Je kunt een oudere werknemer de mogelijkheid geven eerder met pensioen te gaan. Hoe? Dankzij de Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU). Hoe werkt deze regeling? En hoe zit het met de tijdelijke RVU-vrijstelling, waardoor je geen RVU-heffing hoeft te betalen?

Wat is de Regeling voor Vervroegd Uittreden?
De Regeling voor Vervroegd Uittreden (RVU) is een regeling die je kunt treffen met een oudere werknemer. Het is een financiële regeling waardoor jouw werknemer met pensioen kan, voordat hij de pensioenleeftijd (of AOW-leeftijd) bereikt heeft. In veel gevallen is dit precies waar een oudere werknemer op zit te wachten. Je werknemer kan dan bijvoorbeeld met 64 al stoppen met werken.
Op afspraak of in de cao
Je kunt met je werknemer een afspraak op maat maken over vervroegd uittreden. In sommige gevallen maken sociale partners afspraken voor bepaalde groepen werknemers, bijvoorbeeld voor werknemers met zwaar werk. Voor deze groep is het vaak moeilijk tot hun AOW-leeftijd te blijven werken.
Hoe werkt de RVU?
Nadat de werkgever en de werknemer samen een regeling voor vervroegd uittreden hebben getroffen, krijgt de oudere werknemer een uitkering van de werkgever om de tijd tot de AOW-leeftijd te overbruggen. Normaal gesproken betaalt de werkgever naast de gewone loonheffingen ook nog 57,7% RVU-heffing (ook wel: pseudo-eindheffing) over deze uitkering. Maar sinds 2021 kun je gebruikmaken van een versoepeling van de RVU-regeling. Hoe zit dat?
Overbrugging tot pensioendatum
Een RVU-uitkering is vaak niet heel hoog. Of in elk geval lager dan het loon dat de werknemer gewend was te ontvangen. Het is namelijk een bedrag om de periode tot het pensioen te overbruggen en vaak blijft de werkgever onder het drempelbedrag om een heffing te voorkomen. Het kan dus goed zijn dat je werknemer het bedrag dat hij maandelijks krijgt tot aan zijn pensioen zelf moet aanvullen. Het is goed om je werknemer hier goed over te informeren, zodat hij hier op voorhand over na kan denken.
RVU-vrijstelling: zo zit het in 2026
In het pensioenakkoord is afgesproken dat de werkgever tijdelijk van 2021 tot en met 2025 geen RVU-heffing hoeft te betalen als hij in die periode een regeling voor vervroegd uittreden met een werknemer afspreekt. Natuurlijk moet de regeling dan wel aan de RVU-voorwaarden voldoen.
Goed nieuws, want inmiddels is besloten om de RVU-vrijstelling op te nemen in het Belastingplan 2026. Dit betekent dat het een vaste regeling wordt, in plaats van een tijdelijke. De nadruk ligt hierbij wel op zware beroepen, zowel mentaal als fysiek. Er is op dit moment nog discussie over hoe dit bepaald wordt. Waarschijnlijk gaat dit per cao verschillen.
Voorwaarden RVU-vrijstelling
De werkgever hoeft geen RVU-heffing te betalen als de RVU voldoet aan de volgende voorwaarden:
De werknemer stopt in de laatste drie jaar (36 maanden) voor de AOW-leeftijd.
De RVU-uitkering is niet hoger dan het drempelbedrag (dit bedrag verschilt per jaar).
Let op: stopt iemand eerder dan 3 jaar voordat hij de AOW-leeftijd bereikt? Dan moet de werkgever gewoon RVU-heffing betalen.
Drempelbedrag
Het drempelbedrag is gekoppeld aan de netto AOW-uitkering. Vandaar dat dit bedrag jaarlijks bijgesteld wordt. Hieronder zie je de bruto RVU-vrijstelling 2025 en 2026.
RVU-vrijstelling drempelbedrag
| Jaar | Per maand | Per jaar |
|---|---|---|
| 2025 | € 2.273 | € 81.828 |
| 2026 | € 2.657 | € 95.652 |
Krijgt je werknemer een uitkering die hoger is dan het drempelbedrag? Dan ben je als werkgever in 2026 wel 57,7% RVU-heffing verschuldigd over het bedrag boven het drempelbedrag. Vandaar dat het ook wel de RVU-boete wordt genoemd.
Eenmalig of per maand uitkeren?
Bij een regeling vervroegd uittreden mag de werkgever het bedrag in één keer uitkeren of per maand. De RVU-uitkering geldt als inkomen, dus de werknemer moet er inkomstenbelasting over betalen. Bij een eenmalige betaling is de kans groot dat het inkomen van de werknemer in een hogere belastingschijf terechtkomt, waardoor hij een hoger percentage belasting moet betalen. Meestal is per maand dus voordeliger.
Regeling vervroegd uittreden: waarom interessant voor de werkgever?
Veel werknemers die nu op leeftijd zijn, hadden niet verwacht dat ze na hun 65ste nog zouden moeten doorwerken. Sommigen zijn fysiek of mentaal op. De RVU-regeling is dan een mooie manier om je werknemer tegemoet te komen. Voorheen moest je een ‘boete’ van 52% betalen over de uitkering aan de werknemer die je liet gaan. Nu is dat alleen vanaf het drempelbedrag. Een flinke besparing dus!
Voorbeeld regeling vervroegd uittreden
Je werknemer bereikt op 6 juni 2029 de AOW-leeftijd. Je wilt hem vervroegd laten afvloeien en gebruikmaken van de RVU-vrijstelling. Hij stopt op 1 juli 2026 met werken en krijgt een RVU-uitkering van 36 maanden.
Uitgaand van het nettobedrag van een AOW-uitkering is het vrijstellingsbedrag 36 x 2.657 = € 95.652.
Stel dat je € 3.000 per maand wilt betalen. Dat is € 3.000 - € 2.657 = € 343 boven de drempel. Over dit bedrag betaal je 57,7% RVU-heffing. Dit is per maand € 343 × 57,7% = € 198. Over 36 maanden is dat € 198 × 36 = € 7.128 aan RVU-heffing.
RVU bij WIA-uitkering
Iemand met een WIA-uitkering kan soms ook gebruikmaken van de RVU-regeling. Bijvoorbeeld als dat in de cao staat. Dat is niet in alle gevallen gunstig, want de RVU-uitkering kan lager uitvallen dan zijn WIA-uitkering. Hij verliest ook bepaalde rechten als hij het contract ontbindt en kiest voor een RVU.
RVU & ontslag
De RVU wordt vaak als een manier gebruikt om oudere werknemers eervol te laten afvloeien. Maar hoe zit het als je iemand ontslaat? Als er een geldige grondslag is voor ontslag, heb je niets te maken met de RVU. Het kan bijvoorbeeld zijn dat je werknemers moet laten gaan om bedrijfseconomische redenen of vanwege disfunctioneren.



