Brand in je bedrijfspand kan grote schade veroorzaken en je bedrijfsvoering stilleggen. Als ondernemer ben je bovendien wettelijk verplicht om maatregelen te nemen voor de brandveiligheid van je bedrijfspand. Denk aan een ontruimingsplan, instructies voor medewerkers en soms een melding of vergunning bij de gemeente. In dit artikel lees je welke regels gelden en hoe je met een praktische checklist voldoet aan de eisen.

Inhoud:
- Is brandveiligheid in een bedrijfspand verplicht?
- Welke wet- en regelgeving zijn van belang voor brandveiligheid?
- Elektrische installaties: grootste oorzaak van brand in bedrijven
- Checklist brandveiligheid bedrijfspand
- Zelf een brand blussen: wat mogen jij en je medewerkers wel en niet doen?
- Stap voor stap de brandveiligheid van je bedrijfspand regelen
Is brandveiligheid in een bedrijfspand verplicht?
Als ondernemer ben je wettelijk verplicht om te zorgen voor een brandveilig bedrijfspand. Je moet maatregelen nemen om brand te voorkomen, werknemers veilig te laten werken en ervoor te zorgen dat iedereen het pand snel kan verlaten bij brand. Deze verplichting volgt vooral uit de Arbowet en de wettelijke bouw- en gebruiksregels voor gebouwen.
Ook als je het pand huurt
Ook wanneer je geen eigenaar bent van het pand, heb je verantwoordelijkheden. De eigenaar (verhuurder) is meestal verantwoordelijk voor de bouwkundige brandveiligheid van het gebouw, zoals:
brandwerende scheidingen
constructieve veiligheid
vaste installaties (bijvoorbeeld brandmeldinstallatie)
Tip: is de bouwkundige veiligheid van het pand dat je huurt niet in orde? Meld dit direct bij de verhuurder.
Wat moet jij als ondernemer regelen?
Als huurder of gebruiker van een pand ben jij verantwoordelijk voor veilig gebruik van het pand en de veiligheid van je medewerkers. Denk aan:
brandrisico’s opnemen in de RI&E (risico-inventarisatie en -evaluatie)
een ontruimingsplan hebben
medewerkers instructies geven over brandveiligheid
nooduitgangen en vluchtroutes vrijhouden
geschikte blusmiddelen aanwezig hebben
Wat gebeurt er als je brandveiligheid niet op orde is?
Voldoe je niet aan deze verplichtingen? Dan kan de Nederlandse Arbeidsinspectie handhaven. Dat kan beginnen met een waarschuwing of boete, maar bij ernstige of direct gevaarlijke situaties mogen inspecteurs ook het werk stilleggen of (een deel van) het bedrijfspand laten sluiten totdat de brandveiligheid op orde is. Daarnaast kan een verzekeraar schade (deels) weigeren als blijkt dat je onvoldoende maatregelen hebt genomen om brand te voorkomen.
Welke wet- en regelgeving zijn van belang voor brandveiligheid?
Voor de brandveiligheid van je bedrijfspand gelden meerdere regels. Die gaan niet alleen over het gebouw zelf, maar ook over hoe je het gebruikt en hoe je met medewerkers omgaat. De belangrijkste zijn:
de Arbowet (veilig werken voor medewerkers)
het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)
landelijke regels voor brandveilig gebruik (uit het Bbl), uitgevoerd door de gemeente
Arbowet: veilige werkplek voor medewerkers
Volgens de Arbowet moet je als werkgever zorgen voor een veilige werkplek. Daaronder valt ook brandveiligheid. Je moet risico’s op brand opnemen in je RI&E (risico-inventarisatie en -evaluatie) en passende maatregelen nemen.
Denk aan:
een ontruimingsplan
bedrijfshulpverlening (BHV-plan)
instructies aan medewerkers
periodieke oefeningen
Je moet werknemers hierover informeren bij indiensttreding en dit regelmatig herhalen.
Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl): eisen aan het gebouw
Sinds 1 januari 2024 gelden de bouwkundige brandveiligheidseisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Dit besluit vervangt het oude Bouwbesluit 2012 en is onderdeel van de Omgevingswet.
