Het kabinet heeft op Prinsjesdag de Miljoenennota en het Belastingplan 2027 gepresenteerd. Voor ondernemers verandert er volgend jaar behoorlijk wat. Fiscale voordelen voor zelfstandig ondernemers worden verder afgebouwd. Werkgevers krijgen te maken met nieuwe kosten en investeren in verduurzaming wordt aantrekkelijker. Ook trekt het kabinet miljarden uit voor innovatie en financiering van groeibedrijven. Dit zijn de belangrijkste plannen voor ondernemers.

Inhoud:
- Plannen Prinsjesdag 2026
- Zelfstandigenaftrek daalt naar € 900
- Startersaftrek daalt naar € 10 en verdwijnt in 2028
- Ook andere voordelen voor starters verdwijnen
- Meewerkaftrek fors lager
- Stakingsaftrek naar € 908
- Energie-investeringsaftrek omhoog naar 45%
- € 6 miljard voor energie en verduurzaming
- Miljarden voor innovatieve bedrijven en groeibedrijven
- Innovatiebox wordt ruimer voor het mkb
- Fossiele auto van de zaak wordt duurder voor werkgevers
- Youngtimerregeling minder snel versoberd
- Onbelaste kilometervergoeding is € 0,25
- Meer vrije ruimte in de WKR
- Minimumjeugdloon gaat omhoog
- Expatregeling gaat van 30% naar 27%
- Lagere belasting op aandelenopties voor startups en scale-ups
- Brandstofaccijns blijft in 2027 lager
- Maximumdagloon wordt toch niet verlaagd
- Verkorting WW uitgesteld tot 2029
- Afschaffen compensatie transitievergoeding uitgesteld
- Aanpak netcongestie krijgt extra geld
- Wat betekent Prinsjesdag 2026 voor het mkb?
Plannen Prinsjesdag 2026
Op dinsdag 15 september presenteerde het kabinet de Miljoenennota, Rijksbegroting en het Belastingplan 2027. Een deel van de maatregelen was al eerder aangekondigd of wettelijk vastgelegd. Op Prinsjesdag zijn daar nieuwe plannen bij gekomen en zijn sommige eerdere voorstellen aangepast of uitgesteld.
De meeste fiscale voorstellen moeten nog worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer. De Tweede Kamer behandelt het Belastingplan vanaf oktober, de Eerste Kamer volgt in december. De plannen kunnen daardoor nog veranderen.
Zelfstandigenaftrek daalt naar € 900
Ondernemers voor de inkomstenbelasting krijgen in 2027 opnieuw te maken met een lagere zelfstandigenaftrek. Die daalt van € 1.200 in 2026 naar € 900 in 2027. De verlaging was al eerder vastgelegd en is onderdeel van de stapsgewijze afbouw van de zelfstandigenaftrek.
Voldoe je aan het urencriterium, dan mag je in 2027 dus € 300 minder van je winst aftrekken. Hoeveel extra belasting je daardoor daadwerkelijk betaalt, hangt af van je inkomen en persoonlijke situatie.
De zelfstandigenaftrek is de afgelopen jaren sterk afgebouwd. In 2022 bedroeg deze nog € 6.310. In 2025 was daar € 2.470 van over en in 2026 € 1.200. Vanaf 2027 resteert € 900. De overheid noemt de verdere verlaging in het officiële overzicht van wijzigingen voor ondernemers.
Startersaftrek daalt naar € 10 en verdwijnt in 2028
Ook voor startende ondernemers verandert er veel. De startersaftrek daalt per 1 januari 2027 van € 2.123 naar slechts € 10. Vanaf 1 januari 2028 wordt de regeling volledig afgeschaft.
Starters die aan de voorwaarden voldoen, kunnen in 2026 nog € 3.323 van hun winst aftrekken: € 1.200 zelfstandigenaftrek plus € 2.123 startersaftrek. In 2027 resteert daarvan € 910: € 900 zelfstandigenaftrek en € 10 startersaftrek.
