Aantal flexwerkers groeit al drie kwartalen op rij

Vooral meer oproepkrachten en tijdelijke medewerkers zonder uitzicht op een vast contract

Het aantal werknemers met een flexibel contract is voor het derde kwartaal op rij gestegen. In het eerste kwartaal van 2026 telde Nederland 2,7 miljoen flexwerkers: 63.000 meer dan een jaar eerder. Vooral het aantal oproep- en invalkrachten en werknemers met een tijdelijk contract zonder uitzicht op een vaste aanstelling nam toe. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS.

Jonge vrouw in kantoor - Uitzendkracht aannemen

Daarmee is een duidelijke trendbreuk zichtbaar. In heel 2024 en de eerste helft van 2025 lag het aantal flexwerkers juist elk kwartaal lager dan een jaar eerder. Sinds het derde kwartaal van 2025 groeit het aantal weer.

Meer vaste banen, minder zzp'ers

Ook het aantal werknemers met een vast contract nam toe. In het eerste kwartaal kwamen er op jaarbasis 60.000 vaste werknemers bij. Die groei is wel kleiner dan in eerdere kwartalen.

Het aantal zelfstandigen blijft ondertussen dalen. In het eerste kwartaal waren er bijna 1,5 miljoen zelfstandige ondernemers, 88.000 minder dan een jaar eerder. Vooral het aantal zzp'ers liep terug. Het is inmiddels het vijfde kwartaal op rij waarin het aantal zelfstandigen afneemt.

In totaal hadden ruim 9,8 miljoen mensen betaald werk. Dat zijn 35.000 meer werkenden dan een jaar eerder. Volgens het CBS vlakt de groei van de werkzame beroepsbevolking al twee jaar af. In mei daalde het aantal werkenden zelfs.

Vooral meer oproepkrachten

De groei van het aantal flexwerkers komt vooral doordat meer mensen werken als oproep- of invalkracht. Hun aantal steeg van 956.000 naar ruim 1 miljoen. Daarnaast nam ook het aantal werknemers met een tijdelijk contract van een jaar of langer zonder uitzicht op een vast dienstverband toe, van 369.000 naar 399.000.

Daar staat tegenover dat het aantal uitzendkrachten daalde van 345.000 naar 331.000. Ook waren er minder werknemers met een tijdelijk contract mét uitzicht op een vaste baan.

Oproepkrachten niet alleen jongeren

Hoewel oproep- en invalkrachten vooral jonger zijn dan 25 jaar, groeit deze groep juist sterk onder oudere werknemers. Inmiddels is ruim een kwart van alle oproepkrachten 25 jaar of ouder. Van hen zijn ongeveer 130.000 tussen de 25 en 45 jaar en 145.000 tussen de 45 en 75 jaar.

Nieuwe regels voor oproepcontracten in aantocht

Voor werkgevers die veel met oproepkrachten werken, kunnen de regels de komende jaren veranderen. Het kabinet wil vanaf 2028 nulurencontracten afschaffe voor de meeste oproepkrachten. In plaats daarvan moeten werkgevers een zogenoemd bandbreedtecontract aanbieden, waarin een minimum- en maximumaantal uren wordt vastgelegd.

Alleen jongeren, studenten en AOW-gerechtigden zouden dan nog op basis van een nulurencontract mogen werken.

Wat vind je van dit artikel?

Fleur Willemsen

Auteur

Fleur Willemsen

Fleur Willemsen is redacteur bij MKB Servicedesk.