Het Bbl stelt onder andere eisen aan:
vluchtroutes en nooduitgangen
brandwerendheid van materialen
brandmeld- en ontruimingsinstallaties
bereikbaarheid voor hulpdiensten
onderhoud en controle van installaties (zoals elektra en gas)
Ben je eigenaar van het pand? Dan ben je meestal verantwoordelijk voor deze bouwkundige eisen. Maar ook als gebruiker (huurder) moet je het pand veilig gebruiken en mag je de brandveiligheid niet verslechteren, bijvoorbeeld door nooduitgangen te blokkeren of brandwerende deuren open te zetten.
Vergunning of melding brandveilig gebruik
Voor sommige bedrijfspanden moet je een melding of vergunning ‘brandveilig gebruik’ doen bij de gemeente. Dat geldt vooral voor gebouwen waar veel mensen tegelijk aanwezig zijn of waar mensen minder zelfredzaam zijn.
Dit speelt bijvoorbeeld bij:
kinderopvanglocaties
zorginstellingen
hotels en B&B’s
grotere kantoren
horecagelegenheden
De gemeente controleert dan onder andere:
het ontruimingsplan
maximale bezetting
vluchtroutes
brandmeldinstallatie
Twijfel je? Dan kun je dit altijd navragen bij je gemeente. Die beoordeelt of een melding of vergunning nodig is.
Elektrische installaties: grootste oorzaak van brand in bedrijven
In veel bedrijfspanden ontstaat brand niet door open vuur, maar door elektrische installaties en apparaten. Denk aan overbelasting, slechte bekabeling of defecte apparatuur. Juist omdat dit vaak onzichtbare risico’s zijn, worden ze laat ontdekt.
Wist je dat: 1 op de 4 bedrijfsbranden wordt veroorzaakt door elektra? Brand door elektra is daarmee de meest voorkomende oorzaak van brand in een bedrijfspand.
Veelvoorkomende oorzaken zijn:
overbelaste stekkerdozen of haspels
verouderde of beschadigde bekabeling
slecht onderhouden machines
accu’s en opladers (bijvoorbeeld van gereedschap of e-bikes)
aanpassingen aan installaties zonder vakman
Ook kleine aanpassingen, zoals een extra apparaat aansluiten of een verdeelstekker gebruiken, kunnen al voldoende zijn om oververhitting en uiteindelijk brand te veroorzaken.
Lees ook: brand door elektra: waar gaat het mis in de praktijk?
Elektrakeuring en onderhoud
Omdat elektrische installaties een groot brandrisico vormen, eisen verzekeraars steeds vaker een periodieke controle van de installatie. Daarbij wordt gekeken of de installatie veilig is aangelegd en gebruikt wordt.
Een veelgebruikte inspectie is de SCIOS Scope 10-inspectie. Hierbij controleert een inspecteur onder andere:
verdeelkasten en groepenkasten
bekabeling en aansluitingen
machines en aangesloten apparatuur
mogelijke oververhitting
Een Scope 10-keuring kan helpen om gebreken vroegtijdig te ontdekken en brand te voorkomen. In sommige gevallen stelt een verzekeraar deze controle verplicht.
Zonnepanelen op je bedrijfspand: extra brandrisico
Ook zonnepanelen kunnen een brandrisico vormen, bijvoorbeeld door beschadigde bekabeling of oververhitting van omvormers. Daarom vragen verzekeraars bij bedrijfspanden steeds vaker om een SCIOS Scope 12-inspectie van de zonnestroominstallatie.
Checklist brandveiligheid bedrijfspand
Wil je zeker weten dat je voldoet aan de regels en de kans op een bedrijfsbrand zo klein mogelijk houdt? Gebruik dan onderstaande checklist. Loop deze punten regelmatig na, bijvoorbeeld jaarlijks of bij een verbouwing, verhuizing of nieuwe apparatuur.