Er komt geen aparte overgangsregeling voor ondernemers die al eerder zijn gestart. Ook zij krijgen vanaf 2027 met de veel lagere aftrek te maken.
Ook andere voordelen voor starters verdwijnen
De startersaftrek is niet de enige fiscale regeling voor starters die het kabinet wil afschaffen. Vanaf 2028 verdwijnt ook de willekeurige afschrijving voor starters. Daarmee kunnen beginnende ondernemers nu onder voorwaarden zelf bepalen hoe snel zij bepaalde bedrijfsmiddelen fiscaal afschrijven.
Vanaf 2028 gelden voor hen weer de gewone afschrijvingsregels. De startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid wordt een jaar later, in 2029, afgeschaft.
Meewerkaftrek fors lager
Ondernemers van wie de fiscale partner meewerkt in het bedrijf krijgen eveneens met een versobering te maken. De meewerkaftrek gaat vanaf 1 januari 2027 met 75% omlaag. Vanaf 2030 verdwijnt de regeling helemaal.
De meewerkaftrek kan nu onder voorwaarden worden gebruikt als een fiscale partner minimaal 525 uur per jaar meewerkt in de onderneming en daarvoor geen of slechts een beperkte vergoeding krijgt. Hoe groot de aftrek is, hangt af van de winst en het aantal meegewerkte uren. Door de verlaging kunnen ondernemers die van deze regeling gebruikmaken vanaf 2027 minder van hun winst aftrekken.
Stakingsaftrek naar € 908
Ook stoppen met een onderneming kan fiscaal minder gunstig worden. De stakingsaftrek daalt per 1 januari 2027 van maximaal € 3.630 naar € 908. Vanaf 2030 verdwijnt de regeling volledig.
De stakingsaftrek kan worden gebruikt als bij het beëindigen of verkopen van een onderneming stakingswinst ontstaat. Een ondernemer hoeft dankzij de aftrek over een deel van die winst geen inkomstenbelasting te betalen.
Energie-investeringsaftrek omhoog naar 45%
Tegenover de afbouw van verschillende ondernemersaftrekken staat meer belastingvoordeel voor verduurzaming. Het percentage van de Energie-investeringsaftrek (EIA) gaat per 1 januari 2027 omhoog van 40% naar 45%.
Met de EIA kunnen ondernemers een deel van de kosten van bepaalde energiezuinige bedrijfsmiddelen extra aftrekken van de fiscale winst. Bij een investering van € 50.000 betekent een aftrekpercentage van 45% dat je € 22.500 extra van de winst kunt aftrekken. Bij het huidige percentage van 40% is dat € 20.000.
€ 6 miljard voor energie en verduurzaming
Naast de hogere EIA trekt het kabinet in 2027 € 6 miljard uit voor subsidies rond energiezekerheid en verduurzaming voor bedrijven en huishoudens. Daarvan is onder meer € 1,6 miljard beschikbaar voor de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE). De subsidie ondersteunt bedrijven bij investeringen in hernieuwbare energie en CO2-reductie. Ook is € 77 miljoen beschikbaar voor de VEKI-regeling, waarmee bedrijven investeringen in klimaatmaatregelen kunnen financieren.
Daarnaast wordt de energiebesparingsplicht vanaf 2027 aangepast. Volgens het kabinet moet de nieuwe opzet zowel energiebesparing stimuleren als de regeldruk voor bedrijven en instellingen verminderen.
Miljarden voor innovatieve bedrijven en groeibedrijven
Een belangrijk onderdeel van de Prinsjesdagplannen is extra financiering voor innovatie en groei. Het kabinet richt een Nationale Investeringsinstelling (NII) op en stelt daarvoor € 3,3 miljard beschikbaar. De instelling moet onder meer de toegang tot financiering voor innovatieve ondernemers en groeibedrijven verbeteren.
Daarnaast krijgt het nieuwe Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) een budget van € 500 miljoen. Dat agentschap moet helpen om kennis en nieuwe technologie sneller om te zetten in commerciële toepassingen.
