Mkb-ondernemers die met zzp’ers werken, krijgen mogelijk meer zekerheid over hun samenwerking. Een onafhankelijke toetsingscommissie, een nieuwe variant van de modelovereenkomst en duidelijke regels voor sectoren waarin zzp-inhuur niet is toegestaan, moeten de onzekerheid rond schijnzelfstandigheid verminderen. Dat adviseert onderzoeksbureau Sira Consulting.

Duidelijkheid vooraf nodig
Het onderzoeksbureau deed de aanbevelingen in opdracht van werkgeversvereniging AWVN. Voor ondernemers gaat de discussie over zzp-inhuur niet alleen over administratieve lasten. De onzekerheid over de regels kan er ook voor zorgen dat zij minder snel een zelfstandige inhuren of een bestaande samenwerking beëindigen. Meer duidelijkheid vooraf, moet het voor ondernemers makkelijker maken om te bepalen wanneer zij een zzp’er kunnen inzetten.
Toetsingscommissie moet vooraf duidelijkheid geven
Sira Consulting stelt voor om een onafhankelijke toetsingscommissie in te stellen die bindend kan beoordelen of iemand als zzp’er mag worden ingehuurd. Werkgever en zelfstandige weten dan vooraf waar ze aan toe zijn.
Een dergelijke commissie komt ook voor in eerdere plannen voor de Zelfstandigenwet. Het voorstel lijkt daarnaast op de Belgische Administratieve Commissie ter regeling van de arbeidsrelatie (CAR), die beoordeelt of een samenwerking moet worden gezien als een arbeidsovereenkomst of als zelfstandige activiteit.
Volgens Sira kan zo’n voorziening zorgen voor meer rechtszekerheid en minder regeldruk. Minister Thierry Aartsen liet begin juni echter weten dat hij een sectorale toetsing en een aparte toetsingscommissie voorlopig buiten beschouwing laat. Daarmee wil hij voorkomen dat de invoering van de Zelfstandigenwet verder wordt vertraagd.
Minder twijfel bij samenwerking met zzp’er
Voor mkb-bedrijven die afhankelijk zijn van zelfstandigen voor bijvoorbeeld specialistische kennis, tijdelijke projecten of extra capaciteit, kan meer duidelijkheid vooraf belangrijk zijn. Als vaststaat dat een samenwerking als zelfstandige opdracht kan worden uitgevoerd, hoeven ondernemer en zzp’er minder rekening te houden met de mogelijkheid dat de arbeidsrelatie achteraf toch als dienstverband wordt beoordeeld.
Dat kan ook invloed hebben op de bereidheid van ondernemers om zzp’ers in te huren. De onzekerheid over de regels rond schijnzelfstandigheid heeft er de afgelopen tijd toe geleid dat sommige bedrijven terughoudender zijn geworden met zelfstandigen.
Een voorafgaande beoordeling neemt die onzekerheid volgens Sira grotendeels weg. Wel blijft de praktijk belangrijk: een goedgekeurde overeenkomst betekent niet dat een ondernemer een zzp’er vervolgens als werknemer kan aansturen. De feitelijke manier waarop partijen samenwerken blijft bepalend voor de beoordeling van de arbeidsrelatie.
Modelovereenkomst moet terugkeren
Sira pleit daarnaast voor een verbeterde variant van de modelovereenkomst. Die overeenkomsten werden na de afschaffing van de VAR gebruikt om vooraf afspraken vast te leggen over de manier waarop een zzp’er en opdrachtgever samenwerken.
Het systeem liep in de praktijk vast door het grote aantal aanvragen voor goedkeuring. Ook keek de Belastingdienst volgens Sira te veel naar de afspraken op papier en te weinig naar de feitelijke uitvoering. Sinds september 2024 beoordeelt de Belastingdienst daarom geen nieuwe modelovereenkomsten meer. Bestaande overeenkomsten blijven geldig tot en met 31 december 2029.
Volgens Sira is het systeem daarmee mogelijk te snel helemaal losgelaten. Een verbeterde variant zou volgens het onderzoeksbureau wel kunnen werken, bijvoorbeeld met gerichte steekproefcontroles. Daarbij wordt gecontroleerd of de praktijk overeenkomt met wat in de overeenkomst staat.
