Minister van Werk en Participatie Thierry Aartsen (VVD) wil vaart maken met de nieuwe Zelfstandigenwet. Het wetsvoorstel moet nog dit najaar naar de Raad van State en de minister blijft sturen op invoering per 1 januari 2028. Daarmee wil hij zelfstandigen een duidelijke wettelijke positie geven en tegelijkertijd meer duidelijkheid creëren over wanneer sprake is van zelfstandig ondernemerschap.

Wettelijke positie voor zelfstandigen
Aartsen benadrukte tijdens een debat over de arbeidsmarkt, in het Haagse Nieuwspoort, dat de plannen voor zzp’ers losstaan van de discussies over bezuinigingen op de sociale zekerheid, zoals de WW en de WIA. ‘’Zelfstandigen dienen nu eens wettelijk verankerd te worden, want zzp’ers bestaan niet voor de wet”, aldus de minister.
Wettelijke positie voor zelfstandigen
De Zelfstandigenwet moet volgens Aartsen een einde maken aan de jarenlange discussie over de positie van zzp’ers. De minister werkte als Tweede Kamerlid al mee aan een initiatiefwet samen met D66, CDA en SGP.
Het wetsvoorstel richt zich in eerste instantie op een zelfstandigen- en werkrelatietoets. Andere onderdelen, zoals sectorale toetsing en een aparte toetsingscommissie, worden voorlopig buiten beschouwing gelaten om de invoering niet verder te vertragen. Volgens Aartsen wordt de komende periode overleg gevoerd met experts, sociale partners, belangenorganisaties en uitvoerende instanties zoals de Belastingdienst.
Stresstest voor wetsvoorstel
Voorafgaand aan de adviesaanvraag bij de Raad van State wordt het voorstel nog onderworpen aan een zogenoemde stresstest. Daarbij wordt gekeken of de voorgestelde regels in de praktijk voldoende duidelijk, uitvoerbaar en handhaafbaar zijn.
De afgelopen weken vonden al meerdere expertsessies plaats waarin het conceptvoorstel werd besproken. De uitkomsten daarvan worden verwerkt in de definitieve versie van de wet.
Breed politiek draagvlak nodig
Omdat het kabinet geen vaste meerderheid heeft in de Tweede Kamer, zal Aartsen steun moeten vinden bij verschillende partijen. De minister zegt te mikken op een breed draagvlak. ‘’De gamechanger wordt het tonen van politiek lef’’, aldus Aartsen. ‘Mijn insteek is het verkrijgen van een breed draagvlak.”
Of de wet inderdaad per 1 januari 2028 kan ingaan, hangt onder meer af van de parlementaire behandeling en de adviezen die de komende maanden worden uitgebracht. Voor zelfstandigen en opdrachtgevers zou de wet meer duidelijkheid moeten bieden over de beoordeling van arbeidsrelaties en het onderscheid tussen zelfstandig ondernemerschap en schijnzelfstandigheid.