Er komt bovendien een nieuwe ronde van het Nationaal Groeifonds, waarvoor € 375 miljoen wordt uitgetrokken. Voor Nederlandse deelname aan een groot Europees innovatieproject op het gebied van kunstmatige intelligentie komt nog eens € 120 miljoen beschikbaar.
Innovatiebox wordt ruimer voor het mkb
Ook via de belasting wil het kabinet innovatieve bedrijven ondersteunen. Het maximum van de forfaitaire regeling binnen de innovatiebox stijgt per 2027 van € 25.000 naar € 100.000.
De innovatiebox is bedoeld voor ondernemingen die zelf innovatieve producten, processen of technologie ontwikkelen. Winst die aan zulke innovaties kan worden toegerekend, wordt onder voorwaarden tegen een lager tarief in de vennootschapsbelasting belast.
Voor kleinere bedrijven bestaat een forfaitaire regeling, waardoor zij niet precies hoeven te berekenen welk deel van hun winst uit een innovatie voortkomt. Door het hogere maximum kunnen mkb-bedrijven over een groter winstbedrag gebruikmaken van dit belastingvoordeel.
Fossiele auto van de zaak wordt duurder voor werkgevers
Werkgevers met zakelijke auto's krijgen vanaf 1 januari 2027 te maken met een extra belasting als zij een auto met CO2-uitstoot aan een werknemer ter beschikking stellen voor privégebruik of woon-werkverkeer.
De zogenoemde pseudo-eindheffing bedraagt jaarlijks 12% van de cataloguswaarde voor auto's tot en met 25 jaar oud. Bij een auto met een cataloguswaarde van € 30.000 komt dat neer op € 3.600 per jaar, oftewel gemiddeld € 300 per maand. De werkgever betaalt de heffing en mag deze niet doorberekenen aan de werknemer. Ook hybride auto's vallen onder de regeling. Volledig emissievrije auto's niet.
Voor auto's die vóór 1 januari 2027 al aan een werknemer ter beschikking zijn gesteld, geldt overgangsrecht. Daarover is de pseudo-eindheffing pas vanaf 1 januari 2031 verschuldigd. Een ondernemer met een eenmanszaak betaalt de pseudo-eindheffing niet over zijn eigen zakelijke auto, omdat er dan geen werkgever-werknemerrelatie is.
Youngtimerregeling minder snel versoberd
Ook de geplande wijziging van de youngtimerregeling is op Prinsjesdag aangepast. Het eerdere plan was om de leeftijdsgrens voor de regeling vanaf 2027 direct te verhogen naar 25 jaar. Dat gaat niet door.
In 2027 wordt de grens 17 jaar. Vanaf 2028 stijgt die verder naar 20 jaar. Het kabinet wil daarmee voorkomen dat ondernemers en autobedrijven in één keer met veel hogere kosten worden geconfronteerd.
Bij de youngtimerregeling wordt voor oudere zakelijke auto's niet de oorspronkelijke cataloguswaarde gebruikt voor de bijtelling, maar de waarde van de auto in het economische verkeer.
Onbelaste kilometervergoeding is € 0,25
Werkgevers mogen sinds 1 januari 2026 maximaal € 0,25 per kilometer belastingvrij vergoeden aan werknemers voor zakelijke kilometers en woon-werkverkeer. Het bedrag was eerder € 0,23. De verhoging geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. Werkgevers die eerder € 0,23 betaalden, mogen de extra € 0,02 per kilometer alsnog belastingvrij aan hun werknemers betalen.
Ook ondernemers voor de inkomstenbelasting profiteren ervan. Gebruik je bijvoorbeeld je privéauto voor zakelijke ritten, dan mag je in 2026 € 0,25 per zakelijke kilometer van je winst aftrekken.
TIP: Lees meer over de onbelaste reiskostenvergoeding.
Meer vrije ruimte in de WKR
Werkgevers krijgen vanaf 2027 iets meer vrije ruimte binnen de werkkostenregeling (WKR). Over de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom stijgt het percentage van 2% naar 2,16%.
