Zelf energie opwekken voor je bedrijf

Welke manieren zijn er?

12 juli 2018

Er zijn verschillende methodes om als ondernemer in je eigen energie te voorzien. De meest gebruikte manieren zijn zonne-energie, windenergie, biomassa en aardwarmte. Wat is voor jouw bedrijf interessant en wat levert het je op?

Energiebesparende maatregelen 2019

Essent | Zakelijk

Zelf energie opwekken kan interessant zijn, omdat je als mkb-er vaak geen grootverbruiker bent en dus relatief veel belasting betaalt. Naast energiebelasting betaal je nog transport- en meetkosten over je energie. 

Zonne-energie

Zonnepanelen op je dak leggen is de makkelijkste en meest laagdrempelige manier om zelf energie op te wekken. Zonnepanelen zijn relatief goedkoop en je komt in aanmerking voor verschillende subsidies, zoals de EIA en de KIA. Je verdient de investering doorgaans in 5 tot 10 jaar terug, terwijl ze zeker 25 jaar goed blijven werken. Meer over zonnepanelen.

Windenergie

Windenergie is een van de goedkoopste vormen van duurzame energie. Als jouw bedrijf in een windrijk gebied staat en je de ruimte hebt een windturbine te realiseren, kan dat behoorlijk lucratief zijn. Een windmolen op land kost volgens windpark.nu ongeveer 1,5 tot 2 miljoen euro per MW. De terugverdientijd is minder dan 8 jaar. Ze gaan zeker 15 jaar mee.

Geen ruimte voor een grote windmolen? Er bestaan kleine windmolens, maar hun rendement is nog erg laag. Beter is het om te investeren in een windcollectief waarmee je met een groep investeerders een windmolenpark aanbouwt en het rendement deelt. Er zijn verschillende initiatieven in Nederland, waardoor je toch kunt profiteren van het rendement.

Biomassa

De meeste groene energie die in Nederland wordt opgewekt, komt uit biomassa. Komt er in jouw bedrijf veel biologisch afbreekbaar materiaal vrij, zoals hout, mest, gft of snoei-afval? Dan kan een kleine biomassacentrale interessant zijn om warmte of energie op te wekken.

In de centrale wordt het afval verbrand, vergist of vergast. Dit levert warmte in de vorm van groen gas of energie op. De terugverdientijd van een biomassacentrale is gemiddeld 5 tot 10 jaar, mits je je eigen biomassa of gratis massa uit de omgeving kunt gebruiken. Als je geen eigen biomassacentrale wilt, maar wel biologisch afbreekbaar materiaal hebt, is het ook mogelijk dit te verkopen aan een tussenhandelaar of afnemer van biomassa. Kijk of er bio-energiebedrijven in jouw regio actief zijn, en of zij jouw afval kunnen afnemen.

Aardwarmte

De warmte in dieper gelegen aardlagen (minimaal 500 meter diep) en het koude grondwater kan worden gebruikt om ruimtes duurzaam te verwarmen of te koelen. Daarvoor moet je dus wel een zeer diepe pomp laten aanleggen. Om aardwarmte te winnen, heb je dan ook een vergunning nodig van het ministerie van Economische Zaken. Aardwarmte is in Nederland door de bodemsamenstelling erg moeilijk bereikbaar en daardoor kost het meer dan het oplevert. 

Bodemwarmte

Een beter alternatief is bodemwarmte. Daarmee maak je gebruik van de warmte die door de zon in de bovenste aardlagen is opgeslagen, en van de warmte in het grondwater. Om bodemwarmte te benutten, wordt met een warmtepomp warmte onttrokken uit de bovenste aardlagen (maximaal 500 meter). Dit kan op twee manieren.

  • Er zijn open warmte koude opslag (wko) systemen die in contact staan met het grondwater. Deze systemen worden doorgaans gebruikt door kantoren, industrie en glastuinbouw.

  • Voor kleine kantoren wordtmeestal gekozen voor een gesloten buizensysteem, waarbij water met een antivries- middel door de aarde wordt gepompt zodat dit kan opwarmen of koelen door de aardlagen.

Een wko-systeem kan aantrekkelijk zijn voor bedrijven die een constante temperatuur willen hebben en daarom zowel moeten koelen in de zomer als verwarmen in de winter. Het systeem wordt vaak gebruikt voor bijvoorbeeld kassen, maar ook kantoren kunnen hun temperatuur aangenaam houden met een wko. Hoe rendabel het systeem is, hangt sterk af van de geologie in je gebied. Het is het meest rendabel bij gebouwen die een iets lagere temperatuur moeten hebben.

Auteur

Marlou Visser