Pseudo-eindheffing: nieuwe zakelijke auto vanaf 2027 vrijwel altijd elektrisch

Kabinet versoepelt pseudo-eindheffing voor vervangend vervoer, tijdelijke huurauto’s en bestaande leasecontracten

Werkgevers die vanaf 1 januari 2027 een nieuwe benzine-, diesel- of hybrideauto ter beschikking stellen aan een werknemer, krijgen te maken met een forse extra belasting. Met de zogenoemde pseudo-eindheffing wil het kabinet elektrische auto’s de norm maken op de zakelijke markt. Na kritiek uit het bedrijfsleven is de regeling op een aantal praktische punten aangepast.

Officiële inflatie is 2,9%, maar consument ervaart het als 8%

Pseudo-eindheffing goedgekeurd

De pseudo-eindheffing geldt voor personenauto’s met een verbrandingsmotor die een werkgever aan een werknemer ter beschikking stelt en die ook privé mogen worden gebruikt. De werkgever moet de heffing zelf betalen en mag deze niet doorberekenen aan de werknemer.

Voor bestaande zakelijke auto’s komt een overgangsregeling. Werkgevers hoeven daardoor niet direct hun volledige wagenpark te vervangen. Nieuwe auto’s die vanaf 2027 worden ingezet, zullen in de praktijk meestal volledig elektrisch moeten zijn om de extra belasting te vermijden.

Waarom komt de pseudo-eindheffing?

Met de maatregel wil het kabinet de elektrificatie van het Nederlandse wagenpark versnellen. Zakelijke rijders spelen daarbij een belangrijke rol: ongeveer 60 procent van de nieuw verkochte auto’s wordt zakelijk aangeschaft.

Door meer elektrische leaseauto’s op de weg te brengen, moet ook het aanbod van betaalbare tweedehands elektrische auto’s op termijn toenemen. Daarnaast moet de maatregel bijdragen aan een betere luchtkwaliteit en het behalen van Europese klimaatdoelstellingen.

De regeling geldt breed. Niet alleen reguliere leaseauto’s, maar bijvoorbeeld ook personenbusjes, campers en verschillende bijzondere voertuigen kunnen onder de pseudo-eindheffing vallen. Rijscholen worden wel vrijgesteld.

Overgangsregeling tot 2031

Auto’s die vóór 1 januari 2027 al door een werkgever ter beschikking zijn gesteld, vallen onder het overgangsrecht. Deze auto’s kunnen tot 1 januari 2031 worden gebruikt zonder dat de werkgever de pseudo-eindheffing hoeft te betalen.

Het overgangsrecht is gekoppeld aan de werkgever. Vertrekt een werknemer naar een andere werkgever, dan kan diegene de fossiele leaseauto niet zonder gevolgen meenemen. De nieuwe werkgever zou dan alsnog de pseudo-eindheffing moeten betalen.

De oorspronkelijke werkgever mag de auto na het vertrek van de werknemer wel binnen het eigen bedrijf blijven inzetten. Bij een fusie of bedrijfsovername blijft het overgangsrecht eveneens bestaan.

Voor mkb-ondernemers betekent dit dat zij bestaande leasecontracten niet direct hoeven open te breken. Bij het vervangen of nieuw aanschaffen van auto’s is het wel verstandig om vanaf nu rekening te houden met de nieuwe regels.

Uitzondering bij schade en onderhoud

Een belangrijk knelpunt voor werkgevers was het gebruik van tijdelijk vervangend vervoer. Elektrische vervangende auto’s zijn nog niet altijd beschikbaar, bijvoorbeeld bij schade, pech of langdurig onderhoud.

Daarom mag een werkgever maximaal veertien aaneengesloten kalenderdagen een vervangende auto met een verbrandingsmotor ter beschikking stellen zonder pseudo-eindheffing. Is de elektrische auto later opnieuw buiten gebruik, dan mag deze uitzondering opnieuw worden toegepast.

De uitzondering geeft verhuurders, leasebedrijven en schadeherstelbedrijven meer tijd om hun vervangende wagenpark te elektrificeren. Ook netcongestie en beperkte laadcapaciteit maken een snelle volledige overstap voor deze bedrijven lastig.

Tijdelijk een brandstofauto huren

Ook voor kortdurende inzet komt een uitzondering. Tot 1 januari 2031 mag een werkgever onder voorwaarden tijdelijk een niet-elektrische huurauto inzetten.

Het gaat om maximaal zeven aaneengesloten kalenderdagen, één keer per jaar per auto. Dat kan bijvoorbeeld nodig zijn voor een tijdelijk project, een piek in de werkzaamheden of de periode waarin voor een nieuwe medewerker nog geen elektrische auto beschikbaar is.

Ondernemers moeten kunnen aantonen dat aan de voorwaarden is voldaan. Een goede registratie van de auto, de gebruiksperiode en de reden van de tijdelijke inzet is daarom belangrijk.

Rijscholen worden vrijgesteld

Rijscholen vallen buiten de pseudo-eindheffing. Voor een volledig rijbewijs B moeten leerlingen nog altijd examen kunnen doen in een handgeschakelde auto. Elektrische auto’s hebben geen handgeschakelde versnellingsbak.

Zonder uitzondering zouden rijschoolhouders mogelijk zowel elektrische als handgeschakelde lesauto’s moeten aanhouden. Dat brengt hoge kosten met zich mee, vooral voor kleinere rijscholen.

Wat betekent dit voor jouw bedrijf?

Stel je vanaf 1 januari 2027 een nieuwe zakelijke personenauto beschikbaar die ook privé mag worden gebruikt? Dan ligt een volledig elektrische auto fiscaal het meest voor de hand. Kies je toch voor een benzine-, diesel- of hybrideauto, dan moet je als werkgever rekening houden met de pseudo-eindheffing.

Inventariseer daarom welke auto’s binnen je bedrijf vóór 2027 ter beschikking zijn gesteld, wanneer leasecontracten aflopen en welke medewerkers binnenkort een nieuwe auto nodig hebben. Controleer daarnaast of je bedrijf voldoende laadmogelijkheden heeft.

De uitzonderingen geven mkb-ondernemers meer ruimte bij schade, onderhoud en tijdelijke opdrachten. De algemene richting verandert echter niet: vanaf 2027 wordt uitstootvrij rijden de norm voor nieuwe zakelijke auto’s.

Wat vind je van dit artikel?

Fleur Willemsen

Auteur

Fleur Willemsen

Fleur Willemsen is redacteur bij MKB Servicedesk.