Bij een fiscale loonsom van € 400.000 neemt de beschikbare vrije ruimte daardoor toe van € 8.000 naar € 8.640. Binnen deze ruimte kunnen werkgevers onder voorwaarden bijvoorbeeld een kerstpakket, cadeaubon of sportabonnement belastingvrij aan werknemers geven. Kom je boven de beschikbare vrije ruimte uit, dan betaal je als werkgever 80% eindheffing over het meerdere.
Belastingvrije personeelskorting verdwijnt
Tegenover de ruimere WKR staat een versobering. De aparte vrijstelling voor korting op producten en diensten uit het eigen bedrijf verdwijnt per 1 januari 2027.
Nu kunnen werkgevers hun personeel onder voorwaarden 20% korting geven, tot maximaal € 500 per werknemer per jaar, zonder daarover loonbelasting te betalen. Vanaf 2027 kan zo'n personeelskorting nog wel belastingvrij worden gegeven, maar moet die uit de algemene vrije ruimte van de WKR komen. Is die vrije ruimte al volledig gebruikt, dan betaalt de werkgever 80% eindheffing over het meerdere.
Minimumjeugdloon gaat omhoog
Werkgevers met jonge werknemers krijgen vanaf 2027 te maken met hogere loonkosten. Het minimumjeugdloon voor werknemers van 16 tot en met 20 jaar wordt verhoogd en komt daarmee dichter bij het reguliere minimumloon voor werknemers vanaf 21 jaar. Dat kan vooral merkbaar zijn voor bedrijven met relatief veel jonge werknemers, zoals in de horeca, detailhandel en recreatiesector.
De verhoging komt boven op de reguliere indexatie van het wettelijk minimumloon. Het minimumuurloon voor werknemers van 21 jaar en ouder bedraagt sinds 1 juli 2026 € 14,99 en wordt ieder halfjaar opnieuw aangepast.
Expatregeling gaat van 30% naar 27%
Werkgevers die werknemers uit het buitenland aantrekken krijgen vanaf 2027 eveneens met een wijziging te maken. De expatregeling, beter bekend als de 30%-regeling, wordt voor veel werknemers een 27%-regeling.
Voor werknemers voor wie de regeling vanaf 1 januari 2024 is ingegaan, mag in 2024, 2025 en 2026 maximaal 30% van het loon belastingvrij worden vergoed. Vanaf 2027 wordt dat maximaal 27%. Ook stijgt de inkomensnorm.
Voor werknemers die al vóór 1 januari 2024 onder de regeling vielen, geldt overgangsrecht. Voor hen kan het percentage van 30% gedurende de bestaande looptijd blijven gelden.
Lagere belasting op aandelenopties voor startups en scale-ups
Het kabinet wil het voor startups en scale-ups aantrekkelijker maken om personeel met aandelenopties te belonen. Hiervoor komen nieuwe belastingregels.
Werknemers kunnen daardoor fiscaal gunstiger worden beloond met aandelenopties, zodat zij financieel kunnen meegroeien met het bedrijf. De maatregel moet het voor startups en scale-ups eenvoudiger maken om personeel aan te trekken en vast te houden wanneer zij nog niet dezelfde salarissen kunnen betalen als grotere bedrijven.
Brandstofaccijns blijft in 2027 lager
De tijdelijke korting op de accijns op benzine en diesel wordt opnieuw met een jaar verlengd. Daarmee wil het kabinet voorkomen dat de brandstofprijzen op 1 januari 2027 sterk stijgen doordat de tijdelijke korting volledig verdwijnt. In 2027 komt de benzineaccijns volgens het Belastingplan uit op € 0,85 per liter. Voor diesel wordt dat € 0,55 per liter.
Maximumdagloon wordt toch niet verlaagd
Een eerder geplande bezuiniging op werknemersverzekeringen gaat niet door. Het kabinet heeft op Prinsjesdag besloten af te zien van de voorgenomen verlaging van het maximumdagloon.
Het maximumdagloon bepaalt onder meer de maximale hoogte van uitkeringen op grond van de WW, WIA en Ziektewet. Het eerdere plan was om dit bedrag met 20% te verlagen. Dat voorstel is nu geschrapt. Dat is ook relevant voor werkgevers, omdat het maximumdagloon samenhangt met werknemersverzekeringen en het maximumpremieloon.
