Nieuw onderzoek laat zien dat slechts 60% van de vaders en partners aanvullend geboorteverlof opneemt. Financiële drempels lijken daarbij een belangrijke rol te spelen. Vooral mensen met een laag inkomen en topverdieners laten de verlofregeling relatief vaak liggen.

Zes op de tien vaders en partners maken daadwerkelijk gebruik van het aanvullend geboorteverlof. Dat blijkt uit onderzoek van economen dat is gepubliceerd in het vakblad ESB. Het is aanzienlijk minder dan eerdere onderzoeken suggereerden.
Sinds juli 2020 hebben partners van pas bevallen vrouwen recht op één week volledig doorbetaald geboorteverlof. Daarnaast kunnen zij maximaal vijf weken aanvullend geboorteverlof opnemen. Tijdens dat verlof ontvangen zij via het UWV een uitkering van 70% van hun dagloon.
Inzet geboorteverlof lager dan eerdere schattingen
Het aanvullend geboorteverlof werd ingevoerd om zorgtaken gelijker te verdelen tussen ouders en om moeders meer ruimte te geven om betaald werk te blijven verrichten.
Tot nu toe werd aangenomen dat tussen de 74 en 84% van de partners gebruikmaakte van de regeling. Het nieuwe onderzoek komt echter uit op een gebruik van ongeveer 60%.
Dat betekent dat vier op de tien partners geen gebruikmaken van het aanvullende verlof, ondanks het recht dat zij erop hebben.
Financiële drempel speelt belangrijke rol
Volgens de onderzoekers speelt geld een belangrijke rol bij de beslissing om het verlof wel of niet op te nemen. Bij lagere inkomens vormt het verlies van een deel van het salaris vaak een obstakel. Tijdens het aanvullend geboorteverlof ontvangen werknemers immers niet hun volledige loon. Daarnaast hebben werknemers met lagere inkomens relatief vaak een tijdelijk contract, wat de drempel om langere tijd afwezig te zijn verder kan verhogen.
Ook onder topverdieners wordt de regeling opvallend weinig gebruikt. Dat komt doordat de UWV-uitkering wordt berekend over een gemaximeerd dagloon. Werknemers die aanzienlijk meer verdienen dan dat maximum leveren tijdens hun verlof relatief veel inkomen in.
Daardoor blijken zowel financiële kwetsbaarheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt als inkomensverlies aan de bovenkant van invloed op het gebruik van de regeling.
Gevolgen voor werkgevers
Voor werkgevers is het gebruik van aanvullend geboorteverlof relevant bij de personeelsplanning. Hoewel een meerderheid van de partners verlof opneemt, blijkt de deelname aanzienlijk lager dan eerder werd aangenomen.
Daarnaast laat het onderzoek zien dat financiële omstandigheden een belangrijke factor zijn bij verlofkeuzes van werknemers. Werkgevers die werk en zorgtaken beter willen combineren, kunnen daarom baat hebben bij aanvullende afspraken of een gedeeltelijke aanvulling op de wettelijke uitkering.
Onderzoekers zien risico op grotere verschillen
De onderzoekers waarschuwen dat de huidige verlofregeling bestaande verschillen tussen inkomensgroepen mogelijk versterkt.
Middeninkomens maken relatief vaak gebruik van het aanvullende geboorteverlof, terwijl werknemers met lage inkomens en topinkomens dat minder doen. Daardoor ontstaat het risico dat juist de gezinnen die het verlof het minst opnemen, minder tijd kunnen doorbrengen met hun pasgeboren kind.
Volgens de onderzoekers verdient het daarom aandacht of de huidige financiële opzet van de regeling voldoende aansluit bij de verschillende inkomensgroepen waarvoor zij bedoeld is.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen geboorteverlof en ouderschapsverlof?
Ouderschapsverlof staat los van geboorteverlof direct na een bevalling. Het doel van ouderschapsverlof is om meer tijd door te brengen met het gezin. Ouderschapsverlof is het recht dat ouders hebben op 26 werkweken verlof, tot een kind 8 jaar oud is. Vanaf 2 augustus 2022 worden 9 van die 26 weken doorbetaald door het UWV (70% van het dagloon).
Op hoeveel dagen geboorteverlof heeft een werknemer recht?
Een hele werkweek (5 dagen), waarbij het niet uitmaakt of iemand 3 dagen of 5 volle dagen werkt.
Vaderschapsverlof zzp: bestaat hier ook een regeling voor?
Als zzp’er heb je geen recht op geboorteverlof. Het is puur een recht voor werknemers in loondienst. Volgens de overheid kunnen zelfstandigen zelf werktijden en verlof bepalen en dien je zelf voor vervangend inkomen te zorgen.



