De inflatie is in juli opgelopen naar 3,2%. Consumentengoederen en -diensten waren daarmee 3,2% duurder dan een jaar eerder. In juni lag de inflatie nog op 2,9%, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Flinke kostenpost voor ondernemers: brandstof
Voor ondernemers zijn vooral de hogere brandstof- en energieprijzen relevant. Motorbrandstoffen werden in een jaar tijd maar liefst 22% duurder. Dat kan vooral voor ondernemers die veel onderweg zijn een flinke kostenpost worden.
Brandstofprijzen schieten omhoog
Motorbrandstoffen waren in juli 22% duurder dan in dezelfde maand vorig jaar. In juni bedroeg de stijging nog 17,3%. Daarmee zijn brandstoffen een belangrijke oorzaak van de oplopende inflatie.
De hogere prijzen zijn vooral voelbaar voor ondernemers die afhankelijk zijn van vervoer. Denk aan transport- en logistiekbedrijven, bouw- en installatiebedrijven, bezorgdiensten en vertegenwoordigers. Ook voor ondernemers met meerdere bestelauto's of een wagenpark kunnen de extra kosten snel oplopen.
De pompprijzen liepen in juli bovendien verder op. Op 9 juli kostte een liter Euro95 gemiddeld €2,281. Een liter diesel kostte gemiddeld €2,104. Een week later waren die prijzen gestegen naar respectievelijk €2,310 en €2,246.
Voor een ondernemer die veel kilometers maakt, kan een kleine prijsstijging per liter daardoor behoorlijk aantikken. Wie bijvoorbeeld 50.000 kilometer per jaar rijdt met een auto die gemiddeld 1 op 10 rijdt, gebruikt ongeveer 5.000 liter brandstof. Bij een prijs van €2,246 per liter komt dat neer op ruim €11.000 aan brandstofkosten per jaar.
Ook energie weer duurder
Niet alleen aan de pomp zijn ondernemers meer kwijt. Ook energie werd in juli weer duurder. Gas, elektriciteit en stadsverwarming waren 1,1% duurder dan een jaar eerder. Dat is een omslag ten opzichte van juni. Toen waren energieprijzen nog 1,8% lager dan een jaar eerder.
Voor bedrijven met een hoog energieverbruik kan dat direct gevolgen hebben voor de bedrijfskosten. Denk bijvoorbeeld aan productiebedrijven, horeca, winkels en andere ondernemingen waarbij energie een relatief groot onderdeel van de vaste lasten vormt.
Importeren buiten de EU wordt duurder
Ook ondernemers die producten buiten de Europese Unie inkopen, krijgen met hogere kosten te maken. De uitbreiding van invoerrechten op consumentengoederen die van buiten de EU worden besteld, had volgens het CBS een verhogend effect op de inflatie.
Voor importerende ondernemers kunnen hogere invoerkosten de marges onder druk zetten. Zij kunnen ervoor kiezen om de hogere kosten door te berekenen aan klanten, een deel ervan zelf op te vangen of op zoek te gaan naar een andere leverancier. Vooral webshops en bedrijven die afhankelijk zijn van producten uit landen buiten de EU moeten daarom rekening houden met de impact op hun inkoopprijzen.
Prijzen stijgen ook op korte termijn
De prijzen voor consumenten lagen in juli 1,6% hoger dan in juni. Dat is een relatief sterke stijging: in de afgelopen tien jaar stegen consumentenprijzen in juli gemiddeld met 1,1%. Het CBS plaatst daarbij wel een kanttekening. Bij een vergelijking tussen twee opeenvolgende maanden spelen seizoenseffecten een rol. Zo kunnen kledingprijzen tijdens de uitverkoop tijdelijk dalen.
De hogere prijzen betekenen bovendien niet dat eerdere prijsstijgingen zijn verdwenen zodra de inflatie weer lager uitvalt. Inflatie gaat over de prijsstijging ten opzichte van een jaar eerder. Een inflatiepercentage van 3,2% betekent dus dat het gemiddelde prijsniveau opnieuw hoger ligt dan vorig jaar.
Nederlandse inflatie hoger dan in eurozone
De inflatie ligt in Nederland iets hoger dan gemiddeld in de eurozone. Volgens de Europees geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP) steeg de inflatie in Nederland van 2,5% in juni naar 3,0% in juli. In de eurozone steeg de inflatie in dezelfde periode van 2,8% naar 2,9%.
Voor ondernemers blijven vooral de ontwikkelingen van brandstof, energie en importkosten van belang. Zeker voor bedrijven met veel zakelijke kilometers of hoge inkoopkosten kunnen de prijsstijgingen een directe invloed hebben op de kosten en winstmarges.