Verkorting WW uitgesteld tot 2029
Ook de geplande verkorting van de WW gaat later in. Het kabinet wilde de maximale WW-duur terugbrengen van 24 naar 12 maanden. Die wijziging wordt nu een jaar uitgesteld tot 1 januari 2029. Ook het plan om de WW-uitkering in de eerste twee maanden te verhogen schuift mee naar 2029.
Met het uitstel wil het kabinet ruimte creëren voor overleg met werkgevers en vakbonden over bredere hervormingen van de sociale zekerheid en arbeidsmarkt.
Afschaffen compensatie transitievergoeding uitgesteld
Ook een andere maatregel die werkgevers direct raakt, is op Prinsjesdag uitgesteld. Het kabinet was van plan om per 2027 de compensatieregeling voor de transitievergoeding af te schaffen.
Via die regeling kunnen werkgevers onder voorwaarden compensatie krijgen voor de transitievergoeding die zij betalen wanneer zij een werknemer na meer dan twee jaar ziekte ontslaan. Ook bestaat een compensatiemogelijkheid als een klein bedrijf stopt vanwege pensionering of overlijden van de werkgever.
Het kabinet heeft de voor 2027 geplande bezuinigingen op de sociale zekerheid en arbeidsmarkt met een jaar uitgesteld. Daarmee schuift ook deze maatregel voorlopig een jaar op.
Aanpak netcongestie krijgt extra geld
Het volle elektriciteitsnet blijft een belangrijk probleem voor bedrijven die willen uitbreiden, verduurzamen of een nieuwe aansluiting nodig hebben. Het kabinet trekt daarom extra geld uit voor de aanpak van netcongestie.
Zo wordt € 11,5 miljoen beschikbaar gesteld om een aanpak die nu in Utrecht wordt gebruikt ook in andere kritieke regio's toe te passen. Daarnaast investeert het kabinet in nieuwe energie-infrastructuur, wind op zee en energieopslag. Het kabinet zegt daarnaast knelpunten rond netcongestie, vergunningverlening en regeldruk te willen verminderen om private investeringen gemakkelijker te maken.
Wat betekent Prinsjesdag 2026 voor het mkb?
Voor ondernemers bevat Prinsjesdag 2026 zowel versoberingen als nieuwe investeringen en fiscale voordelen.
Voor ondernemers in de inkomstenbelasting worden verschillende fiscale voordelen verder afgebouwd. De zelfstandigenaftrek daalt naar € 900, de startersaftrek vrijwel geheel naar € 10 en ook de meewerk- en stakingsaftrek worden sterk verlaagd. Een aantal regelingen voor starters verdwijnt daarna volledig.
Werkgevers krijgen eveneens met veranderingen te maken. Vooral de pseudo-eindheffing op zakelijke auto's met uitstoot kan vanaf 2027 stevig aantikken. Daarnaast verdwijnt de aparte belastingvrije personeelskorting, stijgt het minimumjeugdloon en wordt de expatregeling voor veel werknemers versoberd.
Daar staan ook maatregelen tegenover die investeren aantrekkelijker moeten maken. De EIA stijgt van 40% naar 45%, de innovatiebox wordt ruimer en het kabinet trekt miljarden uit voor innovatieve bedrijven, verduurzaming en financiering van groeibedrijven. Ook blijft de brandstofaccijns tijdelijk lager en stijgt de vrije ruimte binnen de WKR.
Een aantal eerdere bezuinigingen op de sociale zekerheid is juist afgezwakt of uitgesteld. De verlaging van het maximumdagloon gaat niet door en de verkorting van de WW wordt doorgeschoven naar 2029.
De voorstellen uit het Belastingplan 2027 zijn nog niet allemaal definitief. Vanaf oktober behandelt de Tweede Kamer het pakket en in december volgt de Eerste Kamer. Pas na goedkeuring staat vast welke nieuwe maatregelen daadwerkelijk ingaan.