Werkgevers die aantoonbaar volgens de regels werken, zouden vervolgens meer vertrouwen vooraf kunnen krijgen bij andere overeenkomsten. Dat moet de administratieve lasten beperken en tegelijkertijd rechtszekerheid bieden.
In sommige sectoren geen zzp’ers
Het derde voorstel is om een duidelijke lijst te maken van sectoren of situaties waarin zzp-inhuur niet is toegestaan. Het gaat bijvoorbeeld om werkzaamheden waarbij de kans op schijnzelfstandigheid of andere misstanden relatief groot is.
Sira noemt structurele werkzaamheden onder leiding en toezicht en kernactiviteiten in sectoren als de zorg, het onderwijs, het openbaar vervoer en de beveiliging.
Door vooraf duidelijk te maken wanneer zelfstandige inzet niet passend is, weten ondernemers eerder waar zij aan toe zijn. Volgens Sira moet de lijst wel beperkt blijven tot duidelijke en breed gedragen categorieën om nieuwe juridische discussies te voorkomen.
Een alternatief voor een verbod is een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat iemand werknemer is, tenzij het tegendeel wordt aangetoond. Zo’n systeem bestaat in België al voor onder meer de bouw, bewaking, vervoer, schoonmaak, land- en tuinbouw en digitaal platformwerk.
Ook Nederland werkt aan een rechtsvermoeden voor platformwerkers. Daarnaast gaat vanaf 1 januari 2027 een rechtsvermoeden gelden voor mensen die voor minder dan € 39 per uur worden ingehuurd.
Zzp-inhuur behoort tot slechtst werkbare verplichtingen
De drie voorstellen maken deel uit van een pakket van 21 aanbevelingen van werkgeversvereniging AWVN om de regeldruk voor werkgevers terug te dringen.
Voor het onderzoek bracht Sira Consulting voor een fictieve middelgrote werkgever met 250 werknemers 67 wettelijke verplichtingen rond werkgeverschap in kaart. Volgens het onderzoek is 33 procent daarvan goed uitvoerbaar, 52 procent redelijk werkbaar en 15 procent niet of slecht werkbaar.
De inhuur van zzp’ers valt in die laatste categorie. Andere verplichtingen die volgens Sira slecht werkbaar zijn, zijn onder meer het aanvragen van ouderschapsverlof, het begeleiden van niet-functionerende werknemers en de ontslagprocedure via de kantonrechter.
Volgens de berekeningen van Sira kost het voldoen aan alle verplichtingen een middelgrote werkgever jaarlijks ruim € 1,1 miljoen. Ongeveer 20 procent daarvan bestaat uit interne kosten, zoals de inzet van HR-medewerkers. De overige 80 procent bestaat uit externe kosten, zoals het inhuren van deskundigen of het betalen van een transitievergoeding.
Voor het Nederlandse mkb als geheel raamt AWVN de totale regeldrukkosten op ruim € 20 miljard per jaar.
Werkgevers willen snel maatregelen
Het onderzoek komt op een moment dat het kabinet heeft aangekondigd de regeldruk voor bedrijven terug te dringen. AWVN stelt dat regeldruk al jaren tot de belangrijkste belemmeringen voor werkgevers behoort.
Op 6 juli overhandigde AWVN-directeur Lisette van Breugel het onderzoeksrapport aan minister van Economische Zaken Heleen Herbert en minister van Werk en Participatie Thierry Aartsen. Aartsen is binnen het kabinet verantwoordelijk voor de regels rond de inhuur van zzp’ers.
Niet alle aanbevelingen zijn volgens AWVN op korte termijn uitvoerbaar. Sommige vereisen aanpassing van wet- en regelgeving of overleg met sociale partners. De werkgeversorganisatie wil vooral maatregelen die bestaande regels verduidelijken of procedures vereenvoudigen snel invoeren.
De drie voorstellen voor zzp-inhuur behoren volgens AWVN nadrukkelijk tot die categorie. De gedachte daarachter is dat regeldruk niet alleen ontstaat door de regels zelf, maar ook door de manier waarop deze worden uitgevoerd. Meer duidelijkheid vooraf moet ondernemers in staat stellen om met minder onzekerheid samen te werken met zelfstandigen.