Het mkb zit vast aan renteswaps

Column Jasper Hagers | Renteswaps

19 juli 2013

Op grote schaal hebben banken aan ondernemers renteswaps verkocht. Wat is een renteswap nu eigenlijk en wat zijn de problemen die nu ontstaan?

Een renteswap is een zogenaamd rentederivaat, waarbij sprake is van het ruilen van een variabele rente (het ‘swappen’) tegen een vaste rente. Een renteswap is een losstaand product en staat dus eigenlijk los van de financiering. Toch zijn bij financiering aan ondernemers in de jaren 2007, 2008 en 2009 veel renteswaps geadviseerd.

Vast en variabel

Vaak gaat het om de situatie waarin een ondernemer een EURIBOR-lening heeft afgesloten. Als klant moet je dan een variabele rente betalen. Om renterisico’s af te dekken, hebben (veel) banken renteswaps geadviseerd. Bij deze renteswaps betaalt de bank de variabele rente aan de ondernemer over de renteswap en de ondernemer betaalt een vaste rente én de variabele rente over de EURIBOR-lening. De betalingen van de variabele rente worden als het ware tegen elkaar weggestreept, waardoor een vaste rente overblijft.

Een renteswap is daarmee bedoeld bescherming te bieden tegen een stijging van de variabele rente. Als de variabele rente namelijk stijgt boven het niveau van de afgesproken vaste rente (de swaprente), dan is dat voor rekening en risico van de bank. Hierdoor ligt de rente alsnog vast en zo is dat vaak ook aan de ondernemer voorgespiegeld.

Opslag

Daarmee is echter niet het hele verhaal verteld. Renteswaps werden door banken veelal verkocht met een mogelijkheid om de opslag op de door de klant te betalen variabele rente te verhogen. Nee, er wordt alleen opslag geheven over het bedrag aan variabele rente dat de klant moet betalen. Dat is ook vaak de klacht: staat de EURIBOR een keer laag, wordt deze alsnog door de bank verhoogd. Dat betreft dus de variabele die de ondernemer moet betalen. Op die manier kan de bank de vaste rente alsnog hoger bepalen.

Veel ondernemers geven aan dat zij hierover niet, of althans onvoldoende, op voorhand zijn gewezen. In de praktijk worden ondernemers geconfronteerd met verhogingen van opslag van meer dan 100 procent, bijvoorbeeld een opslag van 0,5 procent die wordt verhoogd naar 2 procent. Banken noemen deze opslagen verschillend. Zo wordt gesproken over een risico-opslag, een liquiditeitsopslag of soortgelijke bewoordingen. Veelal wordt aangegeven dat de bank verhoogd risico loopt en daarom een opslag gerechtvaardigd is. Er wordt niet, althans nauwelijks, onderbouwd waarom een dergelijke opslag gerechtvaardigd is en hoe deze is opgebouwd. Veel ondernemers die in deze tijden moeite hebben om aan hun verplichtingen te voldoen, worden opeens geconfronteerd met een verhoging van hun lasten.

Onvoldoende geïnformeerd

Dan heeft iedere renteswap nog een ander belangrijk element, waarvan veel ondernemers zeggen dat zij daarover niet, of althans onvoldoende, zijn geïnformeerd. Iedere renteswap kent een bepaalde waarde. Afhankelijk van de rentestand en de looptijd kan dit een positieve waarde zijn of een negatieve waarde. Vrijwel iedere renteswap die wij op dit moment onder ogen krijgen heeft een negatieve waarde, hetgeen komt door de lage rentestand. De negatieve marktwaarde schommelt dagelijks, maar ondernemers geven aan dat zij hier slechts sporadisch inzicht in krijgen (bijvoorbeeld één keer per jaar). Deze negatieve waarde kan echter van groot belang zijn op het moment dat de financiering wordt afgelost. Dan wordt meestal namelijk ook (indien er geen andere financiering beschikbaar is) de renteswap beëindigd en wordt de negatieve marktwaarde gerealiseerd. Soms beloopt de negatieve marktwaarde van een renteswap 20 procent van de gehele financiering en zou beëindiging dus zeer nadelig zijn. In de praktijk blijkt dat banken niet genegen zijn om renteswaps van andere banken over te nemen. Ondernemers geven daardoor aan volledig vast te zitten; zij kunnen niet herfinancieren en ook bij een eventuele verkoop raken zij in de problemen.

Hogere hoofdsom

Wij komen ook ondernemers tegen die een renteswap hebben met een hogere hoofdsom dan de financiering. Wat een belangrijk kenmerk is aan een renteswap, is dat zij eigenlijk los staat van de financiering. Een renteswap is wel afgestemd op de financiering (qua hoofdsom), maar er wordt afgerekend over de hoofdsom van de renteswap. Op het moment dat de financiering gedeeltelijk wordt ingelost, blijft de bank de vaste rente over de hoofdsom van de renteswap in rekening brengen. Eigenlijk moet dan de hoofdsom van de renteswap worden aangepast, hetgeen niet altijd gebeurt. Het komt ook wel eens voor dat een renteswap is geadviseerd voor een toekomstige gebeurtenis, bijvoorbeeld voor een voorgenomen koop van onroerend goed. De verplichting tot het aangaan van de renteswap wordt dan al afgesloten, terwijl de financiering nog niet is verstrekt. Er zijn voorbeelden waarin de bank vervolgens de financiering weigert, terwijl zij de renteswap wél heeft afgesloten. De klant moet dan nog steeds rente betalen over een financiering die zij van dezelfde bank niet krijgt.

Uitspraken rechtbanken

Op dit moment hebben verschillende rechtbanken zich over deze kwestie gebogen. Een recente uitspraak van de rechtbank Leeuwarden eindigde positief voor de klant. In dat geval ging het om de verhoging van de opslag op de variabele lening in combinatie met een renteswap. De klant beëindigde de financiering vanwege de opslag en kreeg vervolgens de negatieve marktwaarde van de renteswap. Kort gezegd, de rechtbank oordeelde dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was dat de klant de volledige negatieve marktwaarde moest betalen.

Jasper Hagers van Blenheim Advocaten.

Auteur

Jasper Hagers