Vakantiegeld 2026: wie krijgt meer en wie juist minder?

Minder vakantiegeld voor parttimers in 2026

Vakantiegeld is voor veel werknemers hét financiële extraatje van het jaar. Toch pakt het vakantiegeld ook richting 2026 niet voor iedereen gunstig uit. Vooral parttimers met een lager inkomen lijken minder over te houden, terwijl fulltime werknemers met een minimumloon juist kunnen profiteren.

Vakantiegeld uitkeren, van bruto naar netto

Effecten uit 2025 ook zichtbaar in 2026

Mei en juni staan traditioneel in het teken van de uitbetaling van vakantiegeld. Uit eerdere berekeningen van salarisverwerker ADP blijkt dat wijzigingen in de belastingheffing sinds 2025 vooral nadelig uitpakken voor parttimers. Deze fiscale regels gelden ook in 2026, waardoor de effecten grotendeels doorwerken. Voor 2026 zijn er op dit moment geen nieuwe, specifieke vakantiegeldberekeningen gepubliceerd, maar zolang de belastingregels ongewijzigd blijven, zullen de effecten uit 2025 naar verwachting ook in 2026 zichtbaar zijn.

Parttimers houden minder vakantiegeld over

Volgens ADP-berekeningen uit 2025 ontvingen parttimers met een bruto maandloon van € 1.000 circa € 693 netto vakantiegeld, ruim € 200 minder dan een jaar eerder. Ook werknemers met een inkomen tussen € 1.000 en € 2.000 bruto per maand hielden enkele euro’s minder over. Voor inkomens onder de € 1.000 bleef het nettobedrag nagenoeg gelijk.

De daling is het gevolg van de aangepaste belastingheffing op zogenoemde bijzondere beloningen, zoals vakantiegeld. Sinds 2025 wordt hierop relatief meer loonbelasting ingehouden, wat vooral zichtbaar is bij lagere (parttime) inkomens.

Minimumloners en sommige fulltimers juist in het voordeel

Niet alle werknemers gaan erop achteruit. Fulltime werknemers met een minimumloon zagen in eerdere berekeningen hun vakantiegeld juist stijgen. Bij een bruto maandloon rond € 2.200 (36-urige werkweek) ging het om een voordeel van gemiddeld ruim € 200 netto.

Ook werknemers met een bruto maandloon vanaf circa € 2.000 profiteerden licht. Dit voordeel neemt af bij hogere inkomens. Vanaf ongeveer twee keer modaal bleef het vakantiegeld per saldo gelijk.

Wat betekent dit voor werkgevers?

Als werkgevers is het belangrijk om je werknemers goed te informeren. Hoewel het bruto vakantiegeld ongewijzigd blijft, kan het nettobedrag verschillen door fiscale regels waar je als werkgever geen invloed op hebt. Heldere communicatie helpt om vragen en verrassingen bij de loonstrook te voorkomen.

Vakantiegeld 2026: wat zijn de wettelijke regels?

Als werkgever ben je verplicht vakantiegeld te betalen. In 2026 bedraagt het vakantiegeld, net als voorgaande jaren, minimaal 8% van het brutoloon. Dit is vastgelegd in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.

Vakantiegeld wordt opgebouwd over het reguliere brutoloon, overwerkvergoedingen, prestatiebonussen en onregelmatigheidstoeslagen. Over een dertiende maand of winstuitkering hoef je geen vakantiegeld te berekenen. Ook werknemers die ziek zijn, met zwangerschapsverlof of ander verlof, behouden hun recht op vakantiegeld.

Wanneer moet vakantiegeld worden uitbetaald?

De meeste werkgevers betalen het vakantiegeld uit in mei of juni. Wettelijk moet het bedrag uiterlijk vóór 1 juli op de rekening van de werknemer staan, tenzij in de cao of arbeidsovereenkomst andere afspraken zijn gemaakt.

Maandelijkse uitbetaling van vakantiegeld is toegestaan, mits dit schriftelijk is vastgelegd en duidelijk op de loonstrook staat. Bij te late betaling kan een werknemer aanspraak maken op een wettelijke verhoging tot 50%.

Praktische tips voor werkgevers: vakantiegeld 2026

Om fouten en onvrede te voorkomen, is het belangrijk om scherp te blijven op de uitvoering. Controleer of het vakantiegeld over alle juiste looncomponenten wordt berekend. Houd rekening met het feit dat vakantiegeld als bijzonder loon zwaarder wordt belast dan het reguliere salaris. Reserveer maandelijks 8% van de bruto loonsom om financiële verrassingen te voorkomen.

Communiceer helder met werknemers over de hoogte van het nettobedrag, zeker omdat dit kan afwijken van verwachtingen. Vergeet tot slot niet dat ook parttimers, oproepkrachten en tijdelijke medewerkers recht hebben op vakantiegeld.

Vakantiegeld blijft een belangrijk onderdeel van het loon

Hoewel het vakantiegeld in 2026 niet voor iedereen hoger uitvalt, blijft het een belangrijk en gewaardeerd onderdeel van het loon. Door het correct te berekenen en transparant te communiceren, laat je als werkgever zien dat je je loonadministratie op orde hebt.

Meer bieden aan je werknemers?

Het is niet gebruikelijk om meer vakantiegeld te bieden dan het wettelijke minimum. Als werkgever onderscheid je je daarom vaker met secundaire arbeidsvoorwaarden, zoals een goede pensioenregeling, een telefoon van de zaak, een dertiende maand of de mogelijkheid tot hybride werken.

Wat vind je van dit artikel?

Fleur Willemsen

Auteur

Fleur Willemsen

Fleur Willemsen is redacteur bij MKB Servicedesk.