Hoe kun je voordelig lenen aan je BV?

Lenen aan je eigen BV wordt anders behandeld dan lenen aan een derde

18 januari 2013

Fiscaal wordt lenen aan je eigen BV anders behandeld dan het aanhouden van spaartegoeden bij een bank of lenen aan een derde. Hoe kun je daar optimaal gebruik van maken?

Whitepaper Hoe bedien ik mijn klanten online?

Sparen of uitlenen?

Stel je hebt op je privé­spaarrekening € 300.000,- staan en daarop ontvang je slechts 2% rente. Is het voor jou dan voordelig om hiervan bijoorbeeld. € 100.000,- à 4% uit te lenen aan je beleggings-BV?

Box 3

Over je privéspaarrekening wordt elk jaar 1,2% inkomstenbelasting geheven in box 3. Dat is dus per € 100.000,- € 1.200,- per jaar. Het maakt daarbij niet uit of je over je tegoed bijvoorbeeld 1 of 10% rente ontvangt: je betaalt altijd € 1.200,-. Box 3 is dus voordelig als je een hoge rente ontvangt, maar onvoordelig wanneer je een lage rente ontvangt. Als je je geld uitleent aan je BV, verhuist je vordering op de BV van box 3 naar box 1.

Box 1

In box 1 betaal je geen vast bedrag aan belasting over je € 100.000,-, maar wordt er belasting geheven over de rente die je over je lening ontvangt van de BV.

Voorbeeld

Stel dat je BV 4% rente aan je vergoedt. Dat is € 4.000,-;

Stel dat de BV over haar tegoed van € 100.000,- bij de bank 2%, oftewel: € 2.000,- ontvangt;

Stel dat je 65 jaar of ouder bent en een inkomen hebt in box 1 van ongeveer € 25.000,-.

Hoe werkt de rekensom dan?

Je betaalt aan inkomstenbelasting 24,05% van € 4.000,- = € 962,-. Je BV heeft per saldo een renteaftrekpost van € 2.000,- (4.000 - 2.000): de bespaarde vennootschapsbelasting hierover is 20% = € 400,-. De totale belastingdruk is dus € 562,-. De belastingdruk was € 1.200,-. Je directe besparing is € 638,-.

De besparing is nog iets meer als je bedenkt dat de BV door deze opzet jaarlijks € 1.600,- armer wordt (renteaftrek min besparing vennootschapsbelasting). Je onttrekt dus eigenlijk € 1.600,- aan de reserves van de BV waarover je normaal gesproken 25% oftewel: € 400,- inkomstenbelasting betaald zou hebben. De echte besparing is dus € 1.038,-!

Goed verzekerd spreiden

Als dit dan zo voordelig is, waarom zou je dan niet de volle € 300.000,- aan de BV uitlenen? Dat is een goede vraag. Je besparing zou dan 3x zo hoog zijn. Dat kun je doen, maar je kunt ook voor zekerheid gaan in deze tijden van economische recessie en bankencrisis.

Je kunt je € 300.000,- na­­me­­lijk spreiden over je BV, je echtgeno(o)t(e) en jezelf. Alle drie kunnen gebruikmaken van het depositogarantiestelsel van De Nederlandsche Bank tot het maximum per rekeninghouder per bank van € 100.000,-. Dat betekent dat wanneer je bank failliet zou gaan de volle € 300.000,- verzekerd zijn. Je kunt dat natuurlijk ook doen door de volle € 300.000,- uit te lenen aan je BV en de gelden van de BV vervolgens onder te brengen bij 3 verschillende banken: dan pak je het volle fiscale voordeel en de volle zekerheid!

In ons voorbeeld is uitgegaan van een 65-plusser met een laag inkomen. Die betaalt maar ongeveer 24% belasting (bij een nog lager inkomen zelfs 15,55%). Een 65-minner betaalt ten minste 33,45%, en dat maakt de opzet minder voordelig (en vanaf 42% zelfs onvoordelig). Maar als je als 65-minner in box 1 bijvoorbeeld onverrekende verliezen heeft, kan het ook voor jou een aantrekkelijke opzet zijn.

Conclusie

Lenen aan je BV kan (afhankelijk van de belastingschijf waarin je valt) fiscaal voordeliger zijn dan het aanhouden van spaartegoeden in box 3. Maak een koppeling met de lening (in delen van steeds maximaal € 100.000,-) aan het deposito­garantiestelsel, zodat dit optimaal verzekerd is tegen bankfaillissement.

Bron: Indicator