stel dat een auto van de zaak een cataloguswaarde van € 40.000 heeft en niet volledig uitstootvrij is. De pseudo-eindheffing bedraagt 12% van de cataloguswaarde per jaar.
De berekening is dan:
12% × € 40.000 = € 4.800 per jaar
Je betaalt als werkgever in dit geval dus € 4.800 extra belasting per jaar voor deze auto van de zaak.
Deze kosten komen bovenop bestaande autokosten, zoals:
lease- of aanschafkosten
brandstof of laadkosten
verzekering en onderhoud
Tip: bereken in 1 minuut de impact van de pseudo-eindheffing voor jouw situatie met de calculator van MKB Lease.
Wil je goed voorbereid zijn op veranderingen zoals de pseudo-eindheffing? Download onze whitepaper ‘Alles over mobiliteit in je bedrijf’ en ontdek:
welke mobiliteitsoplossingen passen bij verschillende functies en reispatronen
wat leaseauto’s, fietsregelingen en mobiliteitsbudgetten echt kosten
wanneer het slim is om mobiliteitskeuzes opnieuw te bekijken
hoe je mobiliteitsbeleid beter laat aansluiten op hybride werken en groei
waar je op moet letten bij contracten, regelgeving en nieuwe ontwikkelingen
Zo kun je mobiliteit gerichter organiseren en beter onderbouwde keuzes maken voor jouw organisatie.
Voor zakelijke auto’s met uitstoot die je vóór 1 januari 2027 al aan werknemers hebt meegegeven, geldt een overgangsregeling. Je betaalt de pseudo-eindheffing daarom niet direct voor deze auto’s.
In het Belastingplan 2026 loopt die overgangsregeling tot 17 september 2030. Daarna betaal je de heffing ook voor bestaande auto's.
Het kabinet stelt voor de overgangsregeling te verlengen tot 1 januari 2031. De uitwerking komt in het Belastingplan 2027, dat op Prinsjesdag wordt gepresenteerd. Tot beide Kamers daarmee instemmen, blijft 17 september 2030 formeel de einddatum.
Hoe dan ook, de overgangsregeling is tijdelijk. Voor jou als ondernemer betekent dit dat je huidige wagenpark nog enkele jaren buiten de regeling kan vallen. Toch is het verstandig om je nu al voor te bereiden op de veranderingen. Keuzes die je nu maakt bij het vervangen of leasen van auto’s kunnen vanaf 2027 al invloed hebben op de extra kosten door de pseudo-eindheffing.
Stel je vanaf 2027 nieuwe auto’s van de zaak met uitstoot beschikbaar, dan geldt de pseudo-eindheffing direct. Het moment waarop je auto’s vervangt of toevoegt, kan dus invloed hebben op je toekomstige mobiliteitskosten.
Voor de pseudo-eindheffing wordt gekeken naar het moment waarop een werknemer de auto daadwerkelijk kan gebruiken. Dat is meestal het moment waarop de auto wordt overgedragen of beschikbaar komt voor dagelijks gebruik.
In de praktijk kun je denken aan situaties zoals:
de werknemer krijgt de sleutels of laadpas en kan de auto gebruiken
de auto staat bij de werknemer thuis of op een vaste standplaats
de auto wordt opgenomen in de arbeidsovereenkomst, leaseovereenkomst of mobiliteitsregeling
Niet doorslaggevend zijn bijvoorbeeld:
de datum waarop de auto op kenteken is gezet
de datum waarop het leasecontract is ondertekend
het moment waarop de auto is besteld of geleverd bij de dealer
Voor de overgangsregeling geldt dus: auto’s met uitstoot die je vóór 1 januari 2027 daadwerkelijk aan werknemers ter beschikking hebt gesteld, vallen nog tijdelijk buiten de pseudo-eindheffing. Dat verandert wanneer een werknemer vertrekt en de leaseauto meeneemt naar een andere werkgever. Verderop lees je hoe dat zit.
Het kabinet stelt een aantal uitzonderingen en verduidelijkingen voor. Aanleiding was een brandbrief van twintig werkgevers- en brancheorganisaties, die waarschuwden voor onwerkbare situaties en hoge administratieve lasten. De aanpassingen worden vastgelegd in het Belastingplan 2027.