Organisatie en medewerkers
Neem brandrisico’s op in de RI&E
Stel een ontruimingsplan op
Wijs voldoende BHV’ers aan
Instrueer medewerkers over wat ze moeten doen bij brand
Oefen de ontruiming periodiek (bij voorkeur jaarlijks)
Vluchtroutes en gebouw
Houd nooduitgangen en vluchtroutes altijd vrij
Zorg dat deuren van binnenuit direct te openen zijn
Plaats duidelijke vluchtrouteaanduiding
Controleer of noodverlichting werkt
Zorg dat hulpdiensten het pand goed kunnen bereiken
Blusmiddelen
Zorg voor voldoende brandblussers of een brandslanghaspel
Plaats blusmiddelen op goed bereikbare plekken
Laat blusmiddelen jaarlijks keuren
Stem het type blusmiddel af op het risico (bij elektra bijvoorbeeld een CO₂-blusser)
Hoeveel brandblussers moet je hebben?
Er is geen vast aantal brandblussers per bedrijf. In de praktijk geldt meestal:
minimaal één blusmiddel per verdieping
maximaal ongeveer 20–25 meter loopafstand tot een blusmiddel
afgestemd op de risico’s in het bedrijf
Installaties en apparatuur
Laat elektrische installaties regelmatig controleren
Gebruik geen beschadigde kabels of stekkerdozen
Rol kabelhaspels volledig uit bij gebruik
Schakel machines uit na werktijd
Houd meterkasten en verdeelkasten vrij van opslag
Onderhoud machines en apparatuur volgens voorschrift
Opslag en inrichting
Sla brandbare materialen veilig op
Houd voldoende afstand tussen opslag en warmtebronnen
Zorg voor goede ventilatie
Maak regelmatig schoon (stof en vuil vergroten brandrisico)
Zelf een brand blussen: wat mogen jij en je medewerkers wel en niet doen?
Ontstaat er, ondanks alle preventiemaatregelen, toch een bedrijfsbrand? Dan is het belangrijk dat je snel en correct handelt. Bij een beginnende brand mag je zelf een bluspoging doen, maar alleen als dit zonder risico voor jezelf of anderen kan. De veiligheid van mensen gaat altijd vóór het redden van spullen of het beperken van schade.
Het uitgangspunt is simpel: twijfel je of de brand veilig te blussen is? Verlaat dan direct het pand en bel 112.
Wanneer wel blussen?
Een kleine brand kun je proberen te blussen als:
de brand net is ontstaan
er weinig rookontwikkeling is
er een geschikt blusmiddel direct beschikbaar is
je altijd een veilige vluchtroute achter je houdt
Dit is ook een taak van bedrijfshulpverleners (BHV’ers). Zij zijn getraind om een beginnende brand te herkennen, een ontruiming te starten en – als dat veilig kan – een eerste bluspoging te doen.
Wanneer niet zelf blussen?
Probeer niet zelf te blussen wanneer:
de ruimte al vol rook staat
je het vuur niet direct kunt benaderen
er mogelijk gevaarlijke stoffen betrokken zijn
je geen geschikt blusmiddel hebt
Sluit in dat geval (als dat veilig kan) deuren en ramen, waarschuw iedereen in het pand en bel onmiddellijk 112.
Blusmiddelen in het bedrijf
Zorg dat blusmiddelen altijd goed bereikbaar en direct te gebruiken zijn. In bedrijfspanden gaat het meestal om:
brandslanghaspels
schuimblussers
poederblussers
CO₂-blussers (geschikt voor elektrische branden)
blusdekens (voor kleine branden)
Laat alle blusmiddelen minimaal één keer per jaar controleren door een erkend onderhoudsbedrijf (REOB-certificering). De laatste keuringsdatum staat op het blusmiddel vermeld.
Stap voor stap de brandveiligheid van je bedrijfspand regelen
Brandveiligheid lijkt soms ingewikkeld door alle regels en verplichtingen, maar in de kern gaat het om drie stappen:
risico’s herkennen
maatregelen nemen
medewerkers voorbereiden
Begin met het opnemen van brandrisico’s in je RI&E, zorg voor een duidelijk ontruimingsplan en controleer regelmatig je installaties en blusmiddelen. Besteed daarbij extra aandacht aan elektrische installaties en apparatuur, omdat daar in bedrijven de meeste branden ontstaan. Door periodieke controles, duidelijke instructies aan medewerkers en goed onderhoud houd je de brandveiligheid van je bedrijfspand structureel op orde.