Een van de grootste knelpunten zit in de manier waarop de heffing wordt berekend. Dat gebeurt per maand. Ook bij een auto die je maar een paar dagen ter beschikking stelt, betaal je over de hele maand. Eén dag een auto meegeven kost je dus een volledige maand heffing. Vooral bij kort gebruik pakt dat onevenredig uit, en daar zijn de meeste uitzonderingen op gericht.
Staat de auto van een werknemer in de garage voor schade, reparatie, onderhoud of een bandenwissel? Dan betaal je geen pseudo-eindheffing over de vervangende auto, zolang die maximaal 14 dagen wordt ingezet. Of die auto elektrisch is of op brandstof rijdt, maakt niet uit.
Geef je een medewerker kort een auto mee, bijvoorbeeld voor een tijdelijk project? Dan geldt een vrijstelling voor één periode van maximaal 7 aaneengesloten kalenderdagen per jaar. Die vrijstelling hangt aan de auto, niet aan de werknemer: je kunt een specifieke auto dus eenmaal per jaar op deze manier inzetten. Deze uitzondering vervalt per 1 januari 2031, tegelijk met het overgangsrecht.
Heeft een ander land ook heffingsrecht over een deel van het loon van je werknemer? Dan mag je diezelfde verdeling toepassen op de pseudo-eindheffing.
Bij een fusie of overname treedt de nieuwe werkgever in de plaats van de oude. Het overgangsrecht blijft daardoor gewoon gelden. Dat is anders wanneer een werknemer zelf naar een andere werkgever vertrekt en de leaseauto meeneemt: dan vervalt het overgangsrecht. Een verzoek om daar een uitzondering voor te maken heeft het kabinet afgewezen.
Daarnaast gaat het kabinet in op een aantal specifieke situaties. Lesauto's krijgen bijvoorbeeld een vrijstelling, terwijl demonstratieauto's van dealers gewoon onder de heffing blijven vallen. Ook over taxiritten en de gevolgen van netcongestie voor laadpalen geeft het kabinet duidelijkheid. Die punten zijn vooral relevant voor autobedrijven, verhuurders en rijscholen.
Breng nu al je wagenpark en lopende leasecontracten in kaart. Kijk welke auto’s onder de overgangsregeling vallen en wanneer vervanging nodig is. Zo kun je beter bepalen of overstappen op elektrische auto’s of andere mobiliteitsoplossingen interessant is.
Naast elektrische auto’s kijken steeds meer bedrijven ook naar andere mobiliteitsregelingen, zoals een mobiliteitsbudget, deelmobiliteit of een OV- en fietsregeling. Door mobiliteit flexibeler te organiseren kun je kosten beter beheersen en inspelen op nieuwe regels en wensen van medewerkers.
Tegelijkertijd stuurt de overheid steeds sterker aan op uitstootvrije mobiliteit. Zo krijgen bedrijven in steeds meer steden te maken met zero-emissiezones, waar alleen voertuigen zonder uitstoot mogen rijden. Door nu al na te denken over het verduurzamen van je wagenpark kun je toekomstige beperkingen en extra kosten mogelijk voorkomen.
Nieuwe maatregelen zoals de pseudo-eindheffing kunnen invloed hebben op je mobiliteitskosten en wagenpark. In ons gratis whitepaper ‘Alles over mobiliteit in je bedrijf’ lees je hoe je mobiliteit slimmer organiseert, welke oplossingen er zijn en hoe je keuzes maakt die passen bij groei, flexibiliteit en veranderende regelgeving.
Nee. De pseudo-eindheffing geldt alleen voor werkgevers die een auto van de zaak aan werknemers meegeven. Heb je geen personeel en gebruik je zelf een zakelijke auto? Dan krijg je niet met deze extra werkgeversbelasting te maken.
Nee. De heffing geldt alleen voor auto’s van de zaak die niet volledig uitstootvrij zijn. Met deze maatregel wil de overheid het gebruik van auto’s met CO₂-uitstoot ontmoedigen en elektrisch rijden stimuleren.
Ja. Hybride auto’s hebben nog steeds uitstoot en vallen daarom in principe onder de regeling. Werkgevers die werknemers een hybride auto van de zaak meegeven, kunnen dus met de pseudo-eindheffing te maken krijgen.
Voor nieuwe auto’s van de zaak met uitstoot die je vanaf 1 januari 2027 aan werknemers meegeeft, kan de pseudo-eindheffing direct gelden. Voor bestaande auto’s geldt een overgangsregeling: daarvoor betaal je de extra belasting pas vanaf 17 september 2